Inwerkingtreding van een hervormd huwelijksvermogensrecht voorzien op 1 september 2018

Na de hervorming van ons erfrecht werd aangekondigd dat ook het huwelijksvermogensrecht een grondige update zou ondergaan. Ondertussen zijn de teksten bekend en bespreken we hierna de krachtlijnen hiervan.

Het wetsvoorstel van 13 december jl. voorziet in de inwerkingtreding van een hervormd huwelijksvermogensrecht samen met de inwerkingtreding van het vernieuwde erfrecht en dus – in principe - op 1 september 2018.

De doelstellingen van deze hervorming zijn de volgende:

1) De regels van het wettelijk stelsel verfijnen;

2) Voorzien in een betere wettelijke omkadering van het stelsel van scheiding van goederen en bedingen die echtgenoten daaraan kunnen toevoegen;

3) Nieuwe evenwichten zoeken inzake de positie van de langstlevende echtgenoot in het huwelijksvermogens-én erfrecht.

 

1) Verfijning van het wettelijk stelsel

Deze hervorming ambieert en aantal onzekerheden weg te werken die bestaan in de huidige regelgeving. Meer concreet gaat het over het statuut (eigen of gemeenschappelijk) van:

- individuele levensverzekeringen (groepsverzekeringen zijn daarentegen uitdrukkelijk uitgesloten van deze hervorming);

- schade- en ongevallenvergoedingen;

- beroepsgoederen, aandelen en cliënteel.

Hiervoor wordt een onderscheid gemaakt tussen het eigendomsrecht (dat in principe eigen is) en de vermogenswaarde (dat in principe gemeenschappelijk is indien deze opgebouwd werd tijdens het huwelijk).

Ingeval van een verzekerde prestatie die niet opeisbaar wordt bij de ontbinding van het huwelijk, zijn de aanspraken eigen mits vergoeding aan de gemeenschap. Indien de verzekerde prestatie daarentegen opeisbaar wordt bij ontbinding van het huwelijk zijn de aanspraken (i) eigen mits vergoeding wanneer de levensverzekering werd afgesloten in het eigen voordeel van de langstlevende echtgenoot of (ii) eigen zonder vergoeding wanneer de levensverzekering werd afgesloten door de overleden echtgenoot in het voordeel van de andere.

Het recht op schadevergoeding is eigen maar voor het statuut van de vergoeding moet een onderscheid worden gemaakt naar gelang de soort schade:

- De vergoeding voor morele schade is eigen;

- De vergoeding voor fysieke schade is gemeenschappelijk voor zover ze inkomensverlies dekt;

- De vergoeding voor medische kosten, rehabilitatie en huishoudelijke hulp is gemeenschappelijk.

Ook voor beroepsgoederen, aandelen en cliënteel geldt voormeld onderscheid: het eigendomsrecht is eigen aan de beroepsactieve echtgenoot of de echtgenoot op wiens naam de aandelen werden ingeschreven, maar de vermogenswaarde die werd opgebouwd tijdens het huwelijk valt (onmiddellijk en niet pas vanaf de ontbinding van het huwelijksvermogensstelsel) in de huwgemeenschap. Bij ontbinding van het huwelijksvermogensstelsel zal de beroepsactieve echtgenoot zijn beroepsgoederen bijgevolg mogen behouden maar hij zal wel een vergoeding verschuldigd zijn aan de gemeenschap die gelijk is aan de waarde van deze beroepsgoederen op het ogenblik van de ontbinding (en niet langer aan de aankoopwaarde ervan).

2) Beter wettelijk kader voor het stelsel van scheiding van goederen

Momenteel is enkel het stelsel van zuivere scheiding van goederen wettelijk geregeld. Bedingen die in de praktijk vaak worden toegevoegd aan dit stelsel om het meer solidair te maken, zijn geïnspireerd door buitenlandse rechtsstelsels maar kenden in het Belgische recht tot op heden geen enkele wettelijke basis.

Vooreerst worden een aantal maatregelen die in het huidige recht enkel voorzien zijn in gemeenschapsstelsels (op vlak van verdeling, de toepassing van de theorie van de huwelijksvoordelen en het intestaatserfrecht van de langstlevende) van toepassing verklaard op het stelsel van scheiding van goederen. Zo zal onder het nieuwe recht de langstlevende echtgenoot de volle eigendom erven van de goederen die werden verkregen tijdens het huwelijk en dit ongeacht het huwelijksvermogensstelsel waaronder de echtgenoten gehuwd waren. In het huidige recht verkrijgt de langstlevende enkel de volle eigendom van de goederen die toebehoorden tot het gemeenschappelijk vermogen. Het eigen vermogen van de eerststervende komt enkel in vruchtgebruik toe aan de langstlevende.

Ten tweede voorziet het hervormd huwelijksvermogensrecht uitdrukkelijk in een wettelijk kader voor het verrekenbeding, op grond waarvan de tijdens het huwelijk opgebouwde aanwinsten bij ontbinding van het huwelijksvermogensstelsel worden verrekend (verdeeld) tussen de echtgenoten. Zonder een dergelijk verrekenbeding zou de echtgenoot die zijn beroepsactiviteiten heeft geminderd om voor het huishouden en de kinderen te zorgen aanzienlijk minder krijgen dan de andere echtgenoot.

In de derde plaats wordt in een rechterlijke billijkheidscontrole voorzien indien de echtgenoten hiervoor opteren in hun huwelijkscontract. Op grond hiervan kan de rechter een deel van de inkomsten van de meest verdiende echtgenoot (met een maximum van 1/3e) toekennen aan de andere echtgenoot indien onvoorziene omstandigheden tot een onbillijk financieel onevenwicht tussen beide echtgenoten hebben geleid. Een voorbeeld van onvoorziene omstandigheden is bijvoorbeeld de noodzaak voor één van de echtgenoten om meer tijd te spenderen aan het huishouden en het gezin.

Bij de opmaak van het huwelijkscontract waarin geopteerd wordt voor een scheiding van goederen, geldt vanaf 1 september 2018 een verstrengde informatieplicht in hoofde van de instrumenterende notaris.

3) Nieuw evenwicht in de positie van de langstlevende echtgenoot in het huwelijksvermogensrecht én erfrecht

Ingeval van samenloop van een langstlevende echtgenoot met erfgerechtigden van de vierde graad, verliezen deze laatsten hun erfrechtelijke roeping. Bijgevolg zal de langstlevende echtgenoot alsdan de hele nalatenschap van de eerststervende in volle eigendom erven.

Bij nieuw samengestelde gezinnen wordt het bovendien mogelijk om ook de concrete reserve te ontnemen aan de langstlevende echtgenoot (uitbreiding van de zogeheten Valckeniersclausule).

Vermeldenswaardig zijn tenslotte:

de opheffing van het verbod op verkoop tussen echtgenoten;

de mogelijkheid om bij de aankoop van een onroerend goed door twee ongehuwde partners (ieder voor een gelijk deel) dit onroerend goed anticipatief in te brengen in een eventuele toekomstige huwgemeenschap. Op deze wijze worden niet enkel kosten bespaard maar wordt vermeden dat de latere inbreng ervan wordt vergeten.

 

Inwerkingtreding

Wat de bepalingen met betrekking tot erfrecht betreft, zal de nieuwe wet van toepassing zijn op nalatenschappen die openvallen na inwerkingtreding van deze wet (in principe vanaf 1 september 2018).

Wat de bepalingen met betrekking tot huwelijksvermogensrecht betreft, is de nieuwe wet van toepassing op huwelijken die worden gesloten na inwerkingtreding van de wet én op echtgenoten die gehuwd waren op het ogenblik van de inwerkingtreding wet maar die nadien over zijn gegaan tot wijziging van hun huwelijksvermogensstelsel die een ontbinding ervan tot gevolg heeft. Wat echtgenoten betreft die reeds gehuwd waren op het ogenblik van de inwerkingtreding van de wet en die niet zijn overgegaan tot een wijziging die de ontbinding van het huwelijksvermogensstelsel tot gevolg had, geldt de rechterlijke billijkheidcorrectie niet (in een stelsel van scheiding van goederen). Bovendien zijn de verduidelijkingen die worden aangebracht aan het wettelijk stelsel (bijvoorbeeld i.v.m. eigen/gemeenschappelijk karakter van levensverzekeringsprestaties) slechts van toepassing op goederen die werden verworven of bestuurshandelingen die plaatsvonden na inwerkingtreding van de wet.

Naast de modernisering van ons erfrecht wordt dus nu ook het huwelijksvermogensrecht grondig gewijzigd. Bovendien zal ook het vennootschapsrecht nog volledig hervormd worden. Het is dus duidelijk dat de wetgever zeer ingrijpende stappen aan het nemen is om ons recht (eindelijk) te moderniseren. Laatste actueel voorbeeld hiervan is de aankondiging om de erfbelasting tussen echtgenoten aan te passen ….

Dit alles maakt natuurlijk dat elke planning grondig opgevolgd moet worden en gekeken moet worden waar aanpassing noodzakelijk en/of opportuun is. Onze team estate planning staat u hier uiteraard graag in bij.