Is de zaakvoerder van een burgerlijke maatschap ooit almachtig geweest ?

Binnen de wereld van de vermogensplanning is de burgerlijke maatschap al geruime tijd een geliefde controlestructuur. De schenkers (meestal de ouders) zijn vaak niet bereid hun vermogen volledig los te laten en wensen controle te behouden over de geschonken goederen. Zeker bij de overdracht van familiale vennootschappen willen de schenkers zeggenschap houden over de gang van zaken in het bedrijf.

De burgerlijke maatschap is hiervoor om meerdere redenen een geschikt instrument. Het door de ouders ingebrachte vermogen kan eenvoudig worden overgedragen door het schenken van de deelbewijzen van de maatschap. Via het zaakvoerderschap van de maatschap en het voorbehoud van vruchtgebruik door de schenkers op de geschonken deelbewijzen kunnen toch een zekere controle en inkomsten behouden blijven.

Verdere voordelen zijn dat het gaat om een eenvoudig onderhands contract waar weinig formaliteiten en dwingende wettelijke regels aan verbonden zijn. Zo is er geen tussenkomst van een notaris vereist en kunnen de inbreng, het bestuur en duurtijd vrij geregeld worden. Daarnaast is de burgerlijke maatschap ook fiscaal interessant doordat zij fiscaal transparant is en dus niet onderworpen is aan de vennootschapsbelasting.

De gevolgen van de opeenvolgende handelingen (oprichting maatschap, inbreng en schenking van de deelbewijzen) mag men niet miskennen. De ouder-schenker-zaakvoerder mag zich niet zo gaan gedragen alsof deze handelingen niet hadden plaatsgevonden en alsof het ingebrachte vermogen nog steeds zonder enige beperking aan zijn heerschappij onderworpen zou zijn. Een dergelijke houding zou problematisch kunnen zijn voor de beoordeling van de schenking (“donner et retenir ne vaut”), maar kan ook gevolgen hebben op het vlak van het maatschapsbestuur.

Over dit laatste handelt het arrest van het Gentse hof van beroep van 5 september 2018. De concrete feiten zijn ons als dusdanig niet bekend, maar we vernemen dat het erom gaat dat de zaakvoerder de maatschap bestuurde in zijn eigen belang, en niet in het belang van het gemeenschappelijke doelvermogen dat door de inbreng was ontstaan. De andere maten (in casu de kinderen) vorderden dat de bevoegdheid tot besturen van de zaakvoerder (vader) zou worden ontnomen en haalden hun slag thuis.

De controlebevoegdheid van de zaakvoerder-schenker wordt, enerzijds, in de statuten van de burgerlijke maatschap vaak bijzonder ruim omschreven. Anderzijds is en blijft de burgerlijke maatschap een doelgebonden vermogen. De zaakvoerder van de maatschap mag deze derhalve niet besturen in zijn louter eigen belang maar moet ook rekening houden met het belang van de andere maten .

Het hof van beroep stelt heel duidelijk dat “het mogelijk is dat de statutaire zaakvoerder zijn mandaat op zo’n wijze uitoefent dat hierbij het gevaar ontstaat dat het belang van de maatschap (waaronder het correct beheer van het gemeenschappelijk doelvermogen) wordt geschonden”.

Eén en ander wellicht voor bewezen aannemend stelt het hof een voorlopig bewindvoerder aan die het bestuur van de burgerlijke maatschap moet overnemen in het belang van alle maten.

In welke mate de zaakvoerder zijn plichten jegens de maten en maatschap had miskend, weten wij voorlopig niet. Sommigen stellen nu dat de zaakvoerder “niet langer Zonnekoning” is. De ware toedracht is natuurlijk, dat de zaakvoerder nooit Zonnekoning is geweest (hoewel sommige adviseurs het zaakvoerderschap misschien wel als zodanig hemelhoog hebben geprezen).

In wezen verandert dit arrest niets en er is zeker geen reden tot paniek. Het arrest bevestigt gewoon dat de zaakvoerder het ingebrachte (en weggeschonken) vermogen te beheren heeft in het belang van alle deelgenoten, en niet louter in zijn eigen belang. Dat is niets nieuws.

De burgerlijke maatschap blijft dus een uitstekende structuur voor vermogensplanning. In het gros van de gevallen zal de zaakvoerder zijn bevoegdheid op een redelijke manier uitoefenen. De rechtbanken zullen ook voorzichtig omspringen met de mogelijkheid om een voorlopig bewindvoerder aan te stellen.

Wel moet het voor iedereen duidelijk zijn dat de spelregels van de maatschap moeten worden gerespecteerd : het bestuur moet correct worden uitgeoefend in het belang van alle maten. Wie zulks naleeft, heeft helemaal niets te vrezen !

Tot slot : er werd cassatieberoep ingesteld tegen dit arrest. Wordt dus ongetwijfeld vervolgd…

Aarzel niet om ons te contacteren, indien u bovenstaande verder wenst te bespreken of indien u vragen heeft.

Fréderic Stynen Dirk De Groot