Slapende vennootschappen: tijd om op te staan!

Recente wijzigingen in de gerechtelijke ontbindingsprocedure van vennootschappen

Bij wet van 17 mei 2017, in werking getreden op 12 juni 2017, werd de gerechtelijke ontbindingsprocedure van vennootschappen onder de loep genomen en aangevuld. Met deze wet wenst de wetgever hoofdzakelijk de problematiek van fictieve vennootschapszetels, slapende vennootschappen en spookvennootschappen aan te pakken. Om die reden werden de bevoegdheden van de kamer van handelsonderzoek uitgebreid en werd de macht van de vereffenaar vergroot.

 

 

1.

Slapende vennootschappen en spookvennootschappen zijn reeds langer een zorg van de wetgever, nu zij de rechtbanken en het parket nodeloos veel werk bezorgen. Daarenboven stelde de wetgever vast dat er een heuse markt is ontstaan in het doorverkopen van dergelijke vennootschappen, waarbij de controle door het Ondernemingsloket inzake basisbeheer en beroepsbekwaamheid op deze wijze wordt vermeden door de overnemer. Hierdoor worden economische operatoren uit dezelfde sector, die de verplichtingen wel naleven, benadeeld. Bovendien maakt de verborgen overdracht in een "gunstige anonimiteit" het mogelijk om de vennootschap te gebruiken als dekmantel voor illegale doeleinden. Redenen genoeg dus voor de wetgever om in te grijpen (Wetsvoorstel 28 juni 2016, Parl St 2015-16, nr. 1940/001, 3). De wet van 17 mei 2017 tot wijziging van diverse wetten met het oog op de aanvulling van de gerechtelijke ontbindingsprocedure van vennootschappen werd dan ook in het leven geroepen (BS 12 juni 2017).

2.

De wet van 17 mei 2017 wijzigt in eerste instantie art. 182 W. Venn. Voor de wetswijziging kon de gedwongen ontbinding van een vennootschap louter gebeuren op verzoek van het Openbaar Ministerie of een belanghebbende. Nu de wetgever meende dat ook de kamers voor handelsonderzoeken hierin een belangrijke rol kunnen spelen - zij kunnen immers nagaan of een onderneming effectief een activiteit uitvoert - voorziet art. 182 W. Venn. voortaan dat de rechtbank de ontbinding ook kan uitspreken na mededeling door de kamer voor handelsonderzoek.

Nu de wetgever oordeelde dat een regularisatie altijd mogelijk moet zijn als de vennootschap orde op zaken wil stellen, voorziet de wet nog steeds dat de rechtbank een regularisatietermijn kan uitspreken. Het dossier wordt ter opvolging terugverwezen naar de kamer voor handelsonderzoek. Zoniet kan de rechtbank de ontbinding uitspreken.

Wanneer de regularisatietermijn op verzoek van de belanghebbende of het Openbaar Ministerie wordt toegekend, bedraagt deze minimaal drie maanden. Na het verstrijken van deze termijn zal de rechtbank uitspraak doen op verslag van de kamer van handelsonderzoek.

Ondanks de mogelijkheid voor de kamer voor handelsonderzoek om het dossier over te maken aan de rechtbank, kan zij er nog steeds voor opteren om het dossier over te maken aan de Procureur des Konings, zonder dat dit gemotiveerd dient te worden.

3.

Ingevolge mededeling door de kamer voor handelsonderzoek op grond van artikel 12, § 5, van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen, kan de rechtbank hetzij een regularisatietermijn toekennen en het dossier voor opvolging terug verwijzen naar de kamer voor handelsonderzoek, hetzij de ontbinding van een vennootschap uitspreken :

  1. wanneer die vennootschap ambtshalve werd geschrapt met toepassing van artikel III.42, § 1, 5°, van het Wetboek van economisch recht;
  2. indien zij ondanks twee oproepingen met dertig dagen tussentijd, waarvan de tweede per gerechtsbrief, niet voor de kamer voor handelsonderzoeken is verschenen;
  3. indien de bestuurders of zaakvoerders ervan niet over de fundamentele beheersvaardigheden of niet over de beroepsbekwaamheid beschikken die voor de uitoefening van haar activiteit bij wet, decreet of ordonnantie worden opgelegd;

Deze ontbinding kan niet worden uitgesproken zolang er een procedure loopt inzake faillissement, gerechtelijke reorganisatie of ontbinding van de vennootschap.

Wanneer de rechtbank meent dat het dossier verder behandeld moet worden, wordt de betrokken vennootschap bij gerechtsbrief opgeroepen. Dit dient eveneens te worden meegedeeld aan het Openbaar Ministerie, die advies verleent wanneer de rechtbank hierom verzoekt.

Net zoals voor de wetswijziging, heeft de ontbinding uitwerking vanaf de datum van uitspraak, doch is zij slechts aan derden tegenwerpbaar vanaf bekendmaking hiervan, tenzij kan aangetoond worden dat deze reeds op de hoogte waren.

4.

Het vernieuwde artikel 182 W. Venn. voorziet nu ook dat de rechtbank hetzij de onmiddellijke afsluiting van de vereffening kan uitspreken, hetzij de vereffeningswijze bepalen en een of meer vereffenaars aanwijzen.

Wanneer de vereffening is beëindigd, brengt de vereffenaar verslag uit aan de rechtbank en legt hij, in voorkomend geval, aan de rechtbank een overzicht voor van "de waarden van de vennootschap en van het gebruik ervan". Wat hiermee bedoelt wordt, is volkomen onduidelijk. De Franstalige versie van de wettekst "une situation des valeurs sociales et de leur emploi" brengt al evenmin soelaas.

De rechtbank spreekt de afsluiting van de vereffening uit.

De rechtbank kan eveneens beslissen om geen vereffenaar aan te wijzen, indien geen enkele belanghebbende de aanwijzing van een vereffenaar vordert.

Elke belanghebbende kan binnen een jaar vanaf de bekendmaking van de ontbinding in het Belgisch Staatsblad de aanwijzing van een vereffenaar vorderen bij de rechtbank overeenkomstig artikel 184 W. Venn. Bij gebreke van een vordering binnen deze termijn van een jaar, worden de schulden van de vennootschap van rechtswege als oninbaar beschouwd, komen de activa van rechtswege toe aan de Staat en wordt de vereffening geacht te zijn gesloten. De griffie zorgt voor de bekendmaking van de sluiting van de vereffening in het Belgisch Staatsblad.

De activa die na de sluiting van de vereffening aan het licht komen, worden in consignatie gegeven bij de Deposito- en Consignatiekas. De Koning bepaalt welke procedure moet worden gevolgd voor de consignatie van de activa en wat er met die activa moet gebeuren ingeval nieuwe passiva aan het licht komen. Indien de activa evenwel later dan vijf jaar na de beslissing tot ontbinding aan het licht komen, komen zij van rechtswege toe aan de Staat.

5.

Daar waar in het kader van een faillissement bestuurders en zaakvoerders de verplichting hebben om mee te werken met een curator, gold dit nog niet ten aanzien van de vereffenaar, wat zijn macht beperkte.

Om die reden voerde de wetgever thans de artikelen 182/1-182/3 W. Venn. in, die de bestuurders en zaakvoerders van de betrokken vennootschappen de verplichting opleggen om gevolg te geven aan alle oproepingen van de vereffenaars en om deze alle vereiste inlichtingen te verschaffen.

Indien zij deze verplichting niet naleven, kan de rechtbank vanaf nu het verbod opleggen om persoonlijk of door een tussenpersoon, de functie van bestuurder, commissaris of zaakvoerder in een rechtspersoon, enige functie waarbij macht wordt verleend om een rechtspersoon te verbinden, de functie van persoon belast met het bestuur van een bijkantoor of het beroep van effectenmakelaar of correspondenteffectenmakelaar uit te oefenen. De rechtbank bepaalt de duur van dit verbod, dat maximaal drie jaar bedraagt, en spreekt zich uit over het verbod bij de afsluiting van de vereffening (art. 3quater, KB nr. 22 van 24 oktober 1934 betreffende het rechterlijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen, BS 27 oktober 1934).

Art. 182/3 W. Venn. voorziet voorts dat de vereffenaar "wie dan ook" kan horen in het kader van zijn onderzoek naar de oorzaak van de ontbinding en de toestand van de boekhouding.

De vereffenaars gaan onmiddellijk over tot verificatie en verbetering van de laatst neergelegde balans. Zij maken een balans op, overeenkomstig de regels en de beginselen van het boekhoudkundig recht, met behulp van de boeken en bescheiden van de gerechtelijk ontbonden vennootschap en met behulp van de inlichtingen die zij kunnen inwinnen. Zij leggen deze neer in het vennootschapsdossier ter griffie.

Indien de activa toereikend zijn om de kosten ervan te dekken, kunnen de vereffenaars de hulp inroepen van een accountant met het oog op de opmaak van de balans.

De rechtbank kan op verzoek van de vereffenaars de bestuurders en de zaakvoerders van de gerechtelijk ontbonden vennootschap hoofdelijk veroordelen tot betaling van de kosten voor de verbetering en opmaak van de balans.

6.

Het Wetboek van Vennootschappen voorziet tot slot voortaan dat niet enkel belanghebbenden, doch ook het Openbaar Ministerie de ontbinding van een vennootschap kan vorderen, wanneer het netto-actief van de vennootschap gedaald is beneden het minimumkapitaal.

7.

Voormelde bepalingen traden in werking op de datum van de publicatie van de wet, zijnde 12 juni 2017.

Voor vragen hieromtrent kunt u terecht bij Meester Tom VANRAES (tom.vanraes@sherpalaw.be) en/of Meester Bernd BOGAERTS (bernd.bogaerts@sherpalaw.be).