Aan alle mooie liedjes komt een einde: einde (fiscale voordelen) van het finaal verrekenbeding en het verblijvings-en keuzebeding onder last in zicht

Op 6 december jl. werd een ontwerp van decreet gestemd in het Vlaamse Parlement waarin onder meer enkele - op het eerste zicht kleine - aanpassingen aan de Vlaamse Codex Fiscaliteit werden doorgevoerd. De aangekondigde aanpassingen hebben evenwel belangrijke gevolgen voor de fiscale uitwerking van bepaalde clausules in huwelijkscontracten, met name de zogeheten finale verrekenbedingen en verblijvings-en keuzebedingen onder last.

Meer specifiek wordt een einde gesteld aan de aftrekbaarheid van de schuld die door de werking van deze clausules ontstaat als passiva van de nalatenschap.

a)      Finaal verrekenbeding (scheiding van goederen)

Echtgenoten kiezen vaak bewust voor een stelsel van scheiding van goederen. In dit stelsel kan de mede-echtgenoot immers niet mee aansprakelijk worden gesteld voor de schulden van de andere echtgenoot, bijvoorbeeld een ondernemer.

Anderzijds wordt dit stelsel omschreven als het stelsel van de “koude uitsluiting” bij gebrek aan solidariteit tussen de echtgenoten. Indien één van de echtgenoten niet langer of minder werkt om voor de kinderen en het huishouden te zorgen, bouwt deze echtgenoot geen vermogen meer op. Ingeval van echtscheiding of overlijden kan deze echtgenoot dan ook met quasi lege handen achterblijven.

Een finaal verrekenbeding is een mogelijkheid om toch solidariteit in te bouwen in een stelsel van scheiding van goederen. Hierdoor wordt het (al dan niet tijdens het huwelijk opgebouwde) vermogen bij overlijden van de eerststervende echtgenoot verdeeld tussen beide echtgenoten volgens een in hun huwelijkscontract vastgelegde verdeelsleutel. Ook de te verdelen massa kan vrij worden bepaald (bijvoorbeeld de aanwinsten tijdens het huwelijk of de vermogens van beide echtgenoten).

De verdeelsleutel kan bijvoorbeeld 50/50 zijn maar ook 0/100 waardoor er minder - en in dit laatste geval zelfs geen - erfbelasting verschuldigd is naar aanleiding van het eerste overlijden. Door de werking van dit beding verkrijgt de langstlevende echtgenoot namelijk een (verbintenisrechtelijke) vordering op de nalatenschap van de eerststervende. Deze vordering kwalificeert als huwelijksvoordeel en is - bij gebrek aan uitdrukkelijke fiscale bepaling -  onbelast in de erfbelasting. Anderzijds geldt onder het huidige recht dat de verrekenschuld fiscaal aftrekbaar is als passief in de nalatenschap van de eerststervende, wat recent bevestigd werd in rechtspraak van het Hof van Cassatie  (arrest van 24 maart 2017).

De onbelastbaarheid van de vordering blijft ongewijzigd, maar aan de aftrekbaarheid van de verrekenschuld zou daarentegen een einde komen.

De aangekondigde regeling is vatbaar voor kritiek aangezien ze aanleiding geeft tot discriminatie. Voor echtgenoten gehuwd onder een gemeenschapsstelsel met een bepaling in hun huwelijkscontract dat bij overlijden de helft van de gemeenschap toekomt aan de langstlevende, geldt dat de helft van het vermogen van de echtgenoten wordt belast met erfbelasting. Voor echtgenoten gehuwd onder een stelsel van scheiding van goederen met een finaal verrekenbeding 50/50  daarentegen – wat de facto op hetzelfde neerkomt – geldt dat het ganse vermogen van de eerststervende wordt belast. De verrekenschuld kan immers niet langer worden afgetrokken.

Bovendien is er in het kader van de hervorming van het huwelijksvermogensrecht sprake van om van het stelsel van scheiding van goederen met finaal verrekenbeding een derde mogelijke huwelijksvermogensstelsel te maken.

Voormelde fiscale regeling zou dan ook worden herbekeken van zodra de hervorming van het huwelijksvermogensrecht definitiever wordt. In afwachting hiervan zou  de fiscale hervorming evenwel al in werking treden (zie verder onder c).

b) Verblijvings-of keuzebeding onder last (gemeenschapsstelsel)

Op grond van een verblijvingsbeding komt de ganse gemeenschap bij overlijden van de eerststervende partner toe aan de langstlevende. Op grond van een keuzebeding verkrijgt de langstlevende alle gewenste gemeenschapsgoederen. In de mate dat de langstlevende meer dan de helft van de gemeenschap verkrijgt, is deze verkrijging belast met erfbelasting op grond van een fiscale fictiebepaling. Door te voorzien dat de langstlevende een schuld dient te erkennen aan de nalatenschap van de eerststervende die gelijk is aan de overbedeling (beding onder last), wordt deze fiscale belastbaarheid – in het huidige recht - geneutraliseerd. Bij het eerste overlijden worden de erfgenamen van de eerststervende immers belast op voormelde vordering maar bij het overlijden van de langstlevende zal zijn/haar schuld aftrekbaar zijn als passief.

Door de voorgestelde wijziging komt tevens een einde aan de aftrekbaarheid van de schuld die ontstaat naar aanleiding van een verblijvings-of keuzebeding onder last en zal bijgevolg bij het tweede overlijden meer erfbelasting verschuldigd zijn dan op vandaag.

 c)       Inwerkingtreding

Ondanks de aangekondigde hervorming van het huwelijksvermogensrecht waarbij het fiscaal afgestrafte finaal verrekenbeding een wettelijke basis zou verkrijgen, zou voormelde regeling van toepassing zijn op nalatenschappen die openvallen vanaf de inwerkingtreding van het decreet, wat vermoedelijk begin 2018 zal zijn. Voor de toepassing in de tijd geldt als aanknopingspunt bijgevolg het openvallen van de nalatenschap en niet de datum van opmaak van het huwelijkscontract. Ook in het verleden opgestelde huwelijkscontracten die voornoemde bedingen bevatten, maar waarbij het overlijden van de eerststervende plaatsvindt ná begin 2018, zouden bijgevolg onder deze nieuwe regels vallen. Wij raden dan ook aan uw bestaande huwelijkscontract te verifiëren en staan u hierbij uiteraard graag bij..