De taks op de effectenrekening en inning ervan. Waakzaamheid is geboden.

  • Wat is de taks op de effectenrekening?

Met de inwerkingtreding van de wet betreffende de taks op de effectenrekening op 10 maart 2018 werd de zogenaamde ‘effectentaks’ een feit. Sedertdien is elke natuurlijke persoon die titularis is van een of meerdere effectenrekeningen onderworpen aan een heffing van 0,15%, zodra de totale belastbare waarde van de onderliggende financiële instrumenten 500.000 euro of meer bedraagt.

  • Wie is aan de taks op de effectenrekening onderworpen?

De natuurlijke persoon die ‘titularis’ is van een bovenvermelde effectenrekening, is aan de effectentaks onderworpen. De wet stelt duidelijk dat zowel de volle eigenaar, de blote eigenaar als de vruchtgebruiker van een effectenrekening als titularis worden aangemerkt.

Bijgevolg worden ook effectenrekeningen, aangehouden door een burgerlijke maatschap, toegewezen aan een titularis. De burgerlijke maatschap heeft immers geen rechtspersoonlijkheid, waardoor de onderliggende maten naar hun aandeel in de deelbewijzen van de burgerlijke maatschap en in hun hoedanigheid van volle- of blote eigenaar dan wel vruchtgebruiker, aangeduid worden als zijnde de titularis van de effectenrekening.

  • Wie int de taks op de effectenrekening?

De Belgische financiële instelling waar uw aandeel in een effectenrekening minstens 500.000 euro of meer bedraagt zal automatisch deze taks innen. Heeft de belastingplichtige bij verschillende tussenpersonen afzonderlijk minder dan 500.000 euro aan effecten, maar gezamenlijk 500.000 euro of meer, dan zal de belastingplichtige zelf de financiële instelling op de hoogte moeten brengen of zelf de aangifte doen en de taks betalen, hetgeen trouwens ook het geval is indien de effectenrekening wordt aangehouden bij een buitenlandse financiële instelling.

  • Problemen in de praktijk

De inning van de effectentaks loopt in de praktijk echter niet zo soepel. Telkens lijkt een gebrek aan informatie-uitwisseling tussen de belastingplichtige en de financiële instelling die de taks dient over te maken aan de fiscus, een efficiënte, correcte afhandeling in de weg te staan.

a) Belastbare waarde

Een eerste probleemsituatie doet zich voor tijdens de afbakening van de belastbare waarde, zijnde de belastbare grondslag waarop de effectentaks geheven zal worden. Bij gebreke aan meerdere informatie zal de financiële instelling de historische koerswaarde aanhouden, zonder rekening te houden met eventuele geleden waardevermindering. Nochtans is de wet duidelijk in die zin dat een gemiddelde waarde dient aangenomen te worden bepaald over een welbepaalde referentieperiode.

b) Identificatie titularis burgerlijke maatschap

Daarnaast is de deelbewijzenverhouding van de burgerlijke maatschap, zoals de financiële instelling daar kennis van heeft, vaak achterhaald. In het kader van de vermogens- en successieplanning, worden de deelbewijzen van de maatschap immers vaak geschonken aan de verscheidene partijen, al dan niet met voorbehoud van vruchtgebruik. Indien deze schenking(en) vervolgens niet word(t)(en) kenbaar gemaakt aan de financiële instelling, dan dreigt er een en ander fout te lopen inzake de praktische uitvoering van de effectentaks.

Zo is het niet ondenkbaar dat een echtpaar met één kind in het kader van hun vermogens- en successieplanning, een effectenrekening wil inbrengen in een burgerlijke maatschap. De ouders zullen per hypothese de burgerlijke maatschap oprichten en, ten gepaste tijde, al dan niet met voorbehoud van vruchtgebruik de deelbewijzen schenken aan hun kind.

Het is in die context van groot belang dat deze schenking door de belastingplichtige kenbaar wordt gemaakt aan de financiële instelling. De houder van een deelbewijs in de burgerlijke maatschap wordt immers aangemerkt als een titularis voor doeleinden van de taks op de effectenrekening.

Aldus zal in hogervermeld voorbeeld een effectenportefeuille met een waarde van 1.200.000 euro ten gevolge van deze schenking niet toebehoren aan twee, maar aan drie titularissen. Dit leidt dit er toe dat geen effectentaks meer verschuldigd zal zijn, aangezien elke maat geacht wordt een aandeel van 1/3e van de rekening te bezitten, zijnde 400.000 euro.

In de praktijk zal het schoentje hier al te vaak wringen. Een belastingplichtige die haar financiële instelling hier niet van attent maakt, dreigt, zoals blijkt uit bovenstaand voorbeeld, ten onrechte onderworpen te worden aan de effectentaks. Het is bijgevolg erg belangrijk bijvoorbeeld de schenkingen van de deelbewijzen kenbaar te maken aan de financiële instelling.

Het moge duidelijk zijn dat een nauwkeurige jaaropvolging van de burgerlijke maatschap ook in deze context onontbeerlijk is. Het Estate Planning Team van Sherpa Law staat u hierin graag bij.

Laurens Gastmans Robby Ackermans Peter Meeuwssen