Vijfde antiwitwasrichtlijn (EU 2018/843) gepubliceerd !

Iets meer dan 3 jaar na de de publicatie van Vierde Antwitwasrichtlijn (EU 2015/849) op 5 juni 2015, voert Europa de strijd tegen het witwassen nogmaals verder op. Op 19 juni 2018 werd in het Publicatieblad immers de "Richtlijn EU 2018/843 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van de Richtlijn 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/138 EG en 2013/36/EU" gepubliceerd.

We overlopen hierna kort de belangrijkste wijzigingen:

1. Uitbreiding toepassingsgebied

Er worden een aantal bijkomende personen onderworpen aan de verplichtingen van de strijd tegen witwassen:

  • iedere persoon die zich ertoe verbindt als voornaamste bedrijfs- of beroepsactiviteit, rechtstreeks of via andere met hem gelieerde personen materiële hulp, bijstand of advies op belastinggebied te verlenen (elke fiscale adviseur wordt geviseerd);

  • vastgoedmakelaars moeten ook geviseerd worden als zij enkel optreden als tussenpersoon bij de verhuur van onroerend goed, maar alleen met betrekking tot transacties waarvoor de maandelijkse huurprijs 10 000 EUR of meer bedraagt (merk op dat in België vastgoedmakelaars al geviseerd worden indien zij tussenkomen bij de bemiddeling van verhuur);

  • aanbieders die zich bezighouden met diensten voor het wisselen tussen virtuele valuta en fiduciaire valuta en aanbieders van bewaarportemonnees (virtuele munten worden dus geviseerd) (er moet ook voorzien worden in een registratieverplichting voor deze aanbieders);

  • personen die handelen in of als tussenpersoon optreden bij de handel in kunstwerken, ook wanneer deze handel wordt uitgevoerd door kunstgalerijen en veilinghuizen, indien de waarde van de transactie of een reeks van onderling samenhangende transacties 10 000 EUR of meer bedraagt en personen die kunstwerken opslaan of verhandelen of als tussenpersoon optreden bij de handel in kunstwerken wanneer deze wordt uitgevoerd door freeports, indien de waarde van de transactie of een reeks van onderling samenhangende transacties 10 000 EUR of meer bedraagt (kunsthandel wordt dus geviseerd).

2. Verdere verscherping identificatie- en waakzaamheidsverplichting

Er wordt verduidelijkt dat niet alleen nieuwe cliënten maar ook bestaande cliënten kunnen onderworpen worden aan cliëntenonderzoeksmaatregelen naargelang de risicogevoeligheid. Tevens wordt er verduidelijkt dat voor bepaalde transacties (complex, ongebruikelijk groot, ongebruikelijk patroon, geen duidelijk economisch of rechtmatig doel) er meen aandacht zal moeten besteed worden aan de achtergrond en het doel van de verrichting.

Voor geïdentificeerde derde landen met een hoog risico dienen er verscherpte cliëntonderzoeksmaatregelen te worden toegepast.

De gegevens die nodig zijn om trusts en andere juridische constructies en hun uiteindelijke begunstigden te bepalen worden verder verduidelijkt.

Elke lidstaat moet een lijst aanleggen van de exacte functies die beoogd worden als prominente publieke functies (PEP's) en dient deze lijst up-to-date te houden. Deze lijsten zullen door de Europese Commissie gebundeld worden tot één lijst en openbaar gemaakt worden.

Er worden tevens bijkomende vereisten voorzien die de lidstaten moeten opleggen teneinde het UBO-register volledig en accuraat te houden. Lidstaten kunnen voorzien dat informatie uit het UBO-register beschikbaar wordt gesteld op voorwaarde dat de persoon die inzage wenst, zich online registreert en een vergoeding betaalt, die niet meer mag bedragen dan de administratieve kosten voor het beschikbaar stellen van de informatie, met inbegrip van de kosten voor het bijhouden en ontwikkelen van het register.  Deze toegang kan wel beperkt worden indien dit de uiteindelijk begunstigde zou blootstellen aan een onevenredig risico, een risico op fraude, ontvoering, chantage, afpersing, pesterijen, geweld of intimidatie of indien de uiteindelijkbegunstigde minderjarig of anderszins handelingsonbekwaam is. De nationale UBO-registers zullen worden gekoppeld via een Europees platform.

3. Centraal register van houders van rekeningen/kluizen en onroerende goederen.

De lidstaten voorzien in gecentraliseerde automatische mechanismen, zoals centrale registers of centrale elektronische systemen voor gegevensontsluiting, die de tijdige identificatie mogelijk maken van alle natuurlijke of rechtspersonen die houder zijn van of zeggenschap hebben over betaalrekeningen en bankrekeningen met een IBAN-identificatienummer, alsook over kluizen die worden aangehouden door een kredietinstelling op hun grondgebied. Deze registers zullen toegankelijk moeten zijn voor de FIE's.

De lidstaten verlenen de FIE’s en de bevoegde autoriteiten toegang tot informatie die het mogelijk maakt alle natuurlijke of rechtspersonen die eigenaar zijn van onroerend goed, tijdig te identificeren, onder meer door middel van registers of elektronische systemen voor gegevensontsluiting voor zover dergelijke registers of systemen beschikbaar zijn.

Uiterlijk tegen 31 december 2020 zal beslist worden of een koppeling van deze registers op Europees niveau aangewezen is.

4. Betere doorstroming informatie

Bevoegde autoriteiten en andere FIE's (financiële inlichtingseenheden) moeten vrij toegang krijgen tot het UBO-register.  De bevoegde autoriteiten zijn deze waaraan taken zijn toegewezen op het gebied van de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering, alsook belastingautoriteiten, toezichthouders van meldingsplichtige entiteiten en autoriteiten die de opdracht hebben het witwassen van geld, daarmee verband houdende basisdelicten en terrorismefinanciering te onderzoeken of te vervolgen en criminele activa op te sporen en in beslag te nemen of te bevriezen en te confisqueren.

De riscoanalyse op Europees niveau en op niveau van elke lidstaat zullen moeten worden gecommuniceerd onderling opdat men er kennis kan van nemen. Dit sluit aan bij de cascade-regeling die reeds voorzien werd bij de Vierde Antiwitwasrichtlijn opdat elke sector, maar ook elke entiteit kan overgaan tot een eigen risicoanalyse op basis van de analyses die reeds werden uitgevoerd.

Lidstaten kijgen ook heel wat verplichtingen om beter statistisch materiaal te verzamelen om de strijd tegen witwassen beter te kunnen opvolgen.

Tevens moet er een betere internationale samenwerking komen.

De Wet van 18 september 2017 wordt thans geïmplementeerd in de diverse bedrijfssectoren, maar het is duidelijk dat men zich al kan voorbereiden dat er nog nieuwe maatregelen zullen volgen. Implementatie moet gebeuren uiterlijk 10 januari 2020.

Wie vragen heeft over dit alles kan gerust contact nemen met alain.claes@sherpalaw.be