Ik kom tussen voor derden bij de verkoop van handelsfondsen of aandelen van niet-beursgenoteerde vennootschappen: moet ik mij alsnog registreren ?

De evolutie inzake antiwitwaswetgeving heeft soms onverwachte gevolgen. In de vierde antiwitwasrichtlijn (4th AMLD) van de Europese Unie werd voorzien dat de “aanbieders van trustdiensten of vennootschapsrechtelijke diensten” zich moeten onderwerpen aan de wet en de bijhorende verplichtingen. Om dit mogelijk te maken, heeft de Belgische wetgever in een registratieverplichting voorzien, maar heeft hij evenwel ook een eigen invulling gegeven aan dit begrip. Deze dienstverleners moesten reeds geregistreerd zijn vanaf 1 maart 2019. De eerste controles op het naleven van deze registratieverplichting zijn nu evenwel aangekondigd, reden waarom het nuttig lijkt om deze verplichting nogmaals kort toe te lichten. Wie moet zich registreren en wie niet ?

In de “Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU)nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie” (Vierde Richtlijn) werd voorzien dat ook aanbieders van trustdiensten of vennootschapsrechtelijke diensten onder het toepassingsgebied van de preventieve antiwitwaswetgeving moesten gebracht worden.

Europees begrip

In de richtlijn werden deze “aanbieders van trustdiensten of vennootschapsrechtelijke diensten” als volgt omschreven;

• a) oprichten van vennootschappen of andere rechtspersonen;

• b) optreden als of regelen dat een andere persoon optreedt als bestuurder of secretaris van een vennootschap, als vennoot in een maatschap of in een soortgelijke hoedanigheid met betrekking tot andere rechtspersonen;

• c) verschaffen van een statutaire zetel, bedrijfsadres, administratief of correspondentieadres en verlening van andere daarmee samenhangende diensten voor een vennootschap, een maatschap of andere rechtspersoon of juridische constructie;

• d) optreden als of regelen dat een andere persoon optreedt als trustee van een express trust of van een soortgelijke juridische constructie;

• e) optreden als of regelen dat een andere persoon optreedt als gevolmachtigd aandeelhouder voor een andere persoon waarbij het niet gaat om een op een gereglementeerde markt genoteerde vennootschap die is onderworpen aan openbaarmakingsvereisten overeenkomstig het recht van de Unie, of aan gelijkwaardige internationale standaarden;

Belgische invulling

In de “Wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten” (WWPW) die de preventieve antiwitwaswetgeving volledig herschreven heeft onder de invloed van de richtlijn, werd dan ook voorzien dat ook de "de dienstverleners als bedoeld in de wet van ??? tot registratie van de aanbieders van vennootschapsrechtelijke diensten" onderworpen worden aan de Wet. Dit is inmiddels gewijzigd in “de dienstenverleners aan vennootschappen bedoeld in artikel 3, 1°, van de wet van 29 maart 2018 tot registratie van de dienstenverleners aan vennootschappen”. Het is inderdaad pas in de Wet van 29 maart 2018 dat aan de registratieverplichting vorm werd gegeven.

De Wet van 29 maart 2018 omschrijft deze “dienstverleners aan vennootschappen” als “elke natuurlijke of rechtspersoon die beroepsmatig een van de volgende diensten aan derden aanbiedt:

• a) deelnemen aan de aan- of verkoop van aandelen van een vennootschap met uitzondering van deze van een beursgenoteerde vennootschap;

• b) een maatschappelijke zetel aan een onderneming, een rechtspersoon of een soortgelijke juridische constructie verschaffen;

• c) een bedrijfs-, administratief of correspondentieadres en andere daarmee samenhangende diensten verschaffen aan een onderneming, een rechtspersoon of een soortgelijke juridische constructie”

De keuze van de wetgever is ingegeven door de analyse dat een aantal van de in de richtlijn vermelde diensten (a, b en d hierboven vermeld) in België niet daadwerkelijk worden uitgeoefend (hoofdzakelijk trustdiensten). Samengevat zou men kunnen stellen dat enkel zij die beroepsmatig tussenkomen voor derden bij domiciliëringsdiensten of aan- en verkoop van niet beursgenoteerde aandelen beoogd worden.

Wie moet zich niet registreren ?

Wie deze activiteiten niet beroepsmatig doet of dit enkel voor zichzelf doen, dient zich dus niet te registeren. Het is de beroepsmatige dienstverlening aan derden die geviseerd wordt.

Een belangrijke uitzondering is ook voorzien voor al die professionelen die al in een andere hoedanigheid vallen onder het toepassingsgebied van de WWPW (“andere dan deze bedoeld in artikel 5, § 1, 1° tot 28° en 30° tot 33°, van de wet van 18 september 2017”). Moeten zich dus niet registreren: financiële instellingen, notarissen, advocaten, vastgoedmakelaars, enz. Zij worden immers allen al geviseerd. Het komt er dus op neer dat er de facto een restcategorie is gecreëerd.

Tevens betekent dit dat de tussenkomst bij het verlenen van diensten bij de verkoop van niet-beursgenoteerde aandelen en van domiciliëringsactiviteiten nu voorbehouden is aan die categorieën dienstverleners die opgelijst worden in de WWPW. Zo zullen dus juridische adviseurs, corporate finance specialisten, fiscale juristen en andere dienstverleners die onder nog geen enkele andere categorie (bewust of onbewust) ressorteerden het nodige moeten doen om zich te registreren, tenminste als zij de beoogde activiteiten verder wensen uit te voeren.

Risico’s

Wat riskeert u indien u zich niet aan deze verplichting houdt?

De Wet voorziet een geldboete van 250 tot 100.000 EUR (x 8, vermits het een strafrechtelijke boete is) voor de dienstenverlener aan vennootschappen die zijn diensten verstrekt zonder geregistreerd te zijn of die geregistreerd werd maar niet meer voldoet aan de voorwaarden bedoeld in de wetgeving. Merk overigens op dat deze boete niet enkel zal opgelegd worden aan rechtspersonen. De uiteindelijke begunstigden, zaakvoerders en bestuurders van rechtspersonen, in functie bij het opleggen van de geldboete en gedurende het voorafgaande jaar, kunnen immers hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor de inbreuken.

De FOD Economie (bevoegd voor de controles) kan evenwel ook een waarschuwing richten tot de overtreder, zijn uiteindelijke begunstigden, zijn zaakvoerders en zijn bestuurders, of hen een geldsom tussen 50 en 600.000 EUR voorstellen waarvan de vrijwillige betaling de strafvordering doet vervallen.

En voor handelsfondsen ?

In de inleiding werd ook verwezen naar het verkoop van handelsfondsen. Deze dienstverlening is evenwel niet uitdrukkelijk voorzien in de Wet van 29 maart 2018 op de dienstverleners. Mogelijks is dit omdat bemiddeling voor derden bij verkoop van handelsfondsen al kan geviseerd zijn door een andere wet. De Wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar. Deze wet viseert immers de vastgoedmakelaar tot wiens activiteit behoort “bemiddelaar : wie voor rekening van derden bepalende bijstand verleent met het oog op het tot stand komen van een overeenkomst van verkoop, aankoop, ruil, verhuring of overdracht van onroerende goederen, onroerende rechten of handelsfondsen”.

De logica (en blijkbaar ook de praktijk) vereist wel dat hierbij vooral handelsfondsen bestaande uit onroerende goederen bedoeld wordt, maar deze verduidelijking is niet letterlijk te vinden in de wet.

Niettemin kunnen zouden ook andere vrije beroepen expliciet kunnen vrijgesteld worden van het verbod om tussen te komen bij de verkoop van handelsfondsen. De beoefenaars van andere vrije beroepen die immers de activiteiten van vastgoedmakelaar uitoefenen op grond van wettelijke of reglementaire bepalingen of van vaste beroepsgebruiken zijn vrijgesteld van de verbodsbepalingen, voor zover dat deze reglementaire bepalingen of vaste beroepsgebruiken de inwerkingtreding van dit besluit voorafgaan en deze personen onderworpen zijn aan de tucht van een erkende beroepsinstantie (art. 8 van Koninklijk besluit van 30 augustus 2013 betreffende de toegang tot het beroep van vastgoedmakelaar). Zo werd bijvoorbeeld al uitzonderingen voorzien voor de activiteit van syndicus (bijv. voor advocaten).

Vermits de keuze tussen een share deal en asset deal bij een overdracht niet altijd op voorhand duidelijk is, kan het enkel aangeraden worden om de procedures inzake de WWPW in beide gevallen strikt na te leven van zodra men onder het toepassingsgebied van de wet valt.

Indien u meer informatie wenst of bijstand bij de registratie en de verdere invulling van u verplichtingen in het kader van WWPW, kan u steeds contact opnemen met Alain Claes.

Nederlands
Français
English