VLABEL blijft de estate planningswereld verbazen

Ditmaal zorgt een nieuw standpunt van VLABEL voor een schokgolf bij planningen van vastgoed en meer bepaald op het vlak van schenkingen van vastgoed.

De tarieven voor de schenking van vastgoed waren vorige zomer serieus neerwaarts herzien in het Vlaams Gewest waardoor ondertussen vele schenkingen van vastgoed hebben plaatsgevonden.

Juist door die daling van de tarieven werd het terug interessant om bij vooroverlijden van de begiftigde een conventioneel beding van terugkeer van vastgoed te voorzien. Meestal wordt deze terugkeer optioneel voorzien in die zin dat de schenker bij het vooroverlijden van de begiftigde de keuze wordt gelaten om de terugkeer al dan niet te vragen binnen enkele maanden na het overlijden.

Een goede negen maanden na de inwerkingtreding van deze verlaagde tarieven, werd er op 18 april 2016 een nieuw standpunt van Vlabel gepubliceerd over dit optioneel beding van terugkeer. (Standpunt nr. 16030 dd. 04.04.2016, gepubliceerd op 18 april 2016). http://belastingen.vlaanderen.be/sp-16030-optionele-conventionele-terugkeer-van-een-schenking

Als het conventioneel beding onvoorwaardelijk is, dan keert het vastgoed onvoorwaardelijk naar de schenker terug, zonder dat die de terugkeer moet vragen. VLABEL beschouwt dit als een automatische uitvoering van een ontbindende voorwaarde van de schenking waarop geen belasting verschuldigd is.

Maar als de schenker de keuze krijgt om de terugkeer te vragen, dan beschouwt VLABEL dit als een overdracht onder opschortende voorwaarde van vooroverlijden van de begunstigde. Voor vastgoed betekent dit dat op de terugkeer het verkooprecht verschuldigd zal zijn van in principe 10%. VLABEL vergelijkt dit optioneel beding van terugkeer met de toekenning van een optie om het goed terug te kopen.

VLABEL gaat hier echter voorbij aan het feit dat een optioneel beding van terugkeer ook beschouwd kan worden als een 'automatische' ontbinding die niet enkel afhangt van het vooroverlijden van de begiftigde, maar eveneens van de wil van de schenker.

Vanuit juridisch oogpunt gaat het hier om een gedeeltelijke potestatieve voorwaarde, die geldig is en dezelfde uitwerking kan hebben als een ontbinding door louter vooroverlijden van de begiftigde.

Het feit dat de uitwerking van de ontbindende voorwaarde ook afhangt van de wil van één van de partijen, doet immers geen afbreuk aan de terugwerkende kracht van de ontbinding.

Het gevolg is dat ook bij de uitoefening van een optioneel beding van terugkeer, de geschonken goederen met terugwerkende kracht naar het vermogen van de schenker terugkeren alsof er nooit een schenking plaatsgevonden heeft.

Er kan dus helemaal geen sprake zijn van een optie tot overdracht, laat staan tot aankoop van het vastgoed.

Wordt dus eveneens vervolgd!

Dirk Coveliers en Peter Meeuwssen