Sherpa Law's Tax Litigation practice has been again listed in the Who's Who Legal guide for tax controversy work.

Sherpa Law's Alain Claes is again listed as leading tax controversy lawyer in the 2018 edition of Who's Who Legal : Corporate Tax - Tax Controversy.

This year’s edition of Who’s Who Legal: Corporate Tax - Controversy - Lawyer identified 375 outstanding Tax Controversy Lawyers spread across 58 jurisdictions. The lawyers in this guide are selected for their impressive work over recent months handling complex cases for domestic and international clients across a broad range of industries.

View the full list of recommended practitioners

UBO-register - Update inzake gesplitste eigendom

2018 was op juridisch vlak een jaar vol fundamentele veranderingen. Eén van die vernieuwingen was het Belgisch UBO-register. In onze nieuwsbrieven d.d. 4 juli en 27 september 2018 verwezen we reeds uitgebreid naar de komst, de werking en de mogelijke implicaties van het UBO-register. Echter, tot op heden rezen er nog veel onzekerheden over de uitvoeringsmodaliteiten.

Eén van deze onzekerheden had betrekking op de vraag wie als UBO geregistreerd dient te worden wanneer er sprake is van een gesplitste eigendom (in blote eigendom – vruchtgebruik) van een aandeel of deelbewijs. Het is namelijk zo dat op basis van het KB van 31 oktober 2018 en de verklarende toelichting voor vennootschapen en maatschappen (categorie 1) als UBO wordt aangemerkt: iedere natuurlijke persoon die rechtstreeks of onrechtstreeks 25% van de stemrechten of eigendomsrechten in de respectievelijke vennootschap/maatschap aanhoudt. Echter, bij een gesplitste eigendom is het zo dat het stemrecht enerzijds wordt toegewezen aan de vruchtgebruiker zodat deze alleszins kan kwalificeren als UBO op basis van een toereikend percentage stemrechten. Anderzijds heeft de blote eigenaar geen stemrecht, doch vertegenwoordigt de deelneming van de blote eigenaar zeker een percentage in het kapitaal van de vennootschap/maatschap, wat zou kunnen duiden op eigendomsbelang. Op 3 oktober 2018 werd de Minister van Financiën verzocht duidelijkheid te scheppen omtrent deze situatie.

De juridische dienst bij de Algemene Administratie van Thesaurie heeft nu bevestigd dat wanneer de eigendom van de stemrechten of aandelen van het kapitaal bezwaard is met zakenrechten tussen de blote eigenaar en de vruchtgebruiker, en het toereikend percentage van 25% overschreden is, zowel de blote eigenaar als de vruchtgebruiker geregistreerd moeten worden als UBO. Indien aldus sprake is van een bezit of van controle van meer dan 25% van het kapitaal of van de stemrechten van de informatieplichtige, zal ofwel de blote eigenaar ofwel de vruchtgebruiker ofwel beiden geregistreerd moeten worden. De hoedanigheid van vruchtgebruiker of blote eigenaar moet worden gepreciseerd in het voorziene veld “opmerkingen”.

Normaliter zal FOD Financiën in de nabije toekomst een nieuwe FAQ hieromtrent publiceren. Verdere wijzigingen en ontwikkelingen binnen het UBO gebeuren wordt door ons team uiteraard op de voet gevolgd. Voor eventuele vragen mag u gerust contact opnemen met peter.meeuwssen@sherpalaw.be, robby.ackermans@sherpalaw.be of alain.claes@sherpalaw.be.

Julie Raymaekers

Peter Meeuwssen

Robby Ackermans

Verklaring van behoud (na hervorming erfrecht)

Op 1 september 2018 is het hervormde Erfrecht in België in werking getreden. De nieuwe wetgeving geeft onder meer de erflater meer vrijheid om zijn erfenis te regelen, maar wijzigt ook de manier waarop bij overlijden schenkingen in rekening gebracht worden, met name de regels betreffende inbreng en inkorting. Het is op dit vlak dat een verklaring van behoud uitwerking kan hebben.

Regels van inbreng en inkorting

Een schenking kan op twee manieren gebeuren, afhankelijk van de intentie van de schenker:

  • Een schenking als voorschot op erfdeel bewaart in principe de gelijkheid tussen de erfgenamen. Bij overlijden van de schenker zal de begiftigde-erfgenaam de schenking moeten inbrengen in de nalatenschap, zodanig dat (de waarde van) deze goederen, samen met de nog aanwezige goederen in de nalatenschap worden herverdeeld over alle erfgenamen en de gelijkheid tussen de erfgenamen op deze manier bewaard wordt.

  • Door middel van een schenking buiten erfdeel beoogt de schenker de begiftigde iets extra te geven. Schenkingen buiten erfdeel moeten niet worden ingebracht, maar moeten worden aangerekend op het beschikbaar deel (i.e. het deel van het vermogen waarover de erflater vrij kan beschikken, zonder dat de reservataire erfgenamen hierop aanspraak kunnen maken). Wanneer het beschikbaar deel toch wordt overschreden door een schenking, kunnen de reservataire erfgenamen een vordering tot inkorting instellen.

De oude regels omtrent inbreng en inkorting waren geenszins samenhangend; ze verschilden naargelang het ging om roerende of onroerende goederen, alsook naargelang het ging om inbreng of inkorting.

Nieuwe regels

In het nieuwe Erfrecht is er geen verschil meer tussen de waardering van schenkingen van een roerend en onroerend goed. De waardering gebeurt uniform op het ogenblik van de schenking (althans indien de begiftigde op dat ogenblik de volle beschikking over het geschonken goed heeft gekregen) en deze respectievelijke waarde zal worden geïndexeerd (op basis van de index van consumptieprijzen) tot het overlijden van de schenker. De inbreng en de inkorting gebeuren onder het nieuwe erfrecht in de regel ook uitsluitend in waarde.

Deze nieuwe erfregels zijn van toepassing op alle nalatenschappen die opengevallen zijn of openvallen vanaf 1 september 2018, met andere woorden ook voor schenkingen gedaan vóór 1 september 2018. De nieuwe regels kunnen dus onverwachte gevolgen hebben voor uw successieplanning.

Om die reden heeft de wetgever voorzien dat iedere schenker individueel een verklaring van behoud kan afleggen voor de (Belgische) notaris. Via deze verklaring kan de schenker opteren om de oude regels inzake de waardering van schenkingen en de wijze van inbreng of inkorting toe te passen op schenkingen verricht vóór 1 september 2018.

Voorbeeld 1

Een moeder met twee kinderen wenst aan successieplanning te doen. Het oudste kind is 21 jaar, maar het jongste is nog minderjarig. De moeder wenst haar buitenverblijf aan de Belgische kust te schenken aan beide kinderen. Gezien de minderjarigheid van het jongste kind besluit de moeder om de schenking van het appartement enkel aan de oudste te doen, maar wel op voorschot van erfdeel, zodat de kinderen gelijk behandeld worden en de jongste zijn deel van het appartement krijgt bij overlijden van de moeder.

Onder het oude Erfrecht gebeurde de inbreng van een onroerend goed volgens het basisprincipe (van artikel 859 B.W.) in natura, wanneer het geschonken goed niet vervreemd was en in de nalatenschap geen andere onroerende goederen van gelijke aard, waarde en deugdelijkheid aanwezig waren. Aldus zou het oudste kind bij overlijden van de moeder de helft van het appartement moeten afstaan aan zijn jongste broer. Het buitenverblijf keert dus terug naar de nalatenschap van de moeder en beide kinderen worden gelijk behandeld. Het opzet van de successieplanning is geslaagd.

Onder het nieuwe Erfrecht is de inbreng in natura afgeschaft en vervangen door een inbreng in waarde. Het oudste kind is slechts een vergoeding verschuldigd aan het jongste kind ten belope van de helft van de waarde van het appartement. Een verklaring van behoud zou in deze situatie aangewezen zijn om te voorkomen dat het jongste kind zich tevreden moet stellen met een loutere vordering in geld.

Voorbeeld 2

Een vader bezit een familiale onderneming en heeft twee kinderen, een zoon en een dochter. De zoon heeft altijd veel interesse getoond in de familiale onderneming en wil graag in de voetsporen treden van zijn vader. De vader schonk de blote eigendom van de aandelen van zijn bedrijf aan zijn zoon en dit onder het fiscale gunstregime van vrijstelling van schenkbelasting (cfr. 0%). Over de jaren heen is de waarde van de aandelen sterk toegenomen door de harde inzet van de zoon. Onder het oude erfrecht moest een dergelijke aandelenschenking afgerekend worden in de vaderlijke nalatenschap tegen de waarde die de aandelen hadden ten tijde van de schenking (artikel 922, lid 2, oud BW).

Volgens het nieuwe Erfrecht moeten deze aandelen echter verrekend worden op basis van de waarde op het ogenblik van overlijden, aangezien de zoon pas dan de volle beschikking krijgt over de geschonken aandelen. Deze nieuwe waarderingsregel leidt er dus toe dat de schenking van de aandelen moet worden verrekend met de zus tegen de waarde die de aandelen hebben op de overlijdensdatum van vader (die veel hoger is dan de waarde ten tijde van de schenking). In feite heeft de zoon dus jarenlang gewerkt in het bedrijf en zal zijn zus nu zo maar meegenieten van de vruchten van zijn arbeid.

Om dit onbedoelde effect tegen te gaan zou de vader een verklaring van behoud kunnen afleggen: hierdoor wordt de schenking in zijn nalatenschap afgerekend tegen de waarde van destijds. Doet hij dat niet, dan plukt de dochter de vruchten van de inzet van haar broer.

Alles of niets

Het is van belang te weten dat het afleggen van een verklaring van behoud een alles-of-niets-verhaal is. Indien men kiest dergelijke verklaring af te leggen heeft dit gevolg voor alle schenkingen gedaan voor 1 september 2018.

Termijn

De termijn om een verklaring van behoud af te leggen werd verlengd tot 1 september 2019. Uit recente publicaties blijkt dat nog net geen 1.000 verklaringen werden opgemaakt. In vergelijking met de 37.852 schenkingen die in 2017 geregistreerd werden, is dit aantal gering. De kans bestaat dat mensen zich niet voldoende bewust zijn van de mogelijkheid om voor de oude waarderingsmethode te kiezen door middel van een verklaring van behoud.

Indien u zich in het bovenstaande herkent en overweegt een verklaring van behoud af te leggen, wacht dan niet te lang. Wij kunnen u bijstaan bij het doorlichten van uw successieplanning en u correct adviseren of er al dan niet een verklaring van behoud moet worden afgelegd.

Julie Raymaekers

Peter Meeuwssen

Robby Ackermans

De taks op de effectenrekening en inning ervan. Waakzaamheid is geboden.

  • Wat is de taks op de effectenrekening?

Met de inwerkingtreding van de wet betreffende de taks op de effectenrekening op 10 maart 2018 werd de zogenaamde ‘effectentaks’ een feit. Sedertdien is elke natuurlijke persoon die titularis is van een of meerdere effectenrekeningen onderworpen aan een heffing van 0,15%, zodra de totale belastbare waarde van de onderliggende financiële instrumenten 500.000 euro of meer bedraagt.

  • Wie is aan de taks op de effectenrekening onderworpen?

De natuurlijke persoon die ‘titularis’ is van een bovenvermelde effectenrekening, is aan de effectentaks onderworpen. De wet stelt duidelijk dat zowel de volle eigenaar, de blote eigenaar als de vruchtgebruiker van een effectenrekening als titularis worden aangemerkt.

Bijgevolg worden ook effectenrekeningen, aangehouden door een burgerlijke maatschap, toegewezen aan een titularis. De burgerlijke maatschap heeft immers geen rechtspersoonlijkheid, waardoor de onderliggende maten naar hun aandeel in de deelbewijzen van de burgerlijke maatschap en in hun hoedanigheid van volle- of blote eigenaar dan wel vruchtgebruiker, aangeduid worden als zijnde de titularis van de effectenrekening.

  • Wie int de taks op de effectenrekening?

De Belgische financiële instelling waar uw aandeel in een effectenrekening minstens 500.000 euro of meer bedraagt zal automatisch deze taks innen. Heeft de belastingplichtige bij verschillende tussenpersonen afzonderlijk minder dan 500.000 euro aan effecten, maar gezamenlijk 500.000 euro of meer, dan zal de belastingplichtige zelf de financiële instelling op de hoogte moeten brengen of zelf de aangifte doen en de taks betalen, hetgeen trouwens ook het geval is indien de effectenrekening wordt aangehouden bij een buitenlandse financiële instelling.

  • Problemen in de praktijk

De inning van de effectentaks loopt in de praktijk echter niet zo soepel. Telkens lijkt een gebrek aan informatie-uitwisseling tussen de belastingplichtige en de financiële instelling die de taks dient over te maken aan de fiscus, een efficiënte, correcte afhandeling in de weg te staan.

a) Belastbare waarde

Een eerste probleemsituatie doet zich voor tijdens de afbakening van de belastbare waarde, zijnde de belastbare grondslag waarop de effectentaks geheven zal worden. Bij gebreke aan meerdere informatie zal de financiële instelling de historische koerswaarde aanhouden, zonder rekening te houden met eventuele geleden waardevermindering. Nochtans is de wet duidelijk in die zin dat een gemiddelde waarde dient aangenomen te worden bepaald over een welbepaalde referentieperiode.

b) Identificatie titularis burgerlijke maatschap

Daarnaast is de deelbewijzenverhouding van de burgerlijke maatschap, zoals de financiële instelling daar kennis van heeft, vaak achterhaald. In het kader van de vermogens- en successieplanning, worden de deelbewijzen van de maatschap immers vaak geschonken aan de verscheidene partijen, al dan niet met voorbehoud van vruchtgebruik. Indien deze schenking(en) vervolgens niet word(t)(en) kenbaar gemaakt aan de financiële instelling, dan dreigt er een en ander fout te lopen inzake de praktische uitvoering van de effectentaks.

Zo is het niet ondenkbaar dat een echtpaar met één kind in het kader van hun vermogens- en successieplanning, een effectenrekening wil inbrengen in een burgerlijke maatschap. De ouders zullen per hypothese de burgerlijke maatschap oprichten en, ten gepaste tijde, al dan niet met voorbehoud van vruchtgebruik de deelbewijzen schenken aan hun kind.

Het is in die context van groot belang dat deze schenking door de belastingplichtige kenbaar wordt gemaakt aan de financiële instelling. De houder van een deelbewijs in de burgerlijke maatschap wordt immers aangemerkt als een titularis voor doeleinden van de taks op de effectenrekening.

Aldus zal in hogervermeld voorbeeld een effectenportefeuille met een waarde van 1.200.000 euro ten gevolge van deze schenking niet toebehoren aan twee, maar aan drie titularissen. Dit leidt dit er toe dat geen effectentaks meer verschuldigd zal zijn, aangezien elke maat geacht wordt een aandeel van 1/3e van de rekening te bezitten, zijnde 400.000 euro.

In de praktijk zal het schoentje hier al te vaak wringen. Een belastingplichtige die haar financiële instelling hier niet van attent maakt, dreigt, zoals blijkt uit bovenstaand voorbeeld, ten onrechte onderworpen te worden aan de effectentaks. Het is bijgevolg erg belangrijk bijvoorbeeld de schenkingen van de deelbewijzen kenbaar te maken aan de financiële instelling.

Het moge duidelijk zijn dat een nauwkeurige jaaropvolging van de burgerlijke maatschap ook in deze context onontbeerlijk is. Het Estate Planning Team van Sherpa Law staat u hierin graag bij.

Laurens Gastmans Robby Ackermans Peter Meeuwssen

Is de zaakvoerder van een burgerlijke maatschap ooit almachtig geweest ?

Binnen de wereld van de vermogensplanning is de burgerlijke maatschap al geruime tijd een geliefde controlestructuur. De schenkers (meestal de ouders) zijn vaak niet bereid hun vermogen volledig los te laten en wensen controle te behouden over de geschonken goederen. Zeker bij de overdracht van familiale vennootschappen willen de schenkers zeggenschap houden over de gang van zaken in het bedrijf.

De burgerlijke maatschap is hiervoor om meerdere redenen een geschikt instrument. Het door de ouders ingebrachte vermogen kan eenvoudig worden overgedragen door het schenken van de deelbewijzen van de maatschap. Via het zaakvoerderschap van de maatschap en het voorbehoud van vruchtgebruik door de schenkers op de geschonken deelbewijzen kunnen toch een zekere controle en inkomsten behouden blijven.

Verdere voordelen zijn dat het gaat om een eenvoudig onderhands contract waar weinig formaliteiten en dwingende wettelijke regels aan verbonden zijn. Zo is er geen tussenkomst van een notaris vereist en kunnen de inbreng, het bestuur en duurtijd vrij geregeld worden. Daarnaast is de burgerlijke maatschap ook fiscaal interessant doordat zij fiscaal transparant is en dus niet onderworpen is aan de vennootschapsbelasting.

De gevolgen van de opeenvolgende handelingen (oprichting maatschap, inbreng en schenking van de deelbewijzen) mag men niet miskennen. De ouder-schenker-zaakvoerder mag zich niet zo gaan gedragen alsof deze handelingen niet hadden plaatsgevonden en alsof het ingebrachte vermogen nog steeds zonder enige beperking aan zijn heerschappij onderworpen zou zijn. Een dergelijke houding zou problematisch kunnen zijn voor de beoordeling van de schenking (“donner et retenir ne vaut”), maar kan ook gevolgen hebben op het vlak van het maatschapsbestuur.

Over dit laatste handelt het arrest van het Gentse hof van beroep van 5 september 2018. De concrete feiten zijn ons als dusdanig niet bekend, maar we vernemen dat het erom gaat dat de zaakvoerder de maatschap bestuurde in zijn eigen belang, en niet in het belang van het gemeenschappelijke doelvermogen dat door de inbreng was ontstaan. De andere maten (in casu de kinderen) vorderden dat de bevoegdheid tot besturen van de zaakvoerder (vader) zou worden ontnomen en haalden hun slag thuis.

De controlebevoegdheid van de zaakvoerder-schenker wordt, enerzijds, in de statuten van de burgerlijke maatschap vaak bijzonder ruim omschreven. Anderzijds is en blijft de burgerlijke maatschap een doelgebonden vermogen. De zaakvoerder van de maatschap mag deze derhalve niet besturen in zijn louter eigen belang maar moet ook rekening houden met het belang van de andere maten .

Het hof van beroep stelt heel duidelijk dat “het mogelijk is dat de statutaire zaakvoerder zijn mandaat op zo’n wijze uitoefent dat hierbij het gevaar ontstaat dat het belang van de maatschap (waaronder het correct beheer van het gemeenschappelijk doelvermogen) wordt geschonden”.

Eén en ander wellicht voor bewezen aannemend stelt het hof een voorlopig bewindvoerder aan die het bestuur van de burgerlijke maatschap moet overnemen in het belang van alle maten.

In welke mate de zaakvoerder zijn plichten jegens de maten en maatschap had miskend, weten wij voorlopig niet. Sommigen stellen nu dat de zaakvoerder “niet langer Zonnekoning” is. De ware toedracht is natuurlijk, dat de zaakvoerder nooit Zonnekoning is geweest (hoewel sommige adviseurs het zaakvoerderschap misschien wel als zodanig hemelhoog hebben geprezen).

In wezen verandert dit arrest niets en er is zeker geen reden tot paniek. Het arrest bevestigt gewoon dat de zaakvoerder het ingebrachte (en weggeschonken) vermogen te beheren heeft in het belang van alle deelgenoten, en niet louter in zijn eigen belang. Dat is niets nieuws.

De burgerlijke maatschap blijft dus een uitstekende structuur voor vermogensplanning. In het gros van de gevallen zal de zaakvoerder zijn bevoegdheid op een redelijke manier uitoefenen. De rechtbanken zullen ook voorzichtig omspringen met de mogelijkheid om een voorlopig bewindvoerder aan te stellen.

Wel moet het voor iedereen duidelijk zijn dat de spelregels van de maatschap moeten worden gerespecteerd : het bestuur moet correct worden uitgeoefend in het belang van alle maten. Wie zulks naleeft, heeft helemaal niets te vrezen !

Tot slot : er werd cassatieberoep ingesteld tegen dit arrest. Wordt dus ongetwijfeld vervolgd…

Aarzel niet om ons te contacteren, indien u bovenstaande verder wenst te bespreken of indien u vragen heeft.

Fréderic Stynen Dirk De Groot

Gesplitste aankoop – tegenbewijs bedekte bevoordeling – ook federaal standpunt wordt bijgesteld !

We berichtten u hier reeds over het vernietigde standpunt 15004 van Vlabel inzake de gesplitste aankoop : een vóór de aankoop gedane schenking aan het kind, opdat die de aankoop van zijn deel blote eigendom kan financieren, hoeft niet meer geregistreerd te zijn om als tegenbewijs te gelden tegen het wettelijke vermoeden van een “bedekte bevoordeling”.

Vlabel heeft in de vernietiging onmiddellijk berust, zoals bekend.

Wij schreven toen dat ook het federale standpunt niet langer toepasbaar was, hoewel het niet formeel vernietigd was.

In een recente parlementaire vraag over het federale standpunt dienaangaande, antwoordde de minister van financiën als volgt :

Aangezien de Raad van State bij arrest van 12 juni 2018 heeft beslist dat er geen bedekte bevoordeling voorligt indien aangetoond wordt dat er een openlijk schenking heeft plaatsgevonden vóór de gesplitste aankoop, ongeacht de al dan niet registratie van die schenking in België, zal repertorium R.J. S. 9/06.07 in die zin worden herzien. Bij een gesplitste aankoop zal het tegenbewijs geleverd zijn indien het bewijs wordt voorgelegd van de schenking van de geldmiddelen aan derden voor zover die schenking een vaste datum heeft voor de aankoop van de blote eigendom.

Bij een gesplitste inschrijving zal het tegenbewijs geleverd zijn indien het bewijs wordt voorgelegd van een schenking van de blote eigendom van de effecten of van de geldmiddelen aan derden, voor zover dat bewijs vaste datum heeft voor de inschrijving.”

Ook voor inwoners van Brussel en Wallonië staat de voorafgaande belastingvrije schenking dus met zekerheid opnieuw te adviseren bij een geplitste aankoop, als men maar de nodige voorzorgen neemt om aan de schenking een vaste datum te verlenen.

Wie over dit alles graag meer informatie wenst, kan contact nemen met dirk.degroot@sherpalaw.be

Nieuwsflash - FOD Financiën publiceert FAQ omtrent registratie UBO-register – even adempauze

In ons nieuwsbericht d.d. 4 juli 2018 maakten we reeds melding van de verplichte UBO-registratie die op til was voor eind 2018. Het K.B. van 30 juli 2018 regelt inmiddels reeds de concrete uitvoeringsmodaliteiten van dit UBO-register. Voornoemd K.B. bepaalt o.a. welke entiteiten meldingsplicht hebben, welke informatie dient meegedeeld te worden, wie toegang heeft tot deze informatie en op welke wijze en onder welke voorwaarden men eventueel de toegang tot deze informatie kan beperken.

Het K.B. treedt in werking op 31/10/2018 zodat algemeen werd aangenomen dat de eerste registratie diende te geschieden uiterlijk één maand later, dus op 30/11/2018.

Gezien de naderende deadline en de vele onzekerheden die rezen omtrent de uitvoeringsmodaliteiten publiceerde de FOD Financiën begin deze week een FAQ (https://financien.belgium.be/nl/ubo-register ).

Uit deze FAQ blijkt nu alvast dat de einddatum inzake de registratieverplichting van uw uiteindelijke begunstigden (‘UBO’) uitgesteld is naar 31 maart 2019. Dat geeft iedereen alvast de kans de registratie degelijk voor te bereiden, onder meer door precies af te bakenen wie de te registreren UBO’s zijn. Het is een publiek geheim dat daarover vandaag nog onduidelijkheden voortleven.

Uiteraard worden eventuele wijzigingen en ontwikkelingen omtrent de UBO-registratie door ons team op de voet gevolgd en mag u bij eventuele vragen gerust contact opnemen bij alain.claes@sherpalaw.be, peter.meeuwssen@sherpalaw.be, robby.ackermans@sherpalaw.be of julie.raymaekers@sherpalaw.be.

Nieuwigheden in de registratiebelasting. Een gesprek met monKEY-expert Stephanie Allard

Gepubliceerd op 28-08-2018 op TaxWorld van Wolters Kluwer

De afgelopen tijd heeft de wetgever heel wat hervormingen doorgevoerd. Na het erfrecht (dat binnenkort in werking treedt) volgt het huwelijksvermogensrecht. Die hervorming heeft dan weer een niet te onderschatten invloed op de registratiebelastingen. Daarnaast heeft de Vlaamse decreetgever aan het Vlaamse verkooprecht gesleuteld. TaxWorld sprak met monKEY-expert over de impact van al deze wijzigingen op de praktijk.

Kunt u zichzelf kort voorstellen?

In 2014 studeerde ik cum laude af aan de Vrije Universiteit Brussel als Master in de rechten, afstudeerrichting fiscaal recht. Nadien voltooide ik de Master-na-Master Notariaat en specialiseerde ik mij in vermogensplanning met de Permanente Vormingscyclus Estate Planning eveneens aan de Vrije Universiteit Brussel.

Zowel tijdens als na mijn studies deed ik werkervaring op bij verscheidene Big Four accountantskantoren en een financieel advieskantoor. Sinds 1 september 2015 ben ik advocaat aan de Balie van Brussel en leg ik mij voornamelijk toe op het fiscaal recht en het familiaal vermogensrecht.

In juni hervormde de Vlaamse regering het verkooprecht. Kunnen we het ook een geslaagde hervorming noemen of bevat het toch enkele pijnpunten?

Op 1 juni 2018 trad in het Vlaams Gewest de nieuwe regeling met betrekking tot de verkooprechten in werking. De wijziging die het meest in het oog springt, is ongetwijfeld het feit dat het tarief bij aankoop van een gezinswoning worden geüniformiseerd tot 7 %.

Tot voor kort werd het tarief van de verkooprechten nog bepaald aan de hand van het kadastraal inkomen (KI) van de woning. Het kadastraal inkomen is een fictief inkomen dat overeenstemt met de gemiddelde jaarlijkse huuropbrengsten, die evenwel nog gebaseerd zijn op de huurprijzen van 1975. Op die manier betaalde een koper 10 % verkooprechten voor woningen met een KI hoger dan 745 euro. Had de woning een KI van maximum 745 euro, betaalde de koper een verlaagd tarief van 5 %. Voor een koper met drie of vier kinderen, werd het maximum KI opgetrokken tot 845 euro,  bij vijf of zes kinderen tot  945 euro en vanaf zeven kinderen tot 1.045 euro. Dit gunstregime werd ook het ‘klein beschrijf’ genoemd.

Een veel gehoorde kritiek was dat oude, grotere huizen toch in aanmerking kwamen voor de gunst van het klein beschrijf, omdat uitgevoerde verbouwingen niet werden aangegeven aan het kadaster. Daardoor was een verkoop van een woning met bv. een KI van 640 euro voor een bedrag van bv. 450.000 euro aan 5 % verkooprechten, geen alleenstaand geval.

Het KI vormt een verouderde basis, zodat de nood om de verkooprechten aan een ander systeem te koppelen, nijpend werd. Daarom werd dan ook beslist om gebruik te maken van één tarief dat afhankelijk is van de aankoopprijs.

Het standaardtarief is nu 10 %, met een verlaagd tarief van 7 % voor aankoop van een (eerste) gezinswoning. Wie een bescheiden woning koopt – met een aankoopprijs tot 200.000 euro – betaalt geen verkooprechten op de eerste schijf van 80.000 euro, wat neerkomt op een korting van 5.600 euro. Die korting geldt tot een aankoopprijs van 220.000 euro voor woningen of appartementen in de Vlaamse rand of in de kernsteden.

Met deze maatregel heeft Vlaanderen komaf gemaakt van het verouderde KI-systeem om de verkooprechten te bepalen en aldus een ongelijkheid uit de wereld geholpen, wat m.i. een goede zaak is.

In het gebruik van de aankoopprijs als basis voor de verkooprechten schuilt echter mogelijk ook een valkuil. Er kan druk ontstaan om de prijs onder de 200.000 euro te houden, gezien de korting op de rechten onder deze prijs. Om het risico van prijsbewimpeling tegen te gaan zal de Vlaamse Belastingdienst (VLABEL) structurele controles houden op de reële verkoopwaarde van de woningen op basis van een databank met ijkingspunten. Wanneer er een sterke indicatie is van prijsbewimpeling kan de reële verkoopwaarde worden herzien, waardoor de korting niet meer van toepassing is.

Minister Geens rijgt de ene hervorming na de andere aan elkaar. Zijn meest recente hervorming die in de kijker stond, is het huwelijksvermogensrecht. Nieuw daarbij is o.a. de anticipatieve inbreng van toekomstige echtgenoten, met een rechtstreeks effect op de registratiebelasting. Een nuttig instrument voor de tortelduifjes?

Eén van de wijzigingen van het huwelijksvermogensrecht betreft inderdaad de mogelijkheid tot het anticipatief inbrengen van onroerende goederen in de huwgemeenschap. Wanneer een ongehuwd koppel samen een onroerend goed aankoopt, behoort hen dit beiden toe in onverdeeldheid. Beslist het koppel om in het huwelijk te treden, zal dit onroerend goed een onverdeeld goed blijven, en komt het niet automatisch in de huwgemeenschap terecht. Het koppel zal het betrokken onroerend goed moeten inbrengen in de huwgemeenschap door middel van een (wijziging aan hun) huwelijkscontract. Dit betekent dat het koppel twee keer moet langs te gaan bij de notaris en bijgevolg twee keer hun portefeuille moet openen.

Door de invoering van de ‘anticipatieve inbreng’ wordt het voor niet-gehuwde koppels praktischer en goedkoper. Een anticipatieve inbreng houdt in dat wanneer de partners later in het huwelijksbootje stappen, het onroerend goed – samen aangekocht voor het huwelijk – tot de huwgemeenschap zal behoren, alsof zij het onroerend goed hadden ingebracht via een huwelijkscontract. Concreet betekent dit dat in de akte van eigendomsverkrijging reeds ‘anticipatief’ inbreng wordt gedaan van het betrokken onroerend goed in de toekomstige huwgemeenschap. Het koppel moet dan maar één keer beroep doen op een notaris.

Er zijn wel voorwaarden aan deze maatregel verbonden. Zo is het vereist dat het onroerend goed in volle eigendom toekomt aan het koppel en dat beide partners gelijk gerechtigd zijn in het onverdeeld onroerend goed. Een goede planning op voorhand blijft dus onontbeerlijk.

De federale overheid heeft met het hervormde erfrecht punctuele erfovereenkomsten in het leven geroepen. Vroegere schenkingen die in zo’n punctuele erfovereenkomst voorkomen, zijn onderhevig aan schenkbelasting. Minister Tommelein heeft echter geopteerd om dergelijke schenkingen in zo’n overeenkomst fiscaal gezien niet tot titel te strekken voor de heffing van de schenkbelasting. Wat houdt dit precies in?

Wanneer er in punctuele of globale erfovereenkomsten eerdere schenkingen worden vermeld, die op de datum van de erfovereenkomst niet zijn geregistreerd noch verplicht registreerbaar zijn, vormt – volgens gevestigde rechtsleer – de vermelding van deze schenkingen ‘in principe’ een titel voor de heffing van de schenkbelasting, vermits de vermelding gebeurt in het bijzijn van de schenker en de begiftigde. Een vermelding van een verklaring, afgelegd in aanwezigheid van schenker en begiftigde, wordt immers geacht titel te verschaffen.

Gezien dit partijen ervan kan weerhouden om gebruik te maken van de mogelijkheden die de nieuwe Erfwet beidt, werd er een nieuw artikel, m.n. artikel 2.8.3.0.5, aan de Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF) toegevoegd. Het eerste lid van het nieuwe artikel bepaalt dat de vermelding van een eerdere niet-geregistreerde schenking in een punctuele of een globale erfovereenkomst wordt geacht niet tot bewijs (“tot titel”) te strekken van die schenking. De vermelding van een eerdere niet-geregistreerde hand- of bankgift zal aldus geen aanleiding geven tot de heffing van schenkbelasting. Voorwaarde is wel dat partijen in of onderaan de notariële akte, die de erfovereenkomst vaststelt, bevestigen dat deze schenkingen hebben plaatsgevonden voor de datum waarop de erfovereenkomst werd gesloten.

Het kan echter de bedoeling zijn van de partijen of één van de partijen deze schenkingen, of sommige ervan, wél te onderwerpen aan de schenkbelasting, met het oog op het vermijden van de toepassing van de fictiebepaling van artikel 2.7.1.0.5 VCF (toepassing van erfbelasting op niet aan de schenkbelasting onderworpen schenkingen gedaan door de erflater binnen de drie jaar voor het overlijden) op het ogenblik van het overlijden van de schenker. Het tweede lid van de nieuwe bepaling biedt de partijen de mogelijkheid de wens te uiten, door middel van een fiscale verklaring, dat ze de in de erfovereenkomst vermelde schenkingen, of sommige ervan, toch aan de schenkbelasting willen onderwerpen. Op deze wijze kan de begiftigde zich de zekerheid ‘afkopen’ nadien niet meer belast te worden in de erfbelasting.

De Vlaamse erfenissprong of doorgeefschenking biedt voor heel wat families soelaas. Wat zijn de voorwaarden om zo’n vrijstelling van schenkbelasting te bekomen?

De erfenissprong of generatiesprong is tot nu toe steeds een alles-of-nietsverhaal geweest. De erfgenaam aanvaardt of verwerpt de nalatenschap van de decujus volledig. Gezien de stijgende levensverwachting erven mensen steeds op latere leeftijd, waardoor de erfopvolgers vaker de wens hebben om hun erfdeel, na aanvaarding, ofwel deels ofwel volledig door te schenken aan hun kinderen. Het decreet dat de Vlaamse erfbelasting hervormt, voorziet in de invoering van een eigen en nieuwe mogelijkheid om een erfenissprong te realiseren. Het nieuwe artikel 2.8.6.0.9 VCF bepaalt dat de schenking van goederen, verkregen naar aanleiding van een nalatenschap, binnen een jaar wordt vrijgesteld van schenkbelasting.

Deze flexibele erfenissprong (met vrijstelling van schenkbelasting) veronderstelt wel dat een aantal voorwaarden worden nageleefd:

Zo bedraagt de termijn om de doorgeefschenking uit te voeren één jaar, vanaf het overlijden van de erflater. De vrijstelling kan dus niet worden toegepast bij een schenking onder opschortende voorwaarde of termijn.

Deze termijn kan bovendien pas ontstaan indien de erflater overlijdt na 31 augustus 2018.

Daarenboven moet de erfgenaam de nalatenschap van de erflater hebben aanvaard en de Vlaamse erfbelasting hebben betaald.

Vervolgens kan de doorgeefschenking voor de notaris plaatsvinden wat dus inhoudt dat de schenking bij notariële akte gebeurt (omwille van het bewijs van het gegeven dat de termijn van één jaar is gerespecteerd).

Tot slot kan de vrijstelling die geldt in de schenkbelasting niet hoger zijn dan het bedrag van de erfbelasting die reeds werd geheven.

In het Waalse Gewest bereidt men ook een wijziging in de schenkingsrechten voor. Wat houdt die juist in?

In het Waals decreet houdende verscheidene fiscale bepalingen van 19 juli 2018 kondigt de Waalse regering verschillende fiscale wijziging aan. De ambitie van de Waalse regering is om zijn beleid af te stemmen op dat van de twee andere gewesten en de regels zoveel mogelijk te vereenvoudigen. Eerdere hervormingen inzake registratie- en successierechten zijn al op 1 januari 2018 in werking getreden. Het Waalse decreet trekt nu de lijn van hervormingen door op het gebied van schenkingen van onroerende goederen en erfovereenkomsten.

Ten eerste worden de tariefgroepen van de schenkingsrechten met betrekking tot onroerende goederen vereenvoudigd alsook verlaagd. Het nieuwe Waalse decreet voorziet nog slechts in twee tariefgroepen, m.n. een tariefgroep voor erfgenamen in rechte lijn, echtgenoten en wettelijk samenwonenden en een tariefgroep voor alle andere begiftigden.

Daarnaast wordt het aantal tariefschijven drastisch verminderd, met als resultaat dat er van de 39 tarieven nog slechts acht overblijven. Hieronder een overzicht:

Netto belastbare schijf                         In rechte lijn, echtgenoten,        Alle andere personen

                                                              wettelijk samenwonenden

0 euro – 150.000,00 euro                                   3 %                                            10 %

150.000,01 euro – 250.000,00 euro                   9 %                                            20 %

250.000,01   euro – 450.000,00  euro              18 %                                           30 %

Boven 450.000,00 euro                                    27 %                                           40 %

 

Verder schrapt het nieuwe Waalse decreet het voorkeurtarief voor de schenking van de gezinswoning.

Bovendien voorziet het Waalse decreet ook in een terugbetaling van schenkingsrechten indien er energiebesparende werken worden uitgevoerd in het onroerend goed dat wordt geschonken. De terugbetaling bedraagt 25 % van de gedane uitgaven met een maximum van 25.000,00 euro.

Tot slot wordt in het nieuwe Waalse decreet bevestigd dat, net zoals in het Vlaamse Gewest, op niet-geregistreerde schenkingen van roerende goederen opgenomen in een erfovereenkomst geen schenkingsrechten zullen worden geheven.

 

Stephanie Allard is advocate bij Sherpa Law en als monKEY-experte schrijft ze voor de module registratierechten.

Steeds meer mensen laten hun successieplanning niet langer doorkruisen door hun wilsonbekwaamheid en maken tijdig een zorgvolmacht op

Een zorgeloze oude dag, wie tekent daar op voorhand niet voor? Maar wat als u na een ongeval verder moet met een hersenletsel of op hogere leeftijd dement wordt, wie gaat er dan uw vermogensbelangen waarnemen? Het is raadzaam om op dergelijke noodlottigheden te anticiperen met een zorgvolmacht. Op die manier verschaft u uzelf nu al de nodige gemoedsrust voor wanneer u niet langer in staat bent om uw vermogen zelfstandig te beheren. Ook op het vlak van uw successieplanning bewijst de zorgvolmacht haar onmiskenbare waarde. En dat lijken steeds meer mensen tegenwoordig te beseffen…

Sinds 1 september 2014 bestaat de mogelijkheid om via een eenvoudige overeenkomst één of meerdere personen, lasthebbers, aan te duiden die dienen in te staan voor het beheer van uw vermogen tijdens de periode dat u tijdelijk dan wel permanent niet meer bekwaam zal zijn om dit beheer zelf waar te nemen. Die personen, al dan niet familieleden, kunnen tussenkomen bij de verkoop van een huis, het betalen van een rekening, het beheer van uw effectenportefeuille, de aangifte van uw belastingen,…rekening houdend met eventuele instructies die u hieromtrent in de zorgvolmacht hebt opgenomen.

Voordien was dit niet mogelijk en was men noodzakelijkerwijze aangewezen op een beslissing van de rechter tot aanstelling van een bewindvoerder, wiens bevoegdheden ook door de rechter werden bepaald. Een volmacht die men voordien had verleend met het oog op het beheer van zijn vermogen, kwam automatisch tot een einde van zodra de wilsonbekwaamheid intrad.

De wetgever heeft met de nieuwe regelgeving gekozen voor een systeem van relatief grote vrijheid voor degenen die het beheer van hun vermogen aldus willen veilig stellen voor het geval zij onbekwaam zouden worden. Er is geen rechterlijke controle of machtiging nodig vooraleer de zorgvolmacht in werking kan treden. De rechter treedt maar op indien er zich problemen stellen bij de uitvoering van de volmacht, zulks op verzoek van de lasthebber, de lastgever of andere belanghebbenden.

Zorgvolmachten in de lift

Uit cijfers die de Koninklijke Federatie van het Belgisch notariaat (Fednot) onlangs publiceerde, blijkt dat alsmaar meer mensen hun weg naar de zorgvolmacht vinden. Zo werden er in 2016 60% meer zorgvolmachten afgesloten dan in 2015. In 2017 bedroeg de stijging +51% in vergelijking met 2016, met gemiddeld zo’n 2.400 zorgvolmachten per maand. En die stijging zet zich ook door in 2018: in de eerste jaarhelft van dit jaar werden er al 19.103 zorgvolmachten geregistreerd in het CRL (Centraal Register van Lastgevingsovereenkomsten).

Successieplanning

De zorgvolmacht is tevens een doeltreffend instrument om uw vermogensplanning (verder) te regelen wanneer u onbekwaam wordt. Op voorwaarde dat u in uw zorgvolmacht in die mogelijkheid hebt voorzien, kan de persoon die u hebt aangeduid nog bepaalde daden stellen om uw successieplanning te regelen. U kan uw lasthebber bijvoorbeeld toelaten om schenkingen te doen. Dat is vooral interessant voor roerende goederen (geld, effecten), omdat de schenking daarvan tussen ouders en (klein)kinderen kan tegen het vlakke tarief van slechts 3 procent schenkbelasting in plaats van de progressieve tarieven tot 27 procent erfbelasting. Aan de hand van een zorgvolmacht kan de lasthebber nog tijdig een notariële schenking of een geregistreerde hand- of bankgift doen, hetgeen uw nabestaanden een aanzienlijke fiscale besparing kan opleveren. Maar ook ten aanzien van uw onroerend vermogen kan een zorgvolmacht haar nut bewijzen: zo kan u uw lasthebber de mogelijkheid geven om vastgoed te verkopen en daarna de som weg te schenken, of wijzigingen aan uw huwelijkscontract aan te brengen teneinde uw partner extra te beschermen.

Indien u geen zorgvolmacht hebt opgemaakt, zal de rechter uw vermogen onder bewind plaatsen en een bewindvoerder aanstellen. Deze persoon kan een vreemde zijn en zal uw vermogen verder beheren, onder toezicht van de rechter. Op het vlak van uw vermogens- en successieplanning zal er nog maar weinig bewegingsruimte zijn. Bepalend zal zijn of u de rechter kan overtuigen van uw persoonlijke wil om bepaalde handelingen te stellen. Slaagt u daar niet (meer) in, dan is het quasi uitgesloten dat uw bewindvoerder nog een schenking kan doen of een wijziging in het huwelijkscontract kan doorvoeren. Steeds zal het akkoord van de rechter gevraagd moeten worden. Ook dit kan u vermijden met een zorgvolmacht. Uw lasthebber zal dan zelf kunnen handelen zonder voorafgaande rechterlijke toestemming.

Conclusie

Een zorgvolmacht is absoluut geen overbodige luxe. Het document laat toe te anticiperen op een eventuele tijdelijke of permanente onbekwaamheid. Via de volmacht kan u op discrete wijze het beheer van uw vermogen organiseren voor het geval u dat later zelf niet meer zou kunnen, zonder dat daarvoor een rechter hoeft tussen te komen.

De nieuwe wetgeving geeft u bovendien de mogelijkheid om uw vermogensplanning via schenking verder te zetten, nadat u onbekwaam bent geworden.

Een zorgvuldige redactie van de volmacht op uw maat is wel erg belangrijk om de doeltreffendheid van de volmacht te garanderen en problemen bij de uitvoering ervan zoveel als mogelijk te vermijden. Het Estate Planning Team van Sherpa Law staat u hierin graag bij.

Voor meer informatie, contacteer:

Peter Meeuwssen – peter.meeuwssen@sherpalaw.be

Robby Ackermans  –  robby.ackermans@sherpalaw.be

Omzettingstabellen voor waardering vruchtgebruik bijgewerkt

Zoals de voorgaande jaren werden de tabellen voor de omzetting van het vruchtgebruik ook dit jaar weer geactualiseerd.

Het Belgisch erfrecht kent aan de langstlevende echtgenoot een recht van vruchtgebruik toe. Hierdoor heeft hij of zij recht op het genot en de opbrengsten van de goederen van de vooroverleden echtgenoot. Indien de vooroverleden echtgenoot afstammelingen nalaat, verkrijgt de langstlevende echtgenoot het vruchtgebruik op de gehele nalatenschap. Wanneer de langstlevende echtgenoot met andere erfgenamen dan afstammelingen tot de nalatenschap komt (vb. broers of zussen van de overleden echtgenoot), heeft het vruchtgebruik slechts betrekking op het eigen vermogen. De andere erfgenamen verkrijgen de blote eigendom.

Niet zelden wordt zo’n gedwongen vruchtgebruik-blote eigendom-relatie door de partijen als ongewenst ervaren. Daarom voerde onze wetgever reeds in 1981 de mogelijkheid in om dergelijke situaties te deblokkeren. Dit gebeurt door het vruchtgebruik om te zetten, hetzij In volle eigendom van de met vruchtgebruik belaste goederen, hetzij in een som geld of in een gewaarborgde en geïndexeerde lijfrente.

Het staat de partijen vrij om onderling overeen te komen welke waarde zij aan het vruchtgebruik toekennen. Komen zij echter niet tot een akkoord, dan moet men zich wenden tot de rechtbank. Decennialang leidde de waardering van het vruchtgebruik tot oeverloze discussies en de nodige rechtsonzekerheid. Aangezien er verschillende omzettingstabellen werden gehanteerd, die onderling sterk van elkaar verschilden en waarvan geen enkele wettelijk werd opgelegd, was een juiste waarde op het vruchtgebruik plakken zelfs voor de rechter geen evidente zaak.

Verplichte omzettingstabellen

In 2014 kwam hierin verandering door, in geval van betwisting, de rechter te verplichten de door de minister van Justitie vastgelegde omzettingstabellen te hanteren. De regels zijn ook van toepassing bij de verkoop van een met vruchtgebruik bezwaard goed waarbij vervolgens de verkoopprijs moet worden verdeeld tussen de vruchtgebruiker en de blote eigenaar.

De omzettingstabellen bepalen de waarde van het vruchtgebruik als een percentage van de normale verkoopwaarde van de goederen die vallen onder het vruchtgebruik. Daarbij houdt men rekening met een aantal factoren:

  • de gemiddelde rentevoet over de laatste twee jaar van de lineaire obligaties waarvan de maturiteit gelijk is aan de levensverwachting van de vruchtgebruiker. Om te vermijden dat bij lage rentevoeten het vruchtgebruik geen enkele waarde meer zou hebben, geldt hier steeds een minimale intrestvoet van 1%. Deze rentevoet wordt toegepast na aftrek van de roerende voorheffing;
  • de Belgische prospectieve sterftetafels die jaarlijks worden gepubliceerd door het Federaal Planbureau.

Omdat die factoren schommelen, worden de omzettingstabellen jaarlijks geactualiseerd. Zo dus ook voor 2018.

Er zijn aparte omzettingskoersen voor mannen en vrouwen. Dat komt omdat de levensverwachting van vrouwen nu eenmaal hoger is dan die van mannen.

Tenzij partijen anders zijn overeengekomen, gebeurt de waardering van het vruchtgebruik op basis van de dwingende omzettingstabellen, de verkoopwaarde van de goederen en de leeftijd van de vruchtgebruiker op de datum van de indiening van het verzoekschrift.

Wanneer de verwachte levensduur van de vruchtgebruiker evenwel manifest lager is dan het cijfer dat de tabel vooropstelt (bijvoorbeeld omdat hij of zij terminaal ziek is), kan de rechter hetzij de omzetting weigeren, hetzij de toepassing van de omzettingstabellen uitsluiten en andere omzettingsvoorwaarden bepalen.

Nieuw samengestelde gezinnen

In nieuw samengestelde gezinnen is het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot op de gehele nalatenschap in samenloop met stiefkinderen nog vaker een bron van conflicten. Het nieuwe erfrecht, dat in werking treedt op 1 september van dit jaar, creëert een nieuwe mogelijkheid om zo’n situaties te ontmijnen. Vanzelfsprekend kunnen de partijen het vruchtgebruik nog steeds in onderlinge overeenstemming omzetten. Bij betwisting zal de rechter een verzoek tot omzetting van de stiefouder of de stiefkinderen evenwel niet langer kunnen weigeren: hij zal verplicht zijn om het vruchtgebruik om te zetten in een onverdeeld aandeel van de nalatenschap in volle eigendom. Hoeveel dat aandeel bedraagt, wordt bepaald aan de hand van de omzettingstabellen en de leeftijd van de vruchtgebruiker. De langstlevende echtgenoot behoudt wel een vetorecht voor wat betreft de omzetting van het vruchtgebruik op de gezinswoning en het daarin aanwezige huisraad.

Fiscaal

De jaarlijks geactualiseerde omzettingstabellen gelden niet voor fiscale doeleinden, zoals bijvoorbeeld de aangifte van de nalatenschap. Daarbij gelden nog steeds de (erg verouderde) regels van de Vlaamse Codex Fiscaliteit en het Wetboek van Successierechten.

Leeftijd                      VCF                      Sterftetabel man                 Sterftetabel vrouw

50                              52 %                           31,54 %                                  33,79 %

55                              44 %                           27,35 %                                  30,01 %

60                             38 %                            21,75 %                                   25,55 %

65                              32 %                           17,93 %                                   20,26 %

70                             24 %                            14,38 %                                  16,55 %

75                             16 %                            10,98 %                                   12,86 %

80                             8 %                                7,94 %                                  9,39 %

85                             8 %                               5,45 %                                   6,46 %

90                             8 %                               3,66 %                                  4,29 %

Inwerkingtreding

Het nieuwe Ministerieel Besluit van 1 juli 2018 trad in werking op 13 juli 2018.

Bron: Ministerieel besluit van 1 juli 2018 tot bepaling van de omzettingstabellen van het vruchtgebruik als bedoeld in artikel 745sexies, § 3, van het Burgerlijk Wetboek, BS 3 juli 2018.

Het team van Sherpa Law heeft over de jaren heen een ruime expertise opgebouwd inzake bemiddeling bij familiale conflicten en kan u derhalve met de nodige raad en daad bijstaan.

Voor meer informatie, contacteer:

Peter Meeuwssen – peter.meeuwssen@sherpalaw.be

Robby Ackermans  –  robby.ackermans@sherpalaw.be