Is het voorbehouden van vakantiejobs voor familie van eigen werknemers een vorm van discriminatie?

Met de zomer die in aantocht is, is dit een actuele vraag. In de praktijk wordt dikwijls in bedrijven openstaande vacatures voor vakantiejobs als student voorbehouden voor familieleden (meestal de kinderen) van de eigen werknemers. Dit gebeurt vooral om deze jongeren een centje te laten bijverdienen én ervaring op te doen en tegelijkertijd het eigen personeel hierbij te betrekken (en te bevoordelen).

Het gevolg is dan natuurlijk dat andere personen die geen familielid hebben in het bedrijf, niet meer in aanmerking komen en dat de vacante jobs ook nooit officieel kenbaar worden gemaakt via allerlei kanalen zoals jobsites enz. zodat andere in aanmerking komende personen nooit zichzelf kandidaat kunnen stellen.

Volgens Unia, het Interfederaal Centrum ter bestrijding van o.m. discriminatie, is dit discriminerend. "Als een onderneming kandidaten uitsluit vanwege een bepaald beschermd criterium, dan moet dat een legitiem doel hebben en moet er ook sprake zijn van proportionaliteit. Studenten uitsluiten van vakantiejobs alleen omdat ze geen werkende familieleden hebben in die onderneming, beantwoordt volgens Unia niet aan de mogelijke proportionaliteitstoets", klinkt het.

Unia adviseert daarom om alleen een beperkt deel van de beschikbare vakantiejobs te reserveren voor kinderen van het personeel. De rest moet dan opengesteld worden voor andere kandidaten. Werkgevers die geen selectieprocedure willen organiseren, kunnen alternatieve oplossingen zoeken zoals bijvoorbeeld een loting of een toewijzing in chronologische volgorde van inschrijving. Zo ver gaan als het opleggen van quota, ziet ze niet zitten.

De reacties van een aantal werkgevers- en zelfstandigenorganisaties ging van beperkt positief (zeker voor grote ondernemingen) naar zeer negatief.

Wat is hier nu van aan?

Het is zo dat een direct onderscheid (verschil in behandeling) moet berusten op een beschermd criterium of kenmerk zoals expliciet bepaald in de Antidiscriminatiewet.

Het feit van een kind of familielid te zijn van een personeelslid is inderdaad een beschermd criterium nl. de geboorte of sociale afkomst.

Een direct onderscheid op grond van geboorte of sociale afkomst vormt een directe discriminatie, tenzij dit directe onderscheid objectief wordt gerechtvaardigd door een legitiem doel en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn.

Is het verlenen van een bepaalde gunst aan de eigen werknemers via het voorbehouden van vakantiejobs aan kinderen van de eigen werknemers een legitiem doel? Dit lijkt wel zo te zijn.

Maar waar Unia wel een punt heeft, is dat het altijd voorbehouden van al die jobs aan kinderen van eigen werknemers niet proportioneel is…en werkgevers er dus beter voor zorgen dat een gedeelte van de vacante vakantiejobs openstaan voor andere kandidaten.

Rechtspraak is mij hierover niet bekend en Unia zou ook nog geen concrete klachten hebben ontvangen maar dit zou het gevolg kunnen zijn van het feit dat jongeren minder op de hoogte zijn van de mogelijkheid om een klacht in te dienen…mij lijkt het dat een kandidaat die kan aantonen dat hij aan de voorwaarden voor de vakantiejob beantwoordt, zijn kandidatuur spontaan indient en die wordt geweerd omdat de vacante vakantiejobs steeds naar familie/kinderen van eigen personeel gaan, wel degelijk een punt te hebben.

De door Unia voorgestelde oplossing van een toewijzing in chronologische volgorde van inschrijving vind ik een minder goede oplossing.

Voor vragen hierover kan u terecht bij:

Frank Ruelens

(Tel: 32 (0) 475853298)