Na het nieuwe erfrecht volgt de ‘ingrijpende’ verlaging van de erfbelasting… of nog niet?

In opvolging van de hervorming van het erfrecht en de geplande wijzigingen in het huwelijksvermogensrecht kondigde de Vlaamse regering aan dat ook de erfbelasting aangepast zou worden. Het doel was een vereenvoudiging, versoepeling en verlaging van deze taks op verdriet om deze meer af te stemmen op het nieuwe erfrecht en meer te laten aansluiten met de nieuwe samenlevingsvormen. Er werd gesproken van een ‘ingrijpende’ wijziging en op basis van de voorstellen die de laatste weken circuleerden, was de verwachting groot.

 Op vrijdag 23 februari viel het verdikt en bereikte de regering een akkoord dat met veel tromgeroffel werd aangekondigd. Maar kunnen we nu spreken van een revolutionaire hervorming? Gaan de nieuwe regels zorgen voor meer vrijheid in planning en een rechtvaardiger gevoel omtrent deze (hoge) belasting op verdriet?

 Volgens de Vlaamse Minister van Financiën alvast wel: We verlagen zoals beloofd de erfbelasting. De belastingdruk zal dankzij deze hervorming gevoelig dalen’.

Op basis van de beschikbare teksten analyseren we hierna de krachtlijnen van deze hervorming en kijken we of de doelstellingen van de regering behaald worden.

 De Krachtlijnen

In de voorbereiding van de onderhandelingen werden er alvast verschillende ambitieuze voorstellen gelanceerd. Zo was er sprake van een volledige vrijstelling voor de langstlevende partner, een algemene vrijstelling van € 250.000 voor elke erfgenaam en een specifieke regeling voor de beste vriend(in)….

Deze uitgebreide verlanglijstjes van de verschillende partijen werden echter al snel getemperd door de beperkte budgettaire mogelijkheden (uiteindelijk werd er € 139 miljoen vrijgemaakt). Er moest dus (zoals altijd) een compromis worden gezocht en als akkoord kwamen volgende maatregelen uit de bus:

-      Voor de langstlevende partner komt er een extra vrijstelling op de eerste € 50.000 roerende goederen

-      Voor kinderen die hun beide ouders verliezen én jonger zijn dan 21 jaar, komt er

o   een vrijstelling van € 75.000 op roerende goederen

o   én een vrijstelling op de woning van de ouders

-      De tarieven in de zijlijn worden aangepast waarbij:

o   het hoogste tarief van 65% verlaagd wordt tot 55%

o   het tarief op de eerste € 35.000 verlaagd wordt tot 25%

-      er wordt voorzien in een gedeeltelijke erfenissprong waarbij erfgenamen gedurende 1 jaar kunnen beslissen om hun deel van erfenis kosteloos door te geven aan hun eigen kinderen (generation skipping)

 Maar wat betekent dit nu concreet …

 Op het eerste zicht lijken dit allemaal zeer goede maatregelen en worden de termen zoals besparing, vrijstelling en een meer rechtvaardige belasting nogal in de verf gezet. Maar klopt dit wel? Op basis van de teksten die momenteel beschikbaar zijn, maken we alvast een eerste analyse.

 Nieuwe erfbelasting voor de Langstlevende partner

 Op heden heeft de langstlevende partner reeds een vrijstelling op zijn aandeel in de gezinswoning. In de toekomst komt er een extra vrijstelling op de eerste € 50.000 aan roerende goederen (zoals geld, beleggingen, kunst, ….). Op basis van de huidige tarieven (3% op eerste schijf van € 50.000) betekent dit een besparing van € 1.500.

Op basis van de beschikbare teksten is het momenteel onduidelijk hoe deze vrijstelling concreet toegepast moet worden. Zal het tarief op de eerste schijf van € 50.000 op nul worden gebracht en dient op de volgende schijf dan direct het tarief van 9% te worden toegepast? Of komt er een echte belastingvrije som van € 50.000 en wordt het overige vermogen dan belast volgens de huidige tarieven (dus opnieuw startend aan 3% en vervolgens 9% tot 27%)?

Het is uiteraard lovenswaardig dat de regering maatregelen invoert om de erfbelasting tussen partners te beperken. Het wordt immers als zeer onrechtvaardig aangevoeld dat de langstlevende echtgenoot een toch aanzienlijke erfbelasting moet betalen op het doorgaans samen gespaard vermogen. De hervorming die nu wordt ingevoerd kunnen we helaas maar als een zeer beperkte besparing zien.

Bovendien staat deze maatregel in schril contrast met de recente acties van VLABEL (de Vlaamse Belastingdienst) die met haar standpunten de laatste maanden stelselmatig alle planningstechnieken tussen echtgenoten tracht te kwalificeren als fiscaal misbruik. Zo denken we maar aan het einde van de sterfhuisclausule en het verrekenbeding (2  planningstechnieken die onder druk van VLABEL fiscaal onmogelijk werden gemaakt) en het recente standpunt omtrent het gebruik van een beding van aanwas.

Indien het de bedoeling was van de regering om tot een meer rechtvaardige belasting én rechtszekerheid te komen had zij misschien beter maatregelen genomen om de gekende planningstechnieken (die al decennialang aanvaard werden) te erkennen. Het invoeren van een beperkte belastingvrije som zal de planning tussen echtgenoten niet bevorderen.

 Nieuwe erfbelasting voor kinderen

 Ook voor kinderen voorziet het akkoord in een verlaging van de erfbelasting. Zo zullen kinderen onder bepaalde voorwaarden recht hebben op een belastingvrije som van € 75.000 wat resulteert in een besparing van € 3.750. Bovendien zullen zij geen erfbelasting moeten betalen op de woning van hun ouders.

Dit is uiteraard opnieuw een lovenswaardig initiatief maar door de opgelegde voorwaarden zal deze besparing in de praktijk maar slechts in uitzonderlijke gevallen toepassing krijgen. Zo is deze belastingvrije som enkel weggelegd voor kinderen die jonger zijn dan 21 jaar én die bovendien beide ouders verliezen.

De eerste beperking die wordt ingevoerd is de leeftijdsvoorwaarde van de kinderen. Deze wordt beperkt tot 21 jaar waardoor kinderen die ouder zijn geen recht hebben op deze vrijstellingen. Dit kan (en zal) dan ook leiden tot een fiscale ongelijkheid tussen kinderen die hun ouders verliezen. Zo zal het kind dat nog geen 21 jaar is geen erfbelasting moeten betalen op de eerste € 75.000 en zijn aandeel in de woning terwijl zijn broer of zus die op dat moment misschien net wel de leeftijdsgrens bereikt heeft de volle pot zal betalen.

Daarenboven is deze maatregel enkel voorzien voor kinderen die beide ouders verliezen. Bij het overlijden van een van de ouders is er dus geen recht op deze belastingverlaging. Rekening houdende met de evolutie van de nieuwe samenlevingsvormen leidt deze voorwaarde o.i. ook tot een zekere fiscale onrechtvaardigheid. Een kind van gescheiden ouders die bv. met zijn moeder leeft en geen contact meer heeft met zijn vader zal dus geen recht hebben op deze vrijstelling als zijn moeder komt te overlijden. Hij zal dus op de woning wel de normale erfbelasting betalen en niet kunnen genieten van een belastingvrije som.

Ook valt te betwijfelen of de regering met deze maatregel haar doelstellingen zal bereiken. De nieuwe erfbelasting moet immers leiden tot een vereenvoudiging en meer aansluiten bij de nieuwe samenlevingsvormen en de vrijheid die door het nieuwe erfrecht wordt gecreëerd. 

Wendy en Jan hebben samen 1 dochter Olivia. Na het overlijden van Wendy hertrouwt Jan met  Isabelle en krijgen zij samen nog een zoon Jeff. Het noodlot slaat toe en enkele jaren later komt ook Jan te overlijden. Jan was eigenaar van de gezinswoning en laat bovendien nog een aanzienlijke bankrekening na aan zijn 2 kinderen. Zowel Olivia als haar halfbroer Jeff erven een gelijk deel in de nalatenschap van hun vader maar Olivia is wees geworden (beide ouders zijn overleden) en krijgt dus een vrijstelling op haar aandeel in de woning en de eerste € 75.000 van de rekening. Jeff daarentegen is geen wees (want zijn moeder Isabelle leeft nog) en hij heeft dus geen recht op deze vrijstelling.

 Nieuwe erfbelasting voor de ‘zijlijn’

 Met de invoering van het nieuwe erfrecht wordt er meer vrijheid gecreëerd om een deel van uw vermogen na te laten aan verre of niet familieleden. Door de torenhoge tarieven voor deze categorie van erfgenamen dreigde deze vrijheid echter dode letter te blijven. Bijgevolg kondigde de Vlaamse regering al snel aan dat deze tarieven drastisch verminderd moesten worden.

tabel1.PNG

Door de aangekondigde hervorming valt het tarief van 65% weg (wordt 55%) en wordt een nieuw lager tarief van 25% voor de eerste € 35.000 ingevoerd. Dit zal voor deze erfgenamen in de toekomst uiteraard een belastingbesparing betekenen maar zal o.i. niet leiden tot de drastische verlaging van de erfbelasting.

In onderstaande tabel geven we een vergelijking bij een legaat van € 250.000 aan enerzijds een broer of zus en anderzijds een ‘vreemde’.

Knipsel2.PNG

De nieuwe tarieven leiden inderdaad tot een belastingbesparing maar met een totale belastingdruk van nog steeds bijna 50% valt te betwijfelen of de Vlaming nu massaal van deze mogelijkheid gebruik zal maken. Het verschil met het tarief van de schenkbelasting van 7% (dus op een schenking van € 250.000 betaalt men € 17.500 (7%)) blijft gigantisch waardoor een overwogen planning toch nog steeds aangewezen blijft.

 De erfenissprong

Tot slot wordt de gedeeltelijke erfenissprong (van grootouder naar kleinkind) mogelijk gemaakt. Vandaag is dit nog een alles-of-niets-verhaal. Een ouder die erft en zijn eigen kinderen al wil begunstigen, moet de volledige erfenis verwerpen. In de toekomst zal deze ouder kunnen beslissen om een deel te behouden en een deel te laten doorgaan aan zijn kinderen. Er wordt wel een termijn van 1 jaar ingesteld waarbinnen dit moet gebeuren.

Opnieuw is dit uiteraard een goede maatregel maar zelfs met deze nieuwe mogelijkheid blijven wij van mening dat het meer aangewezen is om in samenspraak met alle betrokkenen, dus grootouders, ouders en eventueel al de (klein)kinderen, deze generation skipping te bespreken en zelf te faciliteren.

 Conclusie

Vooreerst is het uiteraard van belang te vermelden dat bovenstaande analyse gebaseerd is op de teksten die een dag na de perscommuniqué beschikbaar zijn. Het zal van belang zijn de definitieve teksten af te wachten om een verdere conclusie te maken. De voorstellen worden binnenkort verder besproken in het Vlaams Parlement. Het is de bedoeling de nieuwe tarieven samen met het nieuwe federale erfrecht te laten ingaan op 1 september 2018

Op basis van de principes kunnen we echter concluderen dat de Vlaamse regering een verdienstelijke poging heeft ondernomen om de erfbelasting te hervormen en te verlagen. Of we nu kunnen spreken van een vereenvoudiging en drastische verlaging valt echter te betwijfelen. Het lijkt meer een akkoord tussen verschillende partij waarbij iedereen (een deel van) zijn slag moest thuishalen. Hierdoor blijft het nog verder wachten op de grote revolutie en zal de taks op verdriet de komende jaren nog steeds als een van de meest onrechtvaardige (vermogens)belasting aangevoeld worden.

Meer dan ooit blijft het dus aangewezen om tijdig te starten met een screening van uw eigen situatie om weloverwogen en goed geïnformeerd uw planning te kunnen uitwerken. Enkel met deze aanpak kan de nog steeds torenhoge erfbelasting verminderd worden en kan er gezorgd worden voor de nodige rechtszekerheid en gemoedsrust. En net dat moet het doel van een vermogensplanning zijn.

Het team van Sherpa Law heeft over de jaren heen een ruime expertise uitgebouwd in vermogensplanning en kan u derhalve met de nodige raad en daad bijstaan.

Voor meer informatie, kan u steeds contact opnemen met:

Peter Meeuwssen – peter.meeuwssen@sherpalaw.be

Robby Ackermans – robby.ackermans@sherpalaw.be