Contactpunt Regularisatie publiceert eerste FAQ over de EBA Quater

Vorige vrijdag verscheen op de website van het Contactpunt Regularisatie de eerste FAQ als toelichting bij de nieuwe fiscale regularisatieprocedure. Deze FAQ bevat hoofdzakelijk de krachtlijnen van de zogenaamde ‘EBA Quater’, dewelke reeds in ons vorig artikel werden besproken. Evenwel, biedt het Contactpunt Regularisatie hier en daar een aantal (praktische) verduidelijkingen. De verwachte illustratie van het beruchte schriftelijk bewijs bij de regularisatie van fiscaal verjaarde kapitalen blijft echter uit. Hieronder overlopen we kort de belangrijkste punten van deze FAQ.

  1. INLEIDING

Vooreerst wordt vastgesteld dat de FAQ vier grote hoofdstukken bevat, met name:

A. Indienen regularisatieaangifte

B. Berekening heffing

C. Betaling heffing

D. Gebruik gegevens regularisatieaanvraag

Per hoofdstuk omvat de FAQ een aantal vragen en antwoorden. In totaal zijn er 48 vragen en antwoorden.

     2.  INDIENING REGULARISATIEAANGIFTE

          A.  ALGEMEEN

De regularisatieaangifte kan online (www.ruling.be) of aan het onthaal van het Contactpunt Regularisatie (hierna: “CPR”) worden bekomen. Deze aangifte moet samen met de nodige bijlagen bij het CPR worden ingediend (zie vragen 1, 4 en 24). Een ingediende regularisatieaangifte kan – behoudens materiële vergissingen – nadien niet meer worden ingetrokken (vraag 36). Onder bijlagen verstaat het CPR kopieën van bancaire stukken, het fraudeschema, de bondige verklaring, e.d.m.

Het is belangrijk op te merken dat de bijgevoegde stukken die sommen of gegevens bevatten die niet zijn opgenomen in de vakken van de regularisatieaangifte, geacht worden geen deel uit te maken van de betrokken aangifte (vraag 23). De FAQ blijft nogal vaag over de inhoud van het fraudeschema en de bondige verklaring. De inhoud ervan is in ieder geval de autonome verantwoordelijkheid van de aangever (vraag 26) en dient door de aangever of diens gemachtigde te worden ondertekend (vraag 27). In die zin verschilt de huidige regeling niet van de vorige regelingen.

 De regularisatieaangifte kan worden ingediend door de belastingplichtige – natuurlijke persoon / rechtspersoon of diens gemachtigde (advocaten, erkende boekhouders en accountants, financiële instellingen, notarissen, enz.) (vragen 9-13). Gehuwde of wettelijke samenwonende partners kunnen elk een afzonderlijk regularisatieaangifte indienen (vraag 16).

De inhoud van de regularisatieaangifte werd reeds uitvoerig in ons vorig artikel besproken waar wij dan ook graag naar verwijzen.

De belastingplichtige draagt de (eind)verantwoordelijkheid voor de juistheid van de aangegeven bedragen. Logischerwijze kan het regularisatie-attest geen uitwerking hebben voor wat betreft de niet-aangegeven inkomsten, sommen, btw-handelingen en kapitalen. Fiscale en strafrechtelijke vervolgingen zijn in die hypothese dan ook niet uitgesloten (vraag 25).

Sinds de inwerkingtreding van de ‘EBA Quater’ is een spontane regularisatie bij een lokale inspecteur of de Bijzondere Belastinginspectie uitgesloten. Het CPR herinnert er de belastingplichtige aan om zich dus voortaan tot het CPR te wenden (vraag 2).

De regularisatie van gewestelijke belastingen (bv. erfbelasting en registratierechten) blijft tot nader orde uitdrukkelijk uitgesloten. Zoals eerder aangekondigd is het de bedoeling dat er overleg met de gewesten wordt opgestart om te voorzien in de regularisatie van de gewestelijke belastingen. De vraag rijst wat in tussentijd het lot zal zijn van beroepsinkomsten van het inkomstenjaar 2014. Deze vallen immers sindsdien ook onder de gewestelijke belastingen, maar kunnen (voorlopig) nog niet worden geregulariseerd. Vermits de EBA Quater slecht een éénmalig karakter heeft en de indiening van een tweede aangifte uitgesloten is, zullen regularisatieaangiften van dergelijke beroepsinkomsten – in afwachting van een samenwerkingsakkoord met de gewesten – wellicht uitblijven (zie vraag 7).

         B.  BIJZONDERE VRAGEN

Het CPR heeft geen bezwaar tegen de regularisatie van “zwarte” opbrengsten van een rechtspersoon op naam van de bedrijfsleider, indien de “zwarte” opbrengsten aan hem werden uitgekeerd (vraag 28). In geval van misbruik van vennootschapsgoederen, is het principieel ook de bedrijfsleider die zal dienen te regulariseren (vraag 31). Indien de vennootschap haar verdoken omzet aan niet-bedrijfsleiders (vb. de aandeelhouders) heeft uitgekeerd, kunnen de betrokken “zwarte” opbrengsten in hoofde van de rechtspersoon worden geregulariseerd (vraag 29).

De regularisatie van buitenlandse structuren ( vb. Stiftungs) geschiedt, zoals voorheen, transparant en dus door de oprichters en economische begunstigden (vraag 33). De specifieke taxatieregels m.b.t. juridische constructies worden derhalve de facto buiten spel gezet.

Fiscaal verjaarde kapitalen worden vermoed “zwart” te zijn. Het komt aan de belastingplichtige toe - aan de hand van schriftelijke bewijzen - aan te tonen dat de betrokken kapitalen destijds hun normaal fiscaal regime hebben ondergaan (vraag 34). Concrete voorbeelden van dergelijke schriftelijke bewijzen ontbreken. Er zou hiervoor een tweede FAQ in de maak zijn. Het niet-vermelden van de fiscaal verjaarde kapitalen in de aangifte biedt – bij gebrek aan schriftelijk bewijs – geen soelaas. In voorkomend geval zal het CPR de belastingplichtige uitnodigen om het nodig bewijs te verstrekken. Indien de belastingplichtige er niet in slaagt het vereiste bewijs te leveren, zullen de betrokken kapitalen alsnog aan de regularisatieheffing worden onderworpen. Hierbij is uitdrukkelijk bepaald dat de belastingplichtige – die zich niet kan vinden in de berekening van het CPR - de mogelijkheid beschikt om een jurisdictioneel beroep in te dienen bij de Rechtbank van Eerste Aanleg. Dit beroep dient evenwel vóór de betaling van de heffing en het afleveren van het attest worden ingediend (vraag 35). In dergelijk geval dient de belastingplichtige snel te handelen, vermits hij maar over 15 kalenderdagen beschikt om een vordering in rechte in te leiden.

      3.  BEREKENING HEFFING

De FAQ geeft verder ook een overzicht van de toepasselijke tarieven en verhogingen, alsook de toepasselijke regels inzake de eigenlijke berekening van de verschuldigde heffing, zonder enig ‘vernieuwend’ standpunt in te nemen (vragen 37-40, 42).

Het CPR stelt verder dat het jaar van de aangifte doorslaggevend is voor het tarief van de toepasselijke verhogingen. Een eventuele berekening en mededeling in een navolgend jaar heeft op het voormelde geen invloed (vraag 41).

      4.  BETALING HEFFING

Het CPR bevestigt voor de goede orde nogmaals de gekende gevolgen van definitieve betaling van de heffing, alsook de gevallen waarin het regularisatie-attest geen uitwerking heeft (vragen 44-45).

De betaling van de heffing moet – zoals eerder vermeld - definitief en zonder enig voorbehoud binnen de 15 kalenderdagen volgend op de verzendingsdatum van de uitnodiging tot betaling worden betaald (vraag 46).

      5.  GEBRUIK GEGEVENS REGULARISATIEAANVRAAG

Tot slot stelt de FAQ uitdrukkelijk dat de inlichtingen die naar aanleiding van de regularisatieaangifte werden verkregen, niet aan een andere dienst van de FOD Financiën zullen worden meegedeeld en evenmin kunnen worden aangewend in het kader van een fiscale controle (vragen 47 en 48).

De FAQ brengt voorlopig weinig bij aan de concrete uitwerking van de wettelijke bepalingen ter zake. Het blijft uitkijken naar de tweede FAQ en de ervaringen van de practici m.b.t. de nieuwe fiscale regularisatie dewelke wellicht meer duidelijkheid zullen brengen over de praktische uitwerking van de huidige regularisatieprocedure. In tussentijd dienen de practici vooral voort te bouwen op de ervaringen uit het verleden. Wordt zeker nog vervolgd.