Fiscus voert onderzoek naar 130 Belgen die mogelijks fictief in Monaco zouden wonen

De Bijzondere Belastinginspectie voert momenteel onderzoeken naar 130 Belgen die mogelijk veinzen dat ze in het belastingparadijs Monaco wonen. Dat berichtte De Tijd op 23 januari laatstleden. Het zou de eerste keer zijn dat de fiscus op zo’n schaal data verzamelt om te achterhalen welke Belgen onterecht melden dat ze in Monaco wonen.

Regelmatig informeren Belgische rijksinwoners naar de mogelijkheden en opportuniteiten om naar uit buitenland te verhuizen. Hierbij speelt in vele gevallen de Belgische fiscaliteit een belangrijke rol (omdat de fiscale druk in ons land natuurlijk vrij hoog is). Doch ook andere aspecten spelen mee, zoals familiale beweegredenen, gezondheidsredenen, enz. Een veel gehoorde beweegreden is ook de onzekerheid die er heerst in België op juridisch, maar zeker ook op fiscaal vlak.

Indien zou blijken dat de beweegredenen om het land te verlaten hoofdzakelijk fiscaal geïnspireerd zijn, dient alle aspecten van dergelijke verhuizing zeer nauwgezet te worden onderzocht en vooral dient men ook alle gevolgen van dergelijk verhuizing na te leven. Het volstaat immers niet om zich in een ander land te domiciliëren of zelfs om minder dan 183 dagen in België te verblijven (België kent trouwens geen 183-dagen regel om te bepalen of iemand al dan niet rijksinwoner is) om fiscaal niet langer inwoner te zijn van België.

Enkel Belgische rijksinwoners zijn aan de Belgische personenbelasting (en de Belgische successierechten c.q. erfbelasting) onderworpen. Op het vlak van  de inkomstenbelastingen, wordt als  rijksinwoner beschouwd iedere natuurlijke persoon die in België zijn woonplaats heeft of de zetel van zijn fortuin gevestigd heeft. Het vaststellen van de fiscale woonplaats is in wezen een feitelijke aangelegenheid: het is de plaats waar de belastingplichtige werkelijk woont en zijn gezin gevestigd is, hetgeen gekenmerkt wordt door een bepaalde bestendigheid of continuïteit, onafhankelijk van de burgerlijke woonplaats en de nationaliteit. De zetel van het fortuin is de plaats waar de belastingplichtige zijn vermogen beheert en wordt gekenmerkt door een zekere eenheid van waaruit het vermogen wordt beheerd. De woonplaats en de zetel van het fortuin zijn bovendien alternatieve criteria, zodat het voldoen aan één van beide criteria volstaat om aan de personenbelasting in België onderworpen te worden. Zoals gezegd, kent België terzake geen 183-dagenregel zoals die wel geldt in sommige andere landen.

Welnu, indien men niet langer als Belgisch rijksinwoner wenst te worden beschouwd, dient men in feite quasi alle banden met België te doorbreken, hetgeen uiteraard zeer ingrijpend is. Zo dient men onder meer werkelijk in het buitenland een woonplaats aan te houden, daar werkelijk gebruik van te maken en aldaar ook zijn sociaal leven op te bouwen. De aanwezigheid in België dient bij voorbeeld bij voorkeur tot een minimum te worden herleid (bijvoorbeeld enkel tijdens enkele vakanties, of om familieleden te bezoeken, of om nog enkele lopende zaken af te handelen). Een verregaande bespreking van de noodwendigheden om te kunnen spreken van een werkelijke emigratie uit België valt uiteraard buiten het bestek van deze tekst. Doch indien men niet bereid is om deze “opofferingen” te brengen om werkelijk naar het buitenland te verhuizen, is er algauw sprake van fraude met alle fiscale en strafrechtelijke gevolgen van dien.

De vraag stelt zich natuurlijk om welke wijze men aldus zo’n werkelijke verhuis kan bewijzen en in omgekeerde zin, op welke wijze de fiscus (en/of het parket) kan bewijzen dat dergelijke verhuis fictief zou kunnen beschouwd worden. Dit bewijs betreft zoals hoger aangehaald een geheel van praktische feiten die moeten worden bewezen.

In casu menen wij begrepen te hebben dat de BBI verschillende technieken gebruikt zou hebben om verdachte ‘vertrekken’ op te sporen, zoals dataming met interne en externe gegevens en opzoekingen op het internet. De BBI bekijkt ook de uitwijkingen naar Luxemburg, Dubai en andere fiscale toevluchtsoorden.

Er kunnen ernstige juridische vragen worden gesteld bij dergelijke onderzoeken. Dergelijke onderzoeken mogen bijvoorbeeld uiteraard niet indruisen tegen de fundamentele rechten van de belastingplichtige.

Dit neemt natuurlijk niet weg dat het louter fictief voorhouden van een woonplaats in Monaco, Zwitserland, enz.  ernstige juridische en ethische bezwaren oproept in deze tijden van fiscale ethiek en vermeende fiscale rechtvaardigheid.. Als men overweegt om het Belgisch inwonerschap op te geven (al dan niet om fiscale redenen), dient men dat volledig en correct te doen. Anders zijn de fiscale en strafrechtelijke risico’s niet te onderschatten.

Het team van Sherpa Law heeft een jarenlange ervaring opgebouwd, zowel met betrekking tot de correcte begeleiding van Belgische rijksinwoners bij hun emigratie als met het opbouwen van de argumentatie tegen een eventuele stelling van fictief inwonerschap.

Voor meer informatie, contacteer:

Alain Claes – alain.claes@sherpalaw.be

Robby Ackermans  –  robby.ackermans@sherpalaw.be