Tax Shelter : het Corsan-debacle, toch niet alleen maar kommer en kwel ?

De tax shelter wetgeving, inmiddels een 15-tal jaar oud, bevat diverse voorwaarden, beperkingen en procedurevoorschriften die aanleiding kunnen geven tot betwistingen met de administratie. Verschillende opeenvolgende wijzigingen hebben de wetgeving bovendien nog complexer gemaakt.

Enkele jaren geleden bleken meerdere investeerders de dupe te worden van hun investeringen in producties van (het inmiddels failliet gegane) Corsan.

De fiscus was maar bereid tot zeer beperkte toegevingen om de gedupeerden niet extra op te zadelen met een fiscale afstraffing. Meerdere gedupeerden hebben dit standpunt dan ook aangevochten.

De rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, afdeling Antwerpen, heeft zich recent uitgesproken over het belastbaar tijdperk waarin de administratie de voorheen vrijgestelde winst moet belasten.

Artikel 194ter, §4, in fine WIB 1992 (in de versie zoals van toepassing op het geschil) bepaalt:

Ingeval een of andere van deze voorwaarden gedurende enig belastbaar tijdperk niet langer wordt nageleefd of ontbreekt, wordt de voorheen vrijgestelde winst aangemerkt als winst van dat belastbare tijdperk. Ingeval de onder 7° en 7°bis vermelde attesten niet binnen vier jaar na het sluiten van de raamovereenkomst voor de productie van een in aanmerking komend werk worden verkregen door de vennootschap die aanspraak maakt op de vrijstelling, wordt de voorheen vrijgestelde winst aangemerkt als winst van het belastbare tijdperk tijdens hetwelk de termijn van vier jaar verstrijkt.

Eén van de discussiepunten voor de betrokken belastingplichtige betrof de vraag of de fiscus de voorheen vrijgestelde wist kan belasten in een later jaar indien de fiscus zelf opwerpt dat één van de wettelijke voorwaarden voor het verlenen of het behouden van de vrijstelling al in een eerder jaar niet werd vervuld.

De rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen koos de kant van de belastingplichtige en vernietigde de betwiste aanslag.

Aangezien de administratie zelf had aangevoerd dat de investeerder in toepassing van artikel 194ter, §4, 6° WIB 1992 een afschrift van de raamovereenkomst had moeten toevoegen aan de aangifte voor het belastbaar tijdperk waarin hij aanspraak had gemaakt op de vrijstelling (in casu aanslagjaar 2013), oordeelde de rechtbank dat de administratie de voorheen vrijgestelde winst had moeten opnemen in de belastbare basis voor aanslagjaar 2013.

De rechtbank neemt hierbij aan dat de wetgever niet de bedoeling kan gehad hebben om dezelfde voorheen vrijgestelde winst twee maal te belasten zodat er geen “secundaire” belastbaarheid mogelijk is in een later aanslagjaar, zoals de administratie argumenteerde.

Hoewel artikel 194ter, §4, in fine WIB 1992 twee aanknopingspunten voorziet om het belastbaar tijdperk te bepalen waarin de voorheen vrijgestelde winst belastbaar wordt, oordeelde de rechter terecht dat de vrijgestelde winst die als winst moet worden aangemerkt van een voorgaand tijdperk op basis van de eerste vermelde mogelijkheid niet een tweede maal kan toegevoegd worden aan de belastbare basis van een later aanslagjaar op basis van de tweede vermelde mogelijkheid.

Ook de administratie dient zich dus te houden aan de spelregels en kan het tijdstip van belastbaarheid niet kiezen zoals het haar goed uitkomt.

Deze uitspraak kan de pil voor de betrokken belastingplichtige alvast iets verzachten.

Sherpa Law staat alvast paraat om u te begeleiden bij alle vragen omtrent huidige of oudere tax shelter issues. Vragen? Contacteer Kim Roelants of Alain Claes

Nederlands
Français
English