Gesplitste aankoop – tegenbewijs bedekte bevoordeling – ook federaal standpunt wordt bijgesteld !

We berichtten u hier reeds over het vernietigde standpunt 15004 van Vlabel inzake de gesplitste aankoop : een vóór de aankoop gedane schenking aan het kind, opdat die de aankoop van zijn deel blote eigendom kan financieren, hoeft niet meer geregistreerd te zijn om als tegenbewijs te gelden tegen het wettelijke vermoeden van een “bedekte bevoordeling”.

Vlabel heeft in de vernietiging onmiddellijk berust, zoals bekend.

Wij schreven toen dat ook het federale standpunt niet langer toepasbaar was, hoewel het niet formeel vernietigd was.

In een recente parlementaire vraag over het federale standpunt dienaangaande, antwoordde de minister van financiën als volgt :

Aangezien de Raad van State bij arrest van 12 juni 2018 heeft beslist dat er geen bedekte bevoordeling voorligt indien aangetoond wordt dat er een openlijk schenking heeft plaatsgevonden vóór de gesplitste aankoop, ongeacht de al dan niet registratie van die schenking in België, zal repertorium R.J. S. 9/06.07 in die zin worden herzien. Bij een gesplitste aankoop zal het tegenbewijs geleverd zijn indien het bewijs wordt voorgelegd van de schenking van de geldmiddelen aan derden voor zover die schenking een vaste datum heeft voor de aankoop van de blote eigendom.

Bij een gesplitste inschrijving zal het tegenbewijs geleverd zijn indien het bewijs wordt voorgelegd van een schenking van de blote eigendom van de effecten of van de geldmiddelen aan derden, voor zover dat bewijs vaste datum heeft voor de inschrijving.”

Ook voor inwoners van Brussel en Wallonië staat de voorafgaande belastingvrije schenking dus met zekerheid opnieuw te adviseren bij een geplitste aankoop, als men maar de nodige voorzorgen neemt om aan de schenking een vaste datum te verlenen.

Wie over dit alles graag meer informatie wenst, kan contact nemen met dirk.degroot@sherpalaw.be

Nieuwsflash - FOD Financiën publiceert FAQ omtrent registratie UBO-register – even adempauze

In ons nieuwsbericht d.d. 4 juli 2018 maakten we reeds melding van de verplichte UBO-registratie die op til was voor eind 2018. Het K.B. van 30 juli 2018 regelt inmiddels reeds de concrete uitvoeringsmodaliteiten van dit UBO-register. Voornoemd K.B. bepaalt o.a. welke entiteiten meldingsplicht hebben, welke informatie dient meegedeeld te worden, wie toegang heeft tot deze informatie en op welke wijze en onder welke voorwaarden men eventueel de toegang tot deze informatie kan beperken.

Het K.B. treedt in werking op 31/10/2018 zodat algemeen werd aangenomen dat de eerste registratie diende te geschieden uiterlijk één maand later, dus op 30/11/2018.

Gezien de naderende deadline en de vele onzekerheden die rezen omtrent de uitvoeringsmodaliteiten publiceerde de FOD Financiën begin deze week een FAQ (https://financien.belgium.be/nl/ubo-register ).

Uit deze FAQ blijkt nu alvast dat de einddatum inzake de registratieverplichting van uw uiteindelijke begunstigden (‘UBO’) uitgesteld is naar 31 maart 2019. Dat geeft iedereen alvast de kans de registratie degelijk voor te bereiden, onder meer door precies af te bakenen wie de te registreren UBO’s zijn. Het is een publiek geheim dat daarover vandaag nog onduidelijkheden voortleven.

Uiteraard worden eventuele wijzigingen en ontwikkelingen omtrent de UBO-registratie door ons team op de voet gevolgd en mag u bij eventuele vragen gerust contact opnemen bij alain.claes@sherpalaw.be, peter.meeuwssen@sherpalaw.be, robby.ackermans@sherpalaw.be of julie.raymaekers@sherpalaw.be.

Nieuwigheden in de registratiebelasting. Een gesprek met monKEY-expert Stephanie Allard

Gepubliceerd op 28-08-2018 op TaxWorld van Wolters Kluwer

De afgelopen tijd heeft de wetgever heel wat hervormingen doorgevoerd. Na het erfrecht (dat binnenkort in werking treedt) volgt het huwelijksvermogensrecht. Die hervorming heeft dan weer een niet te onderschatten invloed op de registratiebelastingen. Daarnaast heeft de Vlaamse decreetgever aan het Vlaamse verkooprecht gesleuteld. TaxWorld sprak met monKEY-expert over de impact van al deze wijzigingen op de praktijk.

Kunt u zichzelf kort voorstellen?

In 2014 studeerde ik cum laude af aan de Vrije Universiteit Brussel als Master in de rechten, afstudeerrichting fiscaal recht. Nadien voltooide ik de Master-na-Master Notariaat en specialiseerde ik mij in vermogensplanning met de Permanente Vormingscyclus Estate Planning eveneens aan de Vrije Universiteit Brussel.

Zowel tijdens als na mijn studies deed ik werkervaring op bij verscheidene Big Four accountantskantoren en een financieel advieskantoor. Sinds 1 september 2015 ben ik advocaat aan de Balie van Brussel en leg ik mij voornamelijk toe op het fiscaal recht en het familiaal vermogensrecht.

In juni hervormde de Vlaamse regering het verkooprecht. Kunnen we het ook een geslaagde hervorming noemen of bevat het toch enkele pijnpunten?

Op 1 juni 2018 trad in het Vlaams Gewest de nieuwe regeling met betrekking tot de verkooprechten in werking. De wijziging die het meest in het oog springt, is ongetwijfeld het feit dat het tarief bij aankoop van een gezinswoning worden geüniformiseerd tot 7 %.

Tot voor kort werd het tarief van de verkooprechten nog bepaald aan de hand van het kadastraal inkomen (KI) van de woning. Het kadastraal inkomen is een fictief inkomen dat overeenstemt met de gemiddelde jaarlijkse huuropbrengsten, die evenwel nog gebaseerd zijn op de huurprijzen van 1975. Op die manier betaalde een koper 10 % verkooprechten voor woningen met een KI hoger dan 745 euro. Had de woning een KI van maximum 745 euro, betaalde de koper een verlaagd tarief van 5 %. Voor een koper met drie of vier kinderen, werd het maximum KI opgetrokken tot 845 euro,  bij vijf of zes kinderen tot  945 euro en vanaf zeven kinderen tot 1.045 euro. Dit gunstregime werd ook het ‘klein beschrijf’ genoemd.

Een veel gehoorde kritiek was dat oude, grotere huizen toch in aanmerking kwamen voor de gunst van het klein beschrijf, omdat uitgevoerde verbouwingen niet werden aangegeven aan het kadaster. Daardoor was een verkoop van een woning met bv. een KI van 640 euro voor een bedrag van bv. 450.000 euro aan 5 % verkooprechten, geen alleenstaand geval.

Het KI vormt een verouderde basis, zodat de nood om de verkooprechten aan een ander systeem te koppelen, nijpend werd. Daarom werd dan ook beslist om gebruik te maken van één tarief dat afhankelijk is van de aankoopprijs.

Het standaardtarief is nu 10 %, met een verlaagd tarief van 7 % voor aankoop van een (eerste) gezinswoning. Wie een bescheiden woning koopt – met een aankoopprijs tot 200.000 euro – betaalt geen verkooprechten op de eerste schijf van 80.000 euro, wat neerkomt op een korting van 5.600 euro. Die korting geldt tot een aankoopprijs van 220.000 euro voor woningen of appartementen in de Vlaamse rand of in de kernsteden.

Met deze maatregel heeft Vlaanderen komaf gemaakt van het verouderde KI-systeem om de verkooprechten te bepalen en aldus een ongelijkheid uit de wereld geholpen, wat m.i. een goede zaak is.

In het gebruik van de aankoopprijs als basis voor de verkooprechten schuilt echter mogelijk ook een valkuil. Er kan druk ontstaan om de prijs onder de 200.000 euro te houden, gezien de korting op de rechten onder deze prijs. Om het risico van prijsbewimpeling tegen te gaan zal de Vlaamse Belastingdienst (VLABEL) structurele controles houden op de reële verkoopwaarde van de woningen op basis van een databank met ijkingspunten. Wanneer er een sterke indicatie is van prijsbewimpeling kan de reële verkoopwaarde worden herzien, waardoor de korting niet meer van toepassing is.

Minister Geens rijgt de ene hervorming na de andere aan elkaar. Zijn meest recente hervorming die in de kijker stond, is het huwelijksvermogensrecht. Nieuw daarbij is o.a. de anticipatieve inbreng van toekomstige echtgenoten, met een rechtstreeks effect op de registratiebelasting. Een nuttig instrument voor de tortelduifjes?

Eén van de wijzigingen van het huwelijksvermogensrecht betreft inderdaad de mogelijkheid tot het anticipatief inbrengen van onroerende goederen in de huwgemeenschap. Wanneer een ongehuwd koppel samen een onroerend goed aankoopt, behoort hen dit beiden toe in onverdeeldheid. Beslist het koppel om in het huwelijk te treden, zal dit onroerend goed een onverdeeld goed blijven, en komt het niet automatisch in de huwgemeenschap terecht. Het koppel zal het betrokken onroerend goed moeten inbrengen in de huwgemeenschap door middel van een (wijziging aan hun) huwelijkscontract. Dit betekent dat het koppel twee keer moet langs te gaan bij de notaris en bijgevolg twee keer hun portefeuille moet openen.

Door de invoering van de ‘anticipatieve inbreng’ wordt het voor niet-gehuwde koppels praktischer en goedkoper. Een anticipatieve inbreng houdt in dat wanneer de partners later in het huwelijksbootje stappen, het onroerend goed – samen aangekocht voor het huwelijk – tot de huwgemeenschap zal behoren, alsof zij het onroerend goed hadden ingebracht via een huwelijkscontract. Concreet betekent dit dat in de akte van eigendomsverkrijging reeds ‘anticipatief’ inbreng wordt gedaan van het betrokken onroerend goed in de toekomstige huwgemeenschap. Het koppel moet dan maar één keer beroep doen op een notaris.

Er zijn wel voorwaarden aan deze maatregel verbonden. Zo is het vereist dat het onroerend goed in volle eigendom toekomt aan het koppel en dat beide partners gelijk gerechtigd zijn in het onverdeeld onroerend goed. Een goede planning op voorhand blijft dus onontbeerlijk.

De federale overheid heeft met het hervormde erfrecht punctuele erfovereenkomsten in het leven geroepen. Vroegere schenkingen die in zo’n punctuele erfovereenkomst voorkomen, zijn onderhevig aan schenkbelasting. Minister Tommelein heeft echter geopteerd om dergelijke schenkingen in zo’n overeenkomst fiscaal gezien niet tot titel te strekken voor de heffing van de schenkbelasting. Wat houdt dit precies in?

Wanneer er in punctuele of globale erfovereenkomsten eerdere schenkingen worden vermeld, die op de datum van de erfovereenkomst niet zijn geregistreerd noch verplicht registreerbaar zijn, vormt – volgens gevestigde rechtsleer – de vermelding van deze schenkingen ‘in principe’ een titel voor de heffing van de schenkbelasting, vermits de vermelding gebeurt in het bijzijn van de schenker en de begiftigde. Een vermelding van een verklaring, afgelegd in aanwezigheid van schenker en begiftigde, wordt immers geacht titel te verschaffen.

Gezien dit partijen ervan kan weerhouden om gebruik te maken van de mogelijkheden die de nieuwe Erfwet beidt, werd er een nieuw artikel, m.n. artikel 2.8.3.0.5, aan de Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF) toegevoegd. Het eerste lid van het nieuwe artikel bepaalt dat de vermelding van een eerdere niet-geregistreerde schenking in een punctuele of een globale erfovereenkomst wordt geacht niet tot bewijs (“tot titel”) te strekken van die schenking. De vermelding van een eerdere niet-geregistreerde hand- of bankgift zal aldus geen aanleiding geven tot de heffing van schenkbelasting. Voorwaarde is wel dat partijen in of onderaan de notariële akte, die de erfovereenkomst vaststelt, bevestigen dat deze schenkingen hebben plaatsgevonden voor de datum waarop de erfovereenkomst werd gesloten.

Het kan echter de bedoeling zijn van de partijen of één van de partijen deze schenkingen, of sommige ervan, wél te onderwerpen aan de schenkbelasting, met het oog op het vermijden van de toepassing van de fictiebepaling van artikel 2.7.1.0.5 VCF (toepassing van erfbelasting op niet aan de schenkbelasting onderworpen schenkingen gedaan door de erflater binnen de drie jaar voor het overlijden) op het ogenblik van het overlijden van de schenker. Het tweede lid van de nieuwe bepaling biedt de partijen de mogelijkheid de wens te uiten, door middel van een fiscale verklaring, dat ze de in de erfovereenkomst vermelde schenkingen, of sommige ervan, toch aan de schenkbelasting willen onderwerpen. Op deze wijze kan de begiftigde zich de zekerheid ‘afkopen’ nadien niet meer belast te worden in de erfbelasting.

De Vlaamse erfenissprong of doorgeefschenking biedt voor heel wat families soelaas. Wat zijn de voorwaarden om zo’n vrijstelling van schenkbelasting te bekomen?

De erfenissprong of generatiesprong is tot nu toe steeds een alles-of-nietsverhaal geweest. De erfgenaam aanvaardt of verwerpt de nalatenschap van de decujus volledig. Gezien de stijgende levensverwachting erven mensen steeds op latere leeftijd, waardoor de erfopvolgers vaker de wens hebben om hun erfdeel, na aanvaarding, ofwel deels ofwel volledig door te schenken aan hun kinderen. Het decreet dat de Vlaamse erfbelasting hervormt, voorziet in de invoering van een eigen en nieuwe mogelijkheid om een erfenissprong te realiseren. Het nieuwe artikel 2.8.6.0.9 VCF bepaalt dat de schenking van goederen, verkregen naar aanleiding van een nalatenschap, binnen een jaar wordt vrijgesteld van schenkbelasting.

Deze flexibele erfenissprong (met vrijstelling van schenkbelasting) veronderstelt wel dat een aantal voorwaarden worden nageleefd:

Zo bedraagt de termijn om de doorgeefschenking uit te voeren één jaar, vanaf het overlijden van de erflater. De vrijstelling kan dus niet worden toegepast bij een schenking onder opschortende voorwaarde of termijn.

Deze termijn kan bovendien pas ontstaan indien de erflater overlijdt na 31 augustus 2018.

Daarenboven moet de erfgenaam de nalatenschap van de erflater hebben aanvaard en de Vlaamse erfbelasting hebben betaald.

Vervolgens kan de doorgeefschenking voor de notaris plaatsvinden wat dus inhoudt dat de schenking bij notariële akte gebeurt (omwille van het bewijs van het gegeven dat de termijn van één jaar is gerespecteerd).

Tot slot kan de vrijstelling die geldt in de schenkbelasting niet hoger zijn dan het bedrag van de erfbelasting die reeds werd geheven.

In het Waalse Gewest bereidt men ook een wijziging in de schenkingsrechten voor. Wat houdt die juist in?

In het Waals decreet houdende verscheidene fiscale bepalingen van 19 juli 2018 kondigt de Waalse regering verschillende fiscale wijziging aan. De ambitie van de Waalse regering is om zijn beleid af te stemmen op dat van de twee andere gewesten en de regels zoveel mogelijk te vereenvoudigen. Eerdere hervormingen inzake registratie- en successierechten zijn al op 1 januari 2018 in werking getreden. Het Waalse decreet trekt nu de lijn van hervormingen door op het gebied van schenkingen van onroerende goederen en erfovereenkomsten.

Ten eerste worden de tariefgroepen van de schenkingsrechten met betrekking tot onroerende goederen vereenvoudigd alsook verlaagd. Het nieuwe Waalse decreet voorziet nog slechts in twee tariefgroepen, m.n. een tariefgroep voor erfgenamen in rechte lijn, echtgenoten en wettelijk samenwonenden en een tariefgroep voor alle andere begiftigden.

Daarnaast wordt het aantal tariefschijven drastisch verminderd, met als resultaat dat er van de 39 tarieven nog slechts acht overblijven. Hieronder een overzicht:

Netto belastbare schijf                         In rechte lijn, echtgenoten,        Alle andere personen

                                                              wettelijk samenwonenden

0 euro – 150.000,00 euro                                   3 %                                            10 %

150.000,01 euro – 250.000,00 euro                   9 %                                            20 %

250.000,01   euro – 450.000,00  euro              18 %                                           30 %

Boven 450.000,00 euro                                    27 %                                           40 %

 

Verder schrapt het nieuwe Waalse decreet het voorkeurtarief voor de schenking van de gezinswoning.

Bovendien voorziet het Waalse decreet ook in een terugbetaling van schenkingsrechten indien er energiebesparende werken worden uitgevoerd in het onroerend goed dat wordt geschonken. De terugbetaling bedraagt 25 % van de gedane uitgaven met een maximum van 25.000,00 euro.

Tot slot wordt in het nieuwe Waalse decreet bevestigd dat, net zoals in het Vlaamse Gewest, op niet-geregistreerde schenkingen van roerende goederen opgenomen in een erfovereenkomst geen schenkingsrechten zullen worden geheven.

 

Stephanie Allard is advocate bij Sherpa Law en als monKEY-experte schrijft ze voor de module registratierechten.

Steeds meer mensen laten hun successieplanning niet langer doorkruisen door hun wilsonbekwaamheid en maken tijdig een zorgvolmacht op

Een zorgeloze oude dag, wie tekent daar op voorhand niet voor? Maar wat als u na een ongeval verder moet met een hersenletsel of op hogere leeftijd dement wordt, wie gaat er dan uw vermogensbelangen waarnemen? Het is raadzaam om op dergelijke noodlottigheden te anticiperen met een zorgvolmacht. Op die manier verschaft u uzelf nu al de nodige gemoedsrust voor wanneer u niet langer in staat bent om uw vermogen zelfstandig te beheren. Ook op het vlak van uw successieplanning bewijst de zorgvolmacht haar onmiskenbare waarde. En dat lijken steeds meer mensen tegenwoordig te beseffen…

Sinds 1 september 2014 bestaat de mogelijkheid om via een eenvoudige overeenkomst één of meerdere personen, lasthebbers, aan te duiden die dienen in te staan voor het beheer van uw vermogen tijdens de periode dat u tijdelijk dan wel permanent niet meer bekwaam zal zijn om dit beheer zelf waar te nemen. Die personen, al dan niet familieleden, kunnen tussenkomen bij de verkoop van een huis, het betalen van een rekening, het beheer van uw effectenportefeuille, de aangifte van uw belastingen,…rekening houdend met eventuele instructies die u hieromtrent in de zorgvolmacht hebt opgenomen.

Voordien was dit niet mogelijk en was men noodzakelijkerwijze aangewezen op een beslissing van de rechter tot aanstelling van een bewindvoerder, wiens bevoegdheden ook door de rechter werden bepaald. Een volmacht die men voordien had verleend met het oog op het beheer van zijn vermogen, kwam automatisch tot een einde van zodra de wilsonbekwaamheid intrad.

De wetgever heeft met de nieuwe regelgeving gekozen voor een systeem van relatief grote vrijheid voor degenen die het beheer van hun vermogen aldus willen veilig stellen voor het geval zij onbekwaam zouden worden. Er is geen rechterlijke controle of machtiging nodig vooraleer de zorgvolmacht in werking kan treden. De rechter treedt maar op indien er zich problemen stellen bij de uitvoering van de volmacht, zulks op verzoek van de lasthebber, de lastgever of andere belanghebbenden.

Zorgvolmachten in de lift

Uit cijfers die de Koninklijke Federatie van het Belgisch notariaat (Fednot) onlangs publiceerde, blijkt dat alsmaar meer mensen hun weg naar de zorgvolmacht vinden. Zo werden er in 2016 60% meer zorgvolmachten afgesloten dan in 2015. In 2017 bedroeg de stijging +51% in vergelijking met 2016, met gemiddeld zo’n 2.400 zorgvolmachten per maand. En die stijging zet zich ook door in 2018: in de eerste jaarhelft van dit jaar werden er al 19.103 zorgvolmachten geregistreerd in het CRL (Centraal Register van Lastgevingsovereenkomsten).

Successieplanning

De zorgvolmacht is tevens een doeltreffend instrument om uw vermogensplanning (verder) te regelen wanneer u onbekwaam wordt. Op voorwaarde dat u in uw zorgvolmacht in die mogelijkheid hebt voorzien, kan de persoon die u hebt aangeduid nog bepaalde daden stellen om uw successieplanning te regelen. U kan uw lasthebber bijvoorbeeld toelaten om schenkingen te doen. Dat is vooral interessant voor roerende goederen (geld, effecten), omdat de schenking daarvan tussen ouders en (klein)kinderen kan tegen het vlakke tarief van slechts 3 procent schenkbelasting in plaats van de progressieve tarieven tot 27 procent erfbelasting. Aan de hand van een zorgvolmacht kan de lasthebber nog tijdig een notariële schenking of een geregistreerde hand- of bankgift doen, hetgeen uw nabestaanden een aanzienlijke fiscale besparing kan opleveren. Maar ook ten aanzien van uw onroerend vermogen kan een zorgvolmacht haar nut bewijzen: zo kan u uw lasthebber de mogelijkheid geven om vastgoed te verkopen en daarna de som weg te schenken, of wijzigingen aan uw huwelijkscontract aan te brengen teneinde uw partner extra te beschermen.

Indien u geen zorgvolmacht hebt opgemaakt, zal de rechter uw vermogen onder bewind plaatsen en een bewindvoerder aanstellen. Deze persoon kan een vreemde zijn en zal uw vermogen verder beheren, onder toezicht van de rechter. Op het vlak van uw vermogens- en successieplanning zal er nog maar weinig bewegingsruimte zijn. Bepalend zal zijn of u de rechter kan overtuigen van uw persoonlijke wil om bepaalde handelingen te stellen. Slaagt u daar niet (meer) in, dan is het quasi uitgesloten dat uw bewindvoerder nog een schenking kan doen of een wijziging in het huwelijkscontract kan doorvoeren. Steeds zal het akkoord van de rechter gevraagd moeten worden. Ook dit kan u vermijden met een zorgvolmacht. Uw lasthebber zal dan zelf kunnen handelen zonder voorafgaande rechterlijke toestemming.

Conclusie

Een zorgvolmacht is absoluut geen overbodige luxe. Het document laat toe te anticiperen op een eventuele tijdelijke of permanente onbekwaamheid. Via de volmacht kan u op discrete wijze het beheer van uw vermogen organiseren voor het geval u dat later zelf niet meer zou kunnen, zonder dat daarvoor een rechter hoeft tussen te komen.

De nieuwe wetgeving geeft u bovendien de mogelijkheid om uw vermogensplanning via schenking verder te zetten, nadat u onbekwaam bent geworden.

Een zorgvuldige redactie van de volmacht op uw maat is wel erg belangrijk om de doeltreffendheid van de volmacht te garanderen en problemen bij de uitvoering ervan zoveel als mogelijk te vermijden. Het Estate Planning Team van Sherpa Law staat u hierin graag bij.

Voor meer informatie, contacteer:

Peter Meeuwssen – peter.meeuwssen@sherpalaw.be

Robby Ackermans  –  robby.ackermans@sherpalaw.be

Omzettingstabellen voor waardering vruchtgebruik bijgewerkt

Zoals de voorgaande jaren werden de tabellen voor de omzetting van het vruchtgebruik ook dit jaar weer geactualiseerd.

Het Belgisch erfrecht kent aan de langstlevende echtgenoot een recht van vruchtgebruik toe. Hierdoor heeft hij of zij recht op het genot en de opbrengsten van de goederen van de vooroverleden echtgenoot. Indien de vooroverleden echtgenoot afstammelingen nalaat, verkrijgt de langstlevende echtgenoot het vruchtgebruik op de gehele nalatenschap. Wanneer de langstlevende echtgenoot met andere erfgenamen dan afstammelingen tot de nalatenschap komt (vb. broers of zussen van de overleden echtgenoot), heeft het vruchtgebruik slechts betrekking op het eigen vermogen. De andere erfgenamen verkrijgen de blote eigendom.

Niet zelden wordt zo’n gedwongen vruchtgebruik-blote eigendom-relatie door de partijen als ongewenst ervaren. Daarom voerde onze wetgever reeds in 1981 de mogelijkheid in om dergelijke situaties te deblokkeren. Dit gebeurt door het vruchtgebruik om te zetten, hetzij In volle eigendom van de met vruchtgebruik belaste goederen, hetzij in een som geld of in een gewaarborgde en geïndexeerde lijfrente.

Het staat de partijen vrij om onderling overeen te komen welke waarde zij aan het vruchtgebruik toekennen. Komen zij echter niet tot een akkoord, dan moet men zich wenden tot de rechtbank. Decennialang leidde de waardering van het vruchtgebruik tot oeverloze discussies en de nodige rechtsonzekerheid. Aangezien er verschillende omzettingstabellen werden gehanteerd, die onderling sterk van elkaar verschilden en waarvan geen enkele wettelijk werd opgelegd, was een juiste waarde op het vruchtgebruik plakken zelfs voor de rechter geen evidente zaak.

Verplichte omzettingstabellen

In 2014 kwam hierin verandering door, in geval van betwisting, de rechter te verplichten de door de minister van Justitie vastgelegde omzettingstabellen te hanteren. De regels zijn ook van toepassing bij de verkoop van een met vruchtgebruik bezwaard goed waarbij vervolgens de verkoopprijs moet worden verdeeld tussen de vruchtgebruiker en de blote eigenaar.

De omzettingstabellen bepalen de waarde van het vruchtgebruik als een percentage van de normale verkoopwaarde van de goederen die vallen onder het vruchtgebruik. Daarbij houdt men rekening met een aantal factoren:

  • de gemiddelde rentevoet over de laatste twee jaar van de lineaire obligaties waarvan de maturiteit gelijk is aan de levensverwachting van de vruchtgebruiker. Om te vermijden dat bij lage rentevoeten het vruchtgebruik geen enkele waarde meer zou hebben, geldt hier steeds een minimale intrestvoet van 1%. Deze rentevoet wordt toegepast na aftrek van de roerende voorheffing;
  • de Belgische prospectieve sterftetafels die jaarlijks worden gepubliceerd door het Federaal Planbureau.

Omdat die factoren schommelen, worden de omzettingstabellen jaarlijks geactualiseerd. Zo dus ook voor 2018.

Er zijn aparte omzettingskoersen voor mannen en vrouwen. Dat komt omdat de levensverwachting van vrouwen nu eenmaal hoger is dan die van mannen.

Tenzij partijen anders zijn overeengekomen, gebeurt de waardering van het vruchtgebruik op basis van de dwingende omzettingstabellen, de verkoopwaarde van de goederen en de leeftijd van de vruchtgebruiker op de datum van de indiening van het verzoekschrift.

Wanneer de verwachte levensduur van de vruchtgebruiker evenwel manifest lager is dan het cijfer dat de tabel vooropstelt (bijvoorbeeld omdat hij of zij terminaal ziek is), kan de rechter hetzij de omzetting weigeren, hetzij de toepassing van de omzettingstabellen uitsluiten en andere omzettingsvoorwaarden bepalen.

Nieuw samengestelde gezinnen

In nieuw samengestelde gezinnen is het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot op de gehele nalatenschap in samenloop met stiefkinderen nog vaker een bron van conflicten. Het nieuwe erfrecht, dat in werking treedt op 1 september van dit jaar, creëert een nieuwe mogelijkheid om zo’n situaties te ontmijnen. Vanzelfsprekend kunnen de partijen het vruchtgebruik nog steeds in onderlinge overeenstemming omzetten. Bij betwisting zal de rechter een verzoek tot omzetting van de stiefouder of de stiefkinderen evenwel niet langer kunnen weigeren: hij zal verplicht zijn om het vruchtgebruik om te zetten in een onverdeeld aandeel van de nalatenschap in volle eigendom. Hoeveel dat aandeel bedraagt, wordt bepaald aan de hand van de omzettingstabellen en de leeftijd van de vruchtgebruiker. De langstlevende echtgenoot behoudt wel een vetorecht voor wat betreft de omzetting van het vruchtgebruik op de gezinswoning en het daarin aanwezige huisraad.

Fiscaal

De jaarlijks geactualiseerde omzettingstabellen gelden niet voor fiscale doeleinden, zoals bijvoorbeeld de aangifte van de nalatenschap. Daarbij gelden nog steeds de (erg verouderde) regels van de Vlaamse Codex Fiscaliteit en het Wetboek van Successierechten.

Leeftijd                      VCF                      Sterftetabel man                 Sterftetabel vrouw

50                              52 %                           31,54 %                                  33,79 %

55                              44 %                           27,35 %                                  30,01 %

60                             38 %                            21,75 %                                   25,55 %

65                              32 %                           17,93 %                                   20,26 %

70                             24 %                            14,38 %                                  16,55 %

75                             16 %                            10,98 %                                   12,86 %

80                             8 %                                7,94 %                                  9,39 %

85                             8 %                               5,45 %                                   6,46 %

90                             8 %                               3,66 %                                  4,29 %

Inwerkingtreding

Het nieuwe Ministerieel Besluit van 1 juli 2018 trad in werking op 13 juli 2018.

Bron: Ministerieel besluit van 1 juli 2018 tot bepaling van de omzettingstabellen van het vruchtgebruik als bedoeld in artikel 745sexies, § 3, van het Burgerlijk Wetboek, BS 3 juli 2018.

Het team van Sherpa Law heeft over de jaren heen een ruime expertise opgebouwd inzake bemiddeling bij familiale conflicten en kan u derhalve met de nodige raad en daad bijstaan.

Voor meer informatie, contacteer:

Peter Meeuwssen – peter.meeuwssen@sherpalaw.be

Robby Ackermans  –  robby.ackermans@sherpalaw.be

Anticipeer op mogelijke ongewenste effecten van het nieuwe erfrecht op uw successieplanning!

Op 1 september treedt het nieuwe erfrecht in werking. De nieuwe erfregels zullen ook van toepassing zijn op schenkingen die u in het verleden deed. Hierdoor sluit uw successieplanning mogelijks niet meer aan bij uw initiële doelstellingen en concrete wensen. Ingevolge de inwerkingtreding van het nieuwe erfrecht op 1 september zal de waarde van uw schenking vanaf dan immers geïndexeerd worden tot aan uw overlijden. Daardoor zullen oudere schenkingen bij uw overlijden zwaarder doorwegen dan de schenkingen die u recenter deed. Indien u wenst te vermijden dat de nieuwe erfregels op uw oude schenkingen worden toegepast, kan u een verklaring van behoud afleggen.

Een vroegere successieplanning kan ingevolge de inwerkingtreding van het nieuwe erfrecht ongewenste effecten teweegbrengen en uw initiële doelstellingen en wensen doorkruisen. De volgende twee voorbeelden illustreren dit:

1.     Evi heeft 2 kinderen, Mathias en Lennart, aan wie zij elk 25.000 euro schonk op hun 25ste verjaardag teneinde hen een duwtje in de rug te geven. De schenking aan Mathias dateert van 2006. Lennart is veel jonger en kreeg de geldsom pas in 2016 geschonken. In de ogen van Evi heeft elk kind evenveel gekregen. Onder het huidige erfrecht is dat inderdaad het geval: bij Evi’s overlijden zullen de geschonken bedragen worden ingebracht in haar nalatenschap aan de waarde op het ogenblik van de schenking. Onder het nieuwe erfrecht zal de inbreng echter gebeuren aan de waarde op het ogenblik van de schenking, geïndexeerd tot aan het overlijden van Evi op basis van de index van de consumptieprijzen. Aangezien de schenkingen op verschillende tijdstippen gebeurden en worden geïndexeerd, zullen de in te brengen bedragen niet meer gelijk zijn. Stel dat Evi komt te overlijden op 30 september 2018. Voor de schenking aan Lennart zal de waardestijging vooralsnog beperkt zijn. Zijn schenking zal na indexatie een waarde van 25.929 euro hebben. Voor de eerdere schenking aan Mathias zal de waardestijging echter veel zwaarder doorwegen. Zijn schenking zal na indexatie een waarde van 31.216 euro hebben. Mathias zal dus een hoger bedrag moeten inbrengen waardoor hij 5.287 euro minder zal ontvangen uit de nalatenschap van zijn moeder. Nog vervelender wordt het wanneer er bij Evi’s overlijden niets meer te verdelen valt en Mathias 2.643,50 euro moet betalen aan Lennart. Dit komt niet overeen met de wil van Evi. Om deze netelige situatie te vermijden moet Evi een verklaring  van behoud afleggen.

2.       Kristof bezit een familiebedrijf en heeft twee kinderen, Arnaud en Philippe. Arnaud is al jarenlang actief in het bedrijf en treedt in de voetsporen van zijn vader, terwijl de interesses van Philippe elders liggen. Kristof schonk een aantal jaar geleden de aandelen van zijn onderneming aan Arnaud, met voorbehoud van vruchtgebruik. Zo kon Kristof genieten van het vrijstellingstarief voor schenkingen van familiebedrijven en toch de dividenden blijven ontvangen die een welgekomen aanvulling vormen op zijn pensioen. Dankzij de inzet van Arnaud zijn de aandelen over de jaren heen flink in waarde gestegen. Onder het nieuwe recht zullen de aandelen in de nalatenschap moeten worden ingebracht volgens de waarde op het ogenblik van het overlijden van Kristof. Het betreft hier een uitzondering op de algemene regel dat inbreng en inkorting dienen te gebeuren op basis van de waarde ten tijde van de schenking, geïndexeerd tot aan het overlijden van de schenker. Ingeval er werd geschonken met voorbehoud van vruchtgebruik wordt de waarde van de schenking pas vastgelegd bij het uitdoven van het vruchtgebruik. Doorgaans is dat bij het overlijden van de schenker. De meerwaarde die ontstaan is tussen de datum van de schenking en het overlijden van de schenker zal voortaan dus gedeeld moeten worden tussen de kinderen. Dit vindt Kristof onbillijk, aangezien de groei van het bedrijf na de schenking volledig te danken is aan de inzet van Arnaud. Om aan deze oneerlijke situatie het hoofd te bieden kan Kristof een verklaring van behoud afleggen, waardoor de aandelen bij zijn overlijden in zijn nalatenschap moeten worden ingebracht aan de niet-geïndexeerde waarde op het ogenblik van de schenking, zoals hij het ook bedoeld had toen hij de aandelen schonk.

Verklaring van behoud

Indien u dus de ongewenste effecten van het nieuwe erfrecht op uw oude schenkingen wenst te vermijden, kan u voor de notaris een verklaring van behoud afleggen. Daarmee behoudt u de oude waarderingsregels voor al uw schenkingen die u vóór 1 september 2018 gedaan heeft. De waarde van uw roerende schenkingen wordt dan vastgeklikt op de dag van de schenking en wordt daarna niet meer geïndexeerd. Momenteel is voorzien dat u een verklaring van behoud kan afleggen tot 31 augustus 2018. Er ligt echter een wetsvoorstel op tafel dat deze termijn verlengd tot 31 maart 2019. En uit welingelichte bron vernamen wij dat deze deadline naar alle waarschijnlijkheid zal verschuiven naar 31 augustus 2019. Toch talmt u beter niet te lang, want bij een overlijden na 1 september valt u onder de nieuwe regels en komt een verklaring mogelijks te laat.  

Of een verklaring van behoud al dan niet wenselijk is, hangt af van de concrete omstandigheden van elke oude successieplanning. Wanneer u in het verleden eenzelfde goed schonk aan al uw kinderen op hetzelfde tijdstip zal de hervorming van het erfrecht geen nefaste gevolgen hebben. Dat de herwaardering op de ene dan wel op de andere wijze gebeurt, heeft dan immers weinig belang vermits ze op dezelfde manier voor al uw erfgenamen zal gelden, behalve eventueel ten aanzien van uw overlevende echtgenoot.

Indien u ervoor kiest om een verklaring van behoud af te leggen zullen de oude regels gelden voor alle schenkingen die u vóór 1 september 2018 hebt gedaan. Het is niet mogelijk om de oude regels te behouden voor de ene oude schenking en de nieuwe regels te laten gelden voor de andere oude schenking. Het alternatief hiervoor is om de afspraken inzake waardering op te nemen in een punctuele erfovereenkomst.

Fiscale gevolgen?

U vraagt zich waarschijnlijk af of zo’n verklaring van behoud aanleiding geeft tot de heffing van schenkbelasting, indien er in de verklaring schenkingen worden vermeld die in het verleden niet werden geregistreerd.

VLABEL heeft hierover duidelijkheid verschaft in een recent standpunt waarin zij stelt dat verklaringen van behoud geen aanleiding geven tot de heffing van schenkbelasting, zelfs al worden er in de verklaring schenkingen vermeld die niet aan schenkbelasting werden onderworpen.

Toekomstige schenkingen

Voor schenkingen die u doet na 1 september 2018 zullen in principe steeds de nieuwe waarderingsregels gelden. U kan echter ook voor toekomstige schenkingen de indexering buiten spel zetten, met name via een erfovereenkomst. Daarin kan u samen met uw kinderen de waarde van één of meer specifieke schenkingen vastprikken. Wel vereist is dat al uw kinderen daarmee akkoord gaan.

Testament

Ten slotte kan ook uw testament een onverwachte uitwerking krijgen door het nieuwe erfrecht. Ook dit illustreren we graag aan de hand van een kort voorbeeld: Daan heeft drie kinderen. Hij koos ervoor om via testament het beschikbaar deel van zijn nalatenschap na te laten aan zijn beste vriend Jens. Onder het huidige recht is drie vierde van zijn erfenis voorbehouden voor zijn kinderen en zal slechts één vierde toekomen aan zijn vriend Jens. Vanaf 1 september echter zal Jens de helft krijgen en zal de andere helft verdeeld worden over de drie kinderen. Dat er bij zijn overlijden zo weinig zou overschieten voor zijn kinderen had Daan bij de opmaak van zijn testament niet voorzien. Om hieraan tegemoet te komen kan Daan zijn testament herroepen en een nieuw testament opmaken. Een verklaring van behoud zal in dit geval geen zoden aan de dijk brengen. Zij is enkel van toepassing op schenkingen en niet op testamenten.

Conclusie

Wij raden u aan na te gaan of de initiële doelstellingen en concrete wensen die ten grondslag lagen aan uw oude successieplanning ook onder het nieuwe recht worden ingewilligd. Is dat niet meer (volledig) het geval, dan overweegt u best om een verklaring van behoud af te leggen. Zo vermijdt u immers onaangename verrassingen voor uw erfgenamen.

Het Estate Planning Team van Sherpa Law staat u graag te woord indien u vragen heeft over de impact van het nieuwe erfrecht op uw schenkingen of testament.

Voor meer informatie, contacteer:

Peter Meeuwssen – peter.meeuwssen@sherpalaw.be

Robby Ackermans  –  robby.ackermans@sherpalaw.be

Management Buy-In: spannend én uitdagend

Op Donderdag 7 juni organiseerde Sherpa Law in de Drongense S.M.A.K lounge, in samen werking met 3W Executive Interim Management alsook met onze partner Business Coaches Networks en Moore Stephens Belgium, een interactieve lezing omtrent Management Buy-In (MBI).

Filip Van de Vliet kwam zijn persoonlijke Management Buy-In ervaring delen. Lars Raedschelders gaf meer duiding over de financiering en juridische aspecten van een MBI.

Wat is Management Buy-In?

Een MBI is een vorm van bedrijfsovername waarbij een ervaren manager of ondernemer van buiten de onderneming, alleen of met een team, een geheel of een gedeeltelijk belang verwerft in een bestaande onderneming. De nieuwe eigenaar neemt vervolgens zelf de leiding in handen.

Filip is een 50-jarige ingenieur scheikunde met een mooi cv. Begin 2017 besloot Filip om zich met volledige toewijding op het MBI-project te storten. “MBI is niet zomaar iets dat je kan doen tussen de soep en de patatten”, weet Filip. 18 maanden later is hij medemanaging partner van het Business Coaches Network. Maar hoe is dit proces verlopen?

MBI 1.jpg

Een goede voorbereiding is cruciaal

Eens ik besloten had ervoor te gaan, komt het er op neer om het juiste bedrijf te vinden. Ga je voor een klein stuk van een groot bedrijf of voor 100% van een klein bedrijf? Het is heel belangrijk hiervoor grondig je huiswerk te maken en je netwerk te betrekken“, verduidelijkt Filip. “Er zijn verschillende manieren om in contact te komen met MBI-projecten, maar een eigen analyse en een proactieve benadering zorgen voor een grotere kans op slagen.

Volgens Filip is een MBI ook niet voor iedereen weggelegd. Zes cruciale voorwaarden om aan een MBI te starten zijn geduld, uithouding, lef, ondernemingszin, managementervaring en beschikbare fondsen. Ook is het voor de betrokken partijen belangrijk dat hun ego niet te groot is. “Je moet water bij de wijn kunnen doen of het wordt een onmogelijke uitdaging”, volgens Filip.

Je wil de sprong wagen! Maar wat nu? Een MBI is een multidisciplinaire oefening. Zo komen er verschillende rechtstakken bij te pas maar ook zijn er de bancaire en operationele aspecten. Het is belangrijk het juiste ‘deal team’ samen te stellen. Geen enkele MBI verloopt via dezelfde manier dus bestaat er geen standaardcontract.

Financiering: geen sinecure

Ook de financiering dient een weloverwogen keuze te zijn. Een louter private aankoop is zelden aangewezen. Je kan namelijk enkel het interestgedeelte aftrekken voor je persoonlijke belastingen. Hierdoor zit je met een grote fiscale lekkage waardoor je een heel grote omzet moet draaien. Bij een aankoop via holding is een cashdeviatie vereist. In de praktijk gaat men hier soms te licht over met weinig aandacht voor de fiscale consequenties. Er dient een uitgekiend plan opgesteld te worden dat rekening houdt met enorm veel (gekende en minder gekende) technische voorwaarden.

Voor het comfort van de overname en de overnemer is er ook de mogelijkheid dit te doen in combinatie met ‘debt push down’. Dit betekent dat de financiering van de overname gebeurt met middelen van de target. “Het is geen eenvoudig proces, maar het maakt de overdracht juridisch en financieel wel veel eenvoudiger” legt Lars uit. Voor de uitgebreide technische uitleg verwijzen we u graag naar de slides.

MBI 2.jpg

Het onderhandelingsproces

Naarmate het onderhandelingsproces vordert, stijgt ook de aansprakelijkheid. Zoals duidelijk blijkt uit bovenstaande tabel. Daarom is het cruciaal om een goede letter of intent (LOI) op te stellen. Deze bevat de voorwaarden waarvoor partij(en) bereid is/zijn om onderhandelingen voort te zetten of om een overeenkomst aan te gaan. Het heeft een drieledig doel:

1.       Uitlijnen van het overnameproces

2.       Creëren van beschermingsmechanismen tijdens of bij afbreking van de onderhandeling

3.       Limiteren van de risico’s op financieel vlak en/of tijdsverlies

Met een iets uitgebreidere LOI vermijd je dus verrassingen en kosten achteraf.

Voor meer informatie omtrent Management Buy-In kan je de verschillende partners vrijblijvend contacteren. Wij helpen jou met plezier verder tijdens dit spannend maar uitdagend proces.

Interesse in MBI? Volg onze website en blijf op de hoogte van ons aankomende event in oktober.

MBI 3.jpg

Het UBO-register komt er snel aan !

De oprichting van het register van de uiteindelijk begunstigde, bekend als het UBO-register, komt eraan. Deze verplichting wordt opgelegd door de Vierde Antwitwasrichtlijn.

Tijdens de maand augustus zullen alle bedrijven en rechtspersonen zich kunnen registreren in de applicatie die wordt beheerd door de FOD Financiën, Afdeling Thesaurie.

Teneinde alle betrokkenen op de best mogelijke manier te informeren en voor te bereiden, geven we hieronder een kort overzicht van dit UBO-register.

In de loop van de volgende weken zal het register van de uiteindelijke begunstigden, ook het UBO-register genoemd (dat staat voor Ultimate Beneficial Owner, de Engelse term voor uiteindelijke begunstigde), online beschikbaar zijn. Alle juridische ondernemingen en entiteiten zullen met het register verbinding kunnen maken en zullen verplicht worden om de informatie over hun uiteindelijke begunstigde(n) te registreren.

  • Wat is het UBO-register?

Het UBO-register is een centraal register van de uiteindelijke begunstigden van ondernemingen, (internationale) vzw’s, stichtingen, trusts en fiducieën.

Dergelijke entiteiten zijn verplicht:
- om gepaste, accurate en bijgewerkte informatie over hun uiteindelijk begunstigde(n) bij te houden, met inbegrip van verduidelijkingen over de aard en de omvang van het effectieve belang,
- om het UBO-register van de eerder genoemde informatie op de hoogte te brengen (Alle wijzigingen van die informatie moeten ook binnen de maand worden geregistreerd)

  • Wie is betrokken?

De ondernemingen, (internationale) vzw’s, stichtingen, trusts, fiducieën en andere vergelijkbare juridische constructies zijn verplicht om de informatie over hun uiteindelijke begunstigde(n) in het register te plaatsen via hun wettelijke vertegenwoordigers die verantwoordelijk worden gehouden voor de juistheid van de gegevens in het register.

  • Hoe registeren?

U kunt het UBO-register raadplegen via het portaal MyMinfinPro of via de website (tabblad E-services, UBO-register).
Een FAQ en een gebruikershandleiding in verband met de toepassing worden in de loop van de maand augustus beschikbaar om u te ondersteunen bij de registratie van uw gegevens in het register.

  • Newsletter

Er wordt een Newsletter gemaakt waarin informatie aan de betrokken personen en entiteiten wordt bezorgd.
Daarin staan de recentste inlichtingen en updates over het UBO-register.

Interesse? Aarzel niet om een inschrijvingsformulier in te vullen en terug te sturen naar dit mailadres

Wenst u meer informatie? Heeft u een vraag? Aarzel niet om onze website te raadplegen of Alain Claes per e-mail te contacteren .

 

Vijfde antiwitwasrichtlijn (EU 2018/843) gepubliceerd !

Iets meer dan 3 jaar na de de publicatie van Vierde Antwitwasrichtlijn (EU 2015/849) op 5 juni 2015, voert Europa de strijd tegen het witwassen nogmaals verder op. Op 19 juni 2018 werd in het Publicatieblad immers de "Richtlijn EU 2018/843 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van de Richtlijn 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/138 EG en 2013/36/EU" gepubliceerd.

We overlopen hierna kort de belangrijkste wijzigingen:

1. Uitbreiding toepassingsgebied

Er worden een aantal bijkomende personen onderworpen aan de verplichtingen van de strijd tegen witwassen:

  • iedere persoon die zich ertoe verbindt als voornaamste bedrijfs- of beroepsactiviteit, rechtstreeks of via andere met hem gelieerde personen materiële hulp, bijstand of advies op belastinggebied te verlenen (elke fiscale adviseur wordt geviseerd);

  • vastgoedmakelaars moeten ook geviseerd worden als zij enkel optreden als tussenpersoon bij de verhuur van onroerend goed, maar alleen met betrekking tot transacties waarvoor de maandelijkse huurprijs 10 000 EUR of meer bedraagt (merk op dat in België vastgoedmakelaars al geviseerd worden indien zij tussenkomen bij de bemiddeling van verhuur);

  • aanbieders die zich bezighouden met diensten voor het wisselen tussen virtuele valuta en fiduciaire valuta en aanbieders van bewaarportemonnees (virtuele munten worden dus geviseerd) (er moet ook voorzien worden in een registratieverplichting voor deze aanbieders);

  • personen die handelen in of als tussenpersoon optreden bij de handel in kunstwerken, ook wanneer deze handel wordt uitgevoerd door kunstgalerijen en veilinghuizen, indien de waarde van de transactie of een reeks van onderling samenhangende transacties 10 000 EUR of meer bedraagt en personen die kunstwerken opslaan of verhandelen of als tussenpersoon optreden bij de handel in kunstwerken wanneer deze wordt uitgevoerd door freeports, indien de waarde van de transactie of een reeks van onderling samenhangende transacties 10 000 EUR of meer bedraagt (kunsthandel wordt dus geviseerd).

2. Verdere verscherping identificatie- en waakzaamheidsverplichting

Er wordt verduidelijkt dat niet alleen nieuwe cliënten maar ook bestaande cliënten kunnen onderworpen worden aan cliëntenonderzoeksmaatregelen naargelang de risicogevoeligheid. Tevens wordt er verduidelijkt dat voor bepaalde transacties (complex, ongebruikelijk groot, ongebruikelijk patroon, geen duidelijk economisch of rechtmatig doel) er meen aandacht zal moeten besteed worden aan de achtergrond en het doel van de verrichting.

Voor geïdentificeerde derde landen met een hoog risico dienen er verscherpte cliëntonderzoeksmaatregelen te worden toegepast.

De gegevens die nodig zijn om trusts en andere juridische constructies en hun uiteindelijke begunstigden te bepalen worden verder verduidelijkt.

Elke lidstaat moet een lijst aanleggen van de exacte functies die beoogd worden als prominente publieke functies (PEP's) en dient deze lijst up-to-date te houden. Deze lijsten zullen door de Europese Commissie gebundeld worden tot één lijst en openbaar gemaakt worden.

Er worden tevens bijkomende vereisten voorzien die de lidstaten moeten opleggen teneinde het UBO-register volledig en accuraat te houden. Lidstaten kunnen voorzien dat informatie uit het UBO-register beschikbaar wordt gesteld op voorwaarde dat de persoon die inzage wenst, zich online registreert en een vergoeding betaalt, die niet meer mag bedragen dan de administratieve kosten voor het beschikbaar stellen van de informatie, met inbegrip van de kosten voor het bijhouden en ontwikkelen van het register.  Deze toegang kan wel beperkt worden indien dit de uiteindelijk begunstigde zou blootstellen aan een onevenredig risico, een risico op fraude, ontvoering, chantage, afpersing, pesterijen, geweld of intimidatie of indien de uiteindelijkbegunstigde minderjarig of anderszins handelingsonbekwaam is. De nationale UBO-registers zullen worden gekoppeld via een Europees platform.

3. Centraal register van houders van rekeningen/kluizen en onroerende goederen.

De lidstaten voorzien in gecentraliseerde automatische mechanismen, zoals centrale registers of centrale elektronische systemen voor gegevensontsluiting, die de tijdige identificatie mogelijk maken van alle natuurlijke of rechtspersonen die houder zijn van of zeggenschap hebben over betaalrekeningen en bankrekeningen met een IBAN-identificatienummer, alsook over kluizen die worden aangehouden door een kredietinstelling op hun grondgebied. Deze registers zullen toegankelijk moeten zijn voor de FIE's.

De lidstaten verlenen de FIE’s en de bevoegde autoriteiten toegang tot informatie die het mogelijk maakt alle natuurlijke of rechtspersonen die eigenaar zijn van onroerend goed, tijdig te identificeren, onder meer door middel van registers of elektronische systemen voor gegevensontsluiting voor zover dergelijke registers of systemen beschikbaar zijn.

Uiterlijk tegen 31 december 2020 zal beslist worden of een koppeling van deze registers op Europees niveau aangewezen is.

4. Betere doorstroming informatie

Bevoegde autoriteiten en andere FIE's (financiële inlichtingseenheden) moeten vrij toegang krijgen tot het UBO-register.  De bevoegde autoriteiten zijn deze waaraan taken zijn toegewezen op het gebied van de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering, alsook belastingautoriteiten, toezichthouders van meldingsplichtige entiteiten en autoriteiten die de opdracht hebben het witwassen van geld, daarmee verband houdende basisdelicten en terrorismefinanciering te onderzoeken of te vervolgen en criminele activa op te sporen en in beslag te nemen of te bevriezen en te confisqueren.

De riscoanalyse op Europees niveau en op niveau van elke lidstaat zullen moeten worden gecommuniceerd onderling opdat men er kennis kan van nemen. Dit sluit aan bij de cascade-regeling die reeds voorzien werd bij de Vierde Antiwitwasrichtlijn opdat elke sector, maar ook elke entiteit kan overgaan tot een eigen risicoanalyse op basis van de analyses die reeds werden uitgevoerd.

Lidstaten kijgen ook heel wat verplichtingen om beter statistisch materiaal te verzamelen om de strijd tegen witwassen beter te kunnen opvolgen.

Tevens moet er een betere internationale samenwerking komen.

De Wet van 18 september 2017 wordt thans geïmplementeerd in de diverse bedrijfssectoren, maar het is duidelijk dat men zich al kan voorbereiden dat er nog nieuwe maatregelen zullen volgen. Implementatie moet gebeuren uiterlijk 10 januari 2020.

Wie vragen heeft over dit alles kan gerust contact nemen met alain.claes@sherpalaw.be

Vernietiging standpunt 15004 over gesplitste aankoop en gesplitste inschrijving – update

Aloude interpretatie inzake “bedekte bevoordeling” en tegenbewijs herleeft

Dat de Raad van State het omstreden standpunt 15004 van Vlabel vernietigde, is ondertussen welbekend.

Vlabel heeft in een bericht op zijn website gesteld dat hij “bij toekomstig te behandelen dossiers het vernietigde standpunt niet zal langer toepassen.”

Even kon nog twijfel rijzen over de vraag hoe deze mededeling moest gelezen worden : uit een louter formele lezing zou dan besloten kunnen worden dat Vlabel het vernietigde standpunt als dusdanig niet meer automatisch zou toepassen (wat logisch is, wegens de vernietiging ervan). Daarmee was echter niet gezegd dat Vlabel ook de wetsinterpretatie die tot dit standpunt had geleid, zou achterwege laten. In de wandelgangen vernemen wij thans dat Vlabel ook afstand neemt van de (fout gebleken) interpretatie van het begrip “bedekte bevoordeling” en dat aldus de aloude interpretatie inzake het tegenbewijs weer aanvaard wordt : een voorafgaande schenking kan dus het vermoeden van een bedekte bevoordeling ontkrachten, ook al werd zij niet onderworpen aan de schenkbelasting.

Indien u belast werd door toepassing van dit vernietigde standpunt

Vlabel meldt dat een bezwaar kan worden ingediend binnen de drie maanden na verzending van het aanslagbiljet. Dit is natuurlijk correct.

Wij zijn van mening dat zich een vijfjarige termijn opent om teruggave van erfbelasting te vragen, hetzij vanaf 1 januari van het jaar waarin de aanslag gevestigd werd (toepassing van artikel 3.6.0.0.1 VCF – ambtshalve ontheffing), mogelijks zelfs vijf jaar vanaf 1 januari 2018 (toepassing van artikel 3.6.0.0.4 VCF – vermindering van het actief van de nalatenschap).

We geven nog mee dat ook voor Brusselse en Waalse successies een vergelijkbaar standpunt werd uitgevaardigd met betrekking tot de gesplitste aankoop. Hoewel dit niet vernietigd werd door de Raad van State (het vernietigingsberoep was enkel gericht tegen het Vlaamse standpunt), is het vandaag duidelijk dat ook deze standpunten gebaseerd zijn op een foutieve wetsinterpretatie. Wij menen dat ook erfgenamen die door het Brusselse of Waalse Gewest werden belast ingevolge deze wetsinterpretatie, teruggaaf kunnen vragen.

Voor de praktijk van estate planning

Het ziet er dus naar uit dat de niet-geregistreerde schenking met voorbehoud van vruchtgebruik weer kan aangewend worden zoals vroeger, zodat ook de Nederlandse route weer geopend is.

Het uitkeren van de burgerlijke vruchten uit de maatschap, zoals velen sedert boekjaar 2017 hebben gedaan, is door de vernietiging van het standpunt ook niet meer nodig.

Wie vragen heeft over dit alles kan gerust contact nemen met robby.ackermans@sherpalaw.be, peter.meeuwssen@sherpalaw.be, dirk.degroot@sherpalaw.be.