De burgerlijke maatschap en het ondernemingsrecht: belangrijke wijzigingen

De wet van 15 april 2018 over de hervorming van het ondernemingsrecht werd op 27 april gepubliceerd in het staatsblad.

Deze wet brengt een aantal wijzigingen aan in het wetboek van vennootschappen en in het wetboek van economisch recht en treedt in werking op 1 november 2018. Ook voor de maatschappen zal er één en ander veranderen. Daarover berichten wij u graag reeds beknopt en in afwachting van verdere verduidelijkingen.

a) Wijzigingen in het wetboek van vennootschappen

Een eerste terminologische wijziging bestaat erin dat de maatschap in het Frans niet langer “Société de droit commun” zal heten, maar wel “société simple”.

Van groter belang kan de afschaffing zijn van het onderscheid tussen de vennootschappen met handelsdoel en de vennootschappen met burgerlijk doel ; ook het onderscheid tussen de commerciële en de burgerlijke maatschap valt weg. Ten gevolge daarvan zullen de vennoten van een maatschap hoofdelijk verbonden blijven jegens derden voor alle schulden van de maatschap.

b) Wijzigingen in het wetboek van economisch recht (WER)

Terwijl de burgerlijke maatschap voorheen niet als een “onderneming” beschouwd werd, verandert dit met het nieuwe recht ; maatschappen zullen voortaan “ondernemingen” zijn. Dit heeft een aantal gevolgen die op vrij korte termijn voelbaar zullen zijn onder de vorm van nieuwe verplichtingen die op de (zaakvoerders van) maatschappen zullen rusten.

B1 – Inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO)

Vanaf 1 november zullen nieuwe maatschappen zich voor de aanvang van hun activiteit moeten registreren bij de KBO, via een ondernemingsloket.

Maatschappen die reeds bestaan, kunnen echter nog even wachten ; zij dienen zich te registreren in de KBO uiterlijk 30 april 2019 (tenzij de Koning alsnog zou beslissen deze datum te vervroegen…).

B2 – Onderwerping aan boekhoudkundige verplichtingen

Voortaan zullen maatschappen verplicht zijn een boekhouding te voeren ; dat kan volgens vereenvoudigd schema, indien hun omzet minder bedraagt dan 500.000 EUR. Overstijgt de omzet dit grensbedrag, dan wordt een volledige dubbele boekhouding verplicht. Uit onze praktijk weten wij dat vele maatschappen vandaag reeds een eenvoudige boekhouding voeren en een jaarrekening opstellen. Mogelijks volstaan enkele kleine ingrepen om te voldoen aan de wettelijke verplichtingen.

De nieuwe verplichting geldt vanaf 1 november 2018, behoudens voor bestaande maatschappen ; zij dienen aan deze verplichting te voldoen vanaf het eerste volledige boekjaar dat aanvangt na het verstrijken van een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf 1 november 2018. Voor de maatschappen die een boekjaar voeren volgens het kalenderjaar, is het eerste “boekhoudplichtige” jaar aldus 2020 (behoudens andere datum bij koninklijk besluit).

Het is niet duidelijk of de maatschappen hun jaarrekening ook zullen moeten publiceren ; artikel III.90 van het WER verwijst op een onduidelijke manier terug naar het wetboek van vennootschappen. In ieder geval staat het vast dat het wetboek van vennootschappen de verplichting tot publicatie enkel oplegt aan de rechtspersonen, en derhalve niet aan de maatschappen, zodat wij voorlopig aannemen dat er ook in het nieuwe recht geen publicatieverplichting zal gelden.

c) Besluit

Het staat vast dat deze nieuwe wetgeving zich zal doen voelen in de praktijk van de maatschap. Het spreekt dat wij dit op de voet blijven volgen en onze cliënten tijdig blijven adviseren met betrekking tot de wijze waarop dit alles in hun bestaande of nieuw op te richten maatschap moet toegepast worden.

Wie reeds vragen heeft kan ons team Estate Planning contacteren via robby.ackermans@sherpalaw.be, peter.meeuwssen@sherpalaw.be, dirk.degroot@sherpalaw.be.