Vlaamse regering voert op haar beurt ook een fiscale regularisatie in

Uit een mededeling van de Vlaamse Minister van Financiën, Bart Tommelein, blijkt dat er ook in Vlaanderen een fiscale regularisatie komt voor wie zijn belastingen ontdoken heeft. Dat heeft de Vlaamse regering vandaag beslist door het voorontwerp van decreet goed te keuren. De regularisatie zou tijdelijk zijn en men zou eenmaal een bedrag kunnen aangeven. Officiële teksten zullen vanaf komende maandag 10 oktober beschikbaar zijn.

 Na de federale overheid (cf. onze vorige berichtgeving (eventueel met link: zie hem niet meer op website staan) wil dus ook Vlaanderen een eigen fiscale regularisatie invoeren. Deze regularisatie zal openstaan voor zowel particulieren als rechtspersonen. De regularisatie zal beperkt zijn tot sommen waarop zuiver Vlaamse belastingen zijn ontdoken, voor gemengde bedragen is een samenwerkingsakkoord nodig met de federale overheid en de gewesten. Die onderhandelingen zijn volop bezig. In de praktijk zal de Vlaamse regularisatie vooral over erfbelastingen gaan, al kan ze theoretisch ook van toepassing zijn op registratiebelastingen (verkooprecht, verdeelrecht, schenkbelasting). Vlaanderen kiest voor een tijdelijke regularisatie, tot 31 december 2020, dit in tegenstelling tot de permanente federale regeling. Enkel spontane aangiften zullen in aanmerking komen. Van zodra de Vlaamse Belastingdienst of het gerecht stappen heeft gezet of sancties heeft opgelegd, is regularisatie onmogelijk. De aangever geniet fiscale en strafrechtelijke immuniteit. Men zal slechts eenmaal een ontdoken som kunnen regulariseren. Bezwaar maken tegen een berekende heffing is onmogelijk.

 De Vlaamse regering wil blijkbaar vlakke tarieven hanteren voor de regularisatie. Ze maakt ook een onderscheid tussen verjaarde en niet-verjaarde bedragen. Voor niet-verjaarde ontdoken erfbelasting zou een tarief gelden van 35 procent voor de rechte lijn en 70 procent voor alle andere. Voor andere niet-verjaarde belastingen is het tarief 20 procent. Voor alle verjaarde bedragen betaalt de aangever 37 procent in 2017, jaarlijks komt daar één procent bij om te eindigen op 40 procent in 2020.

 Over dit voorontwerp zal nog advies worden ingewonnen van de SERV en nadien van de Raad van State. Zodra er meer details bekend zijn omtrent de inhoud van de regeling en de teksten zelf, brengen wij jullie uiteraard op de hoogte.