Met het einde van 2017 in zicht publiceert Vlabel nog enkele nieuwe standpunten

Op 5 december jl. verscheen op de website van Vlabel onder meer een aanvulling op standpunt nr. 15004 (dat oorspronkelijk dateert van 26 april jl.) met betrekking tot het te leveren tegenbewijs in het kader van de gesplitste aankoop.

Voor aankoopakten vanaf 19 mei 2015 dient de voorafgaande schenking - dixit Vlabel - geregistreerd te zijn vóór het verlijden van de aankoopakte opdat artikel 2.7.1.0.7. VCF (oud artikel 9 W.Succ.) niet van toepassing zou zijn en bijgevolg het aangekochte onroerend goed niet belastbaar zou zijn met erfbelasting. Vlabel verduidelijkte dat bij een openbare verkoop de schenking niet geregistreerd moet zijn vóór het verlijden van de aankoopakte (het pv van toewijzing), maar wel vóór het betalen van de prijs (de akte van kwijting).

Verder verduidelijkt Vlabel in standpunt nr. 16034 d.d. 13 november 2017 dat - indien er na het verstrijken van de indieningstermijn een aanvullende aangifte van nalatenschap wordt ingediend waarin spontaan een hoger actief wordt aangegeven én waarbij tevens in de oorspronkelijke aangifte vergeten passief wordt aangegeven – er enkel rekening wordt gehouden met het vergeten passief ten belope van een nominaal bedrag dat maximaal gelijk is aan het aanvullend actief. De (on)mogelijkheid tot het aangeven van vergeten passief is evenwel afhankelijk van de keuze (forfait) die de aangevers in de oorspronkelijke aangifte hebben gemaakt. De belastingverhoging wordt echter berekend zonder rekening te houden met het bijkomend passief.

Met betrekking tot de aangifte van nalatenschap stelt Vlabel (in standpunt nr. 17060) dat de keuze voor het forfait begrafeniskosten niet verenigbaar is met de aanwezigheid van een begrafenisverzekering. Indien initieel het forfait werd gekozen, zal bij latere spontane aangifte van een begrafenisverzekering, de verzekeringsuitkering worden getaxeerd en het forfait begrafeniskosten worden geannuleerd. Ingeval van verzuim van een begrafenisverzekering geldt hetzelfde, maar zal een belastingverhoging wegens verzuim worden opgelegd. In beide gevallen heeft de aangever nog de mogelijkheid om de werkelijke begrafeniskosten aan te tonen in een bijkomende aangifte.

Tot slot doet Vlabel in standpunt nr. 17059 uitspraak over de vrijstelling van onroerende voorheffing voor onroerende goederen bestemd tot weldadigheidsactiviteiten (art. 2.1.6.0.1, eerste lid, 1° VCF). In het bijzonder bepaalt Vlabel dat de vrijstelling van onroerende voorheffing niet van toepassing is wanneer onthaalouders kinderopvang in hun gezinswoning organiseren. De woning wordt in dat geval hoofdzakelijk voor bewoning gebruikt en is niet hoofdzakelijk bestemd tot een weldadigheidsactiviteit. Dit betekent ook dat wanneer onthaalouders hun opvang organiseren in een ander (gehuurd) onroerend goed, de vrijstelling in principe wel zal kunnen worden toegekend.