DE BELGISCHE PRIVATE STICHTING: NIET ENKEL VOOR HET KONINGSHUIS

De Belgische private stichting (zo’n 15 jaar geleden in het leven geroepen) kan op gebied van vermogensplanning op vele gebieden als een interessante planningstechniek worden gebruikt. Enerzijds kan zij worden ingeschakeld als administratiekantoor (en geldt dus als alternatief voor de Nederlandse Stichting-Administratiekantoor). We moeten echter vaststellen dat in deze hoedanigheid de Belgische private stichting slechts een zeer beperkt succes kent (zie o.a. Het Administratiekantoor: techniek van estate- en successieplanning, Robby Ackermans en Sofie Van Breedam, Ced.samson, 2002). Anderzijds kan de Belgische private stichting worden opgericht als stichting en in dat kader kent zij aldus meer toepassingsmogelijkheden.

In deze laatste hoedanigheid is een Belgische private stichting dan een entiteit met rechtspersoonlijkheid, zonder leden, waaraan vermogen kan worden overgedragen ter verwezenlijking van één of meerdere in de statuten nader omschreven belangeloze doelen.

De belangeloze doelen die een private stichting kan nastreven, kunnen zeer divers zijn. Als typevoorbeelden van een belangeloos doel wordt in de voorbereidende werken onder andere verwezen naar het in stand houden van een kunstcollectie en het behartigen van de belangen (in de meest ruime zin) van een (gehandicapt) kind. Ook het bewaren van het familiaal karakter van een onderneming of het behoud van een patrimonium binnen de familie zijn voorbeelden van belangeloze doelen.

De private stichting kan zowel bij leven als bij testament worden opgericht. Verder zijn er geen minimumvereisten met betrekking tot het kapitaal van een private stichting. De private stichting kan aldus worden opgericht met een beperkt, eerder symbolisch, kapitaal om haar oprichting en de eerste werkingskosten te financieren. Men hoeft aldus geen groot kapitaal ter beschikking te hebben om een private stichting te kunnen oprichten. Verder kan het vermogen aan een private stichting worden overgedragen via een schenking , testament of anderszins.

In de beginjaren van het ontstaan van de Belgische private stichting werd zij onder meer gehinderd door een al te verregaande beslissing van het (federale) hoofdbestuur. De beweegredenen van het hoofdbestuur waren nobel. Zij wenste voornamelijk de buitenlandse structuren type Fondation, Anstalt, enz. aan te vallen omdat die veelal fictief waren en/of in belangrijke mate illegaal vermogen verborgen hielden. Zoals gezegd meende het hoofdbestuur dergelijke structuren te moeten aanpakken door de uitkeringen uit  deze structuren te belasten met successierechten (in het Vlaamse Gewest thans erfbelasting) conform het toenmalige artikel 8 W.Succ., het zogenaamde derdenbeding (thans artikel 2.7.1.0.6. VCF en artikel 2.7.3.2.8. VCF). Doch deze beslissing was juridisch niet correct zeker niet ingeval het een echte discretionaire structuur betrof, en was veel te ruim en dreigde dan ook bonafide structuren, zoals buitenlandse discretionaire structuren die wel degelijk in realiteit bestonden alsook de Belgische private stichting in haar kielzog mee te sleuren.

Gelukkig heeft de rulingcommissie in een aantal concrete casussen correct geoordeeld dat de uitkeringen gedaan door een Belgische private stichting in het kader van haar doel niet onderworpen waren aan successierechten, voor zover een aantal voorwaarden voldaan waren. Zo diende onder meer de raad van bestuur van de Belgische private stichting op een discretionaire wijze, binnen de wettelijke en statutaire regels, te kunnen beslissen over deze uitkeringen.

Doch recent besliste de Vlaamse Dienst Voorafgaande Beslissingen (hierna: “Vlabel”) in een concreet dossier dat uitkeringen van sommen uit een Liechtensteinse Stiftung opgericht door een Belgisch rijksinwoner onder het toepassingsgebied van artikel 2.7.1.0.6. VCF vallen en aldus belastbaar zijn met erfbelasting bij uitkering.

Deze beslissing leek op het eerste gezicht terug wat onzekerheid te creëren, zeker indien men geen inzicht had in de concrete casus die ten grondslag lag aan dit standpunt.

Zonder in te gaan op de technisch-juridische motivering van deze standpunten en beslissingen van het hoofdbestuur en Vlabel,  kunnen deze sowieso geenszins onverkort worden toegepast op een Belgische private stichting.  

Vlabel heeft dat recentelijk ook bevestigd in een zeer specifiek geval waarbij zij moest oordelen over de fiscale behandeling van een Belgische private stichting opgericht door een Belgische VZW.

In de thans gepubliceerde beslissing van Vlabel wordt e.e.a. nu ook nog explicieter en duidelijke bevestigd. De casus betreft een in Vlaanderen wonende vader die een private stichting wenst op te richten die de bescherming en de verzorging van zijn dochter – die zelf niet in staat is om haar vermogen te beheren en hiertoe aangewezen is enerzijds op haar vader en anderzijds op haar bewindvoerster – en na haar overlijden, van zijn kleinkinderen, moet waarborgen als hij er niet meer is of zelf onbekwaam wordt.

De aanvrager wenste in concreto te weten of:

a)       Schenkingen aan een private stichting in het Vlaamse Gewest worden belast aan het tarief van 5,5 % schenkbelasting;

b)      Legaten aan een private stichting in het Vlaamse Gewest belast worden aan een tarief van 8,5 % erfbelasting;

c)       Na het overlijden van de oprichter van de private stichting, de uitkeringen door de Belgische private stichting aan zijn dochter kunnen geschieden zonder heffing van schenk- en erfbelasting in het Vlaamse Gewest;

In deze concrete case was het belangeloos doel van de private stichting de bescherming en verzorging van de dochter (die zelf niet in staat was om het vermogen te beheren) en vervolgens de kleinkinderen.

In haar beslissing bevestigt Vlabel verder dat schenkingen en legaten aan een Belgische private stichting inderdaad onderworpen zijn aan 5,5% schenkbelasting c.q. 8,5% erfbelasting.

Maar nog belangrijker is het standpunt van  Vlabel betreffende de uitkeringen die door de Belgische private stichting gedaan worden. Wanneer deze uitkeringen kaderen binnen de verwezenlijking van het belangeloos doel en dus bestaan uit geldelijke uitkeringen of andere vormen van steun, worden deze niet onderworpen aan erf- of schenkbelasting. Vlabel maakt hier naar onze mening een correcte juridische en fiscale analyse.

Deze beslissing van Vlabel dient dan ook te worden toegejuicht omwille van de juiste juridische en fiscale analyse die erin wordt gemaakt. Het belang van de aanwending van de Belgische private stichting in het kader van een degelijke vermogens- en successieplanning wordt aldus nog benadrukt. Toch dient enige voorzichtigheid aan de dag te worden gelegd. Ten eerste is het zo dat een beslissing van Vlabel een beslissing is in een concrete aan haar voorgelegd casus en biedt dit geen garantie dat ook andere casussen in dezelfde lijn zullen worden beoordeeld. Doch minstens kan hier een bepaalde interpretatie of gedragslijn van Vlabel worden uit afgeleid.

Doch een en ander dient wel nauwkeurig te worden ingevuld en opgesteld door een specialist terzake en vooral ook te worden nageleefd. Denk maar aan “Fons Pereos”, de private stichting destijds opgericht door wijlen Koningin Fabiola.

Het Estate Planning-team van Sherpa Law heeft over de jaren heen een ruime expertise uitgebouwd betreffende de oprichting en begeleiding van private stichtingen en kan u derhalve met de nodige raad en daad bijstaan.